Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29 juni 2022
ECLI:NL:RBZWB:2022:3579Zaaknummer AWB- 22_2226
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 29 juni 2022
- Publicatiedatum
- 5 juli 2022
- Zaaknummer
- AWB- 22_2226
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
22/2226
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 29 juni 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/2226
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 juni 2022 in de zaak tussen
[naam eiser] , uit [plaatsnaam] , eiser
en
Centraal Administratie Kantoor, verweerder.
Procesverloop
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van verweerder van 11 januari 2022 inzake de oplegging van een boete omdat eiser geen zorgverzekering heeft (het bestreden besluit).
Overwegingen
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
In artikel 7:1, eerste lid, van de Awb staat dat degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, alvorens beroep in te stellen bezwaar dient te maken. Eiser heeft aangegeven dat hij op 28 januari 2022 bezwaar heeft gemaakt. In zijn brief van 12 mei 2022 heeft eiser aan de rechtbank laten weten dat verweerder zijn bezwaarschrift in behandeling heeft genomen. Tot op heden is er nog geen beslissing op bezwaar genomen. In artikel 7:1, tweede lid, van de Awb staat dat pas tegen de beslissing op bezwaar beroep kan worden ingesteld. Eiser had dus de beslissing op bezwaar moeten afwachten alvorens beroep in te stellen.
Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Voor het in behandeling nemen van het verzoek om schadevergoeding bestaat, nu het beroep niet-ontvankelijk is, ook geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 29 juni 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.