Uitspraak · Strafrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 6 mei 2022
ECLI:NL:RBZWB:2022:6827Zaaknummer 21-018503
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 6 mei 2022
- Publicatiedatum
- 17 november 2022
- Zaaknummer
- 21-018503
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Raadkamer
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vordering gijzeling 6.6.25 Sv toegewezen.
Beslissing
De rechtbank wijst de vordering toe en machtigt de officier van justitie tot de toepassing van gijzeling voor de duur van 70 dagen.
Deze beslissing is gegeven door
mr. R.P. Broeders, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. M. van Grinsven, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2022.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Breda
raadkamernummer: 21-018503
datum: 6 mei 2022
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 6:6:25 Wetboek van Strafvordering in de zaak van:
[de veroordeelde],
geboren op [geboortedag] 1974 te [geboorteplaats]
zonder vaste woon- of verblijfplaats
hierna te noemen: de veroordeelde.
Feiten
De politierechter heeft aan de veroordeelde bij vonnis van 17 december 2013 een ontnemingsmaatregel opgelegd, inhoudende de verplichting tot betaling aan de staat van € 21.179,70. Deze ontnemingsmaatregel is onherroepelijk geworden.
De veroordeelde heeft tot 26 november 2021, zijnde de datum van indiening van de vordering, niets betaald.
Procedure
De vordering is op 29 november 2021 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
De rechtbank heeft op 22 april 2022 de vordering in openbare raadkamer behandeld, waarbij de officier van justitie mr. K. Pieters is gehoord.
De veroordeelde is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.
Vordering van het Openbaar Ministerie
De vordering van de officier van justitie strekt tot het verlenen van een machtiging tot toepassing van gijzeling voor de duur van 70 dagen, conform de tabel Lijfsdwang.
Beoordeling
Vast staat dat de veroordeelde niet heeft voldaan aan de betalingsverplichtingen. Een bedrag van € 21.179,70 moet nog betaald worden.
Op het moment dat aan het CJIB de zaak ter executie werd aangeboden, had veroordeelde geen vaste woon- en/of verblijfplaats in Nederland. De veroordeelde is meermaals aangeschreven op het adres in België, vermeld op het verstekvonnis. De aanmaningen zijn onbestelbaar retour ontvangen omdat het adres onjuist zou zijn en veroordeelde aldaar niet zou verblijven. Nu veroordeelde geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, was feitelijk verhaal niet mogelijk.
In raadkamer is niet aannemelijk geworden dat de veroordeelde niet kan betalen.
De rechtbank zal daarom de vordering van de officier van justitie toewijzen en een machtiging verlenen tot toepassing van gijzeling voor de duur van 70 dagen.
Beslissing
De rechtbank wijst de vordering toe en machtigt de officier van justitie tot de toepassing van gijzeling voor de duur van 70 dagen.
Deze beslissing is gegeven door
mr. R.P. Broeders, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. M. van Grinsven, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2022.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.