Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 7 juli 2022

ECLI:NL:RBZWB:2022:3804Zaaknummer 398874 / HA RK 22-131

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
7 juli 2022
Publicatiedatum
11 juli 2022
Zaaknummer
398874 / HA RK 22-131
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Wraking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

wraking, niet-ontvankelijk, verzoek ingediend nadat uitspraak is gedaan in de hoofdzaak

De rechtbank:

verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek tot wraking.

Deze beslissing is gegeven op 7 juli 2022 door mr. Peters, mr. Hertsig en

mr. van Alphen, in tegenwoordigheid van mr. Rockx, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier, De voorzitter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 Beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Wrakingskamer

Locatie Breda

zaaknummer 398874 / HA RK 22-131

beslissing van 7 juli 2022 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van:

[verzoeker 1] en [verzoeker 2],

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

verder ook te noemen verzoekers.

1 Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit:

  • de processtukken zoals opgenomen in het procesdossier van de hierna te noemen zaken;
  • het wrakingsverzoek van verzoekers, ontvangen op 27 juni 2022.

2 Het verzoek

2.1.

Het verzoek strekt tot wraking van mr. [rechter] als behandelend rechter in de zaken met nummer 397337 KG RK 22-361.

2.2.

De rechter berust niet in het verzoek tot wraking.

3 De beoordeling

3.1.

Artikel 36 Rv bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelt op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

3.2.

Daarbij moet voorop worden gesteld, dat bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter als uitgangspunt dient, dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert dat een rechter ten aanzien van een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

3.3.

Voordat tot inhoudelijke behandeling van het verzoek kan worden overgegaan dient te worden beoordeeld of het wrakingsverzoek tijdig is gedaan. Het verzoek moet worden gedaan zodra de daaraan ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden bekend zijn geworden. Bovendien moet het wrakingsverzoek zijn ingediend vóórdat de behandeling van de zaak door het wijzen van een einduitspraak is geëindigd.

3.4.

In dit geval heeft de rechter op 16 juni 2022 in voornoemd zaaknummer uitspraak gedaan en een beschikking gegeven. Verzoekers hebben hun verzoek op 27 juni 2022 gedaan. Dat is nadat door de rechter uitspraak is gedaan en een beschikking is gegeven en dus is het verzoek te laat gedaan.

Deze omstandigheid moet ertoe leiden dat verzoekers niet in het wrakingsverzoek kunnen worden ontvangen. Wraking van een rechter is op grond van de wet immers alleen mogelijk zolang een zaak wordt behandeld door die rechter. De wetgever heeft niet voorzien in de mogelijkheid een rechter te wraken, wanneer deze de behandeling van de zaak heeft beëindigd door het geven van een eindbeslissing. Met die beslissing heeft immers iedere verdere bemoeienis van die rechter met de zaak opgehouden.

Omdat sprake is van niet-ontvankelijkheid laat de wrakingskamer een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 lid 2 sub d van het wrakingsprotocol van deze rechtbank (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, ga naar: rechtbank Zeeland-West-Brabant, regels en procedures, wrakingsprotocol).

4 Beslissing

De rechtbank:

verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek tot wraking.

Deze beslissing is gegeven op 7 juli 2022 door mr. Peters, mr. Hertsig en

mr. van Alphen, in tegenwoordigheid van mr. Rockx, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier, De voorzitter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.