Uitspraak · Belastingrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 1 november 2022

ECLI:NL:RBZWB:2022:6375Zaaknummer BRE 21/1530

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
1 november 2022
Publicatiedatum
16 november 2022
Zaaknummer
BRE 21/1530
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

IB/PVV 2017

3 Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 1 november 2022 door mr. V.A. Burgers, rechter, in aanwezigheid van mr. F.E.M. Houben, griffier. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.

Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Inleiding
  2. 2 Beoordeling door de rechtbank
  3. 3 Beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Belastingrecht

zaaknummer: BRE 21/1530

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 november 2022 in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

en

de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.

1 Inleiding

1.1.

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 8 maart 2021.

1.2.

De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2017 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) opgelegd, alsmede bij gelijktijdige beschikking belastingrente in rekening gebracht (aanslagnummer [aanslagnummer] .H.76.01).

1.3.

De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.

1.4.

De rechtbank heeft het beroep op 6 september 2022 gezamenlijk met de zaak van [gemachtigde] (zaaknummer 21/1139) op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van belanghebbende, en namens de inspecteur [inspecteur 1], [inspecteur 2], en [inspecteur 3].

2 Beoordeling door de rechtbank

2.1.

De gemachtigde heeft ter zitting verklaard dat de onderhavige zaak afhankelijk is van het oordeel van de rechtbank in de zaak van de fiscaal partner van belanghebbende met zaaknummer 21/1139. De rechtbank heeft in die uitspraak, die op dezelfde dag is gewezen als deze uitspraak, het beroep met zaaknummer 21/1139 ongegrond verklaard. Voor dat geval is niet in geschil dat de onderhavige aanslag IB/PVV 2017 terecht en tot het juiste bedrag aan belanghebbende is opgelegd en dat het onderhavige beroep ongegrond moet worden verklaard. De rechtbank beslist dan ook dienovereenkomstig.

2.2.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Ook krijgt belanghebbende het door haar betaalde griffierecht niet vergoed.

3 Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 1 november 2022 door mr. V.A. Burgers, rechter, in aanwezigheid van mr. F.E.M. Houben, griffier. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.

Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.