Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 januari 2022
ECLI:NL:RBZWB:2022:353Zaaknummer C/02/392704 KG ZA 21-583
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 18 januari 2022
- Publicatiedatum
- 27 januari 2022
- Zaaknummer
- C/02/392704 KG ZA 21-583
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
KG. Nakoming zorgregeling. Overweging ten overvloede. Gecertificeerde instelling wordt dringend verzocht om een nieuwe vaste jeugdzorgwerker aan de drie kinderen toe te wijzen, zodat de uitvoering van hun ondertoezichtstelling adequaat kan worden hervat. Inzet crisisdienst is niet voldoende. Daarvoor zijn de actuele problemen te complex.
4. De beslissing in kort geding
De voorzieningenrechter
…niet relevant….
Dit vonnis is gewezen door mr. Toekoen, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare zitting in kort geding van 18 januari 2022, in tegenwoordigheid van Joosen, griffier.
verzonden op:
[_37667f29-2a7b-4fb7-98e3-1721a3c759cd]
Volledige tekst
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/02/392704 KG ZA 21-583
18 januari 2022
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van
[eiser],
wonende te Tilburg,
e i s e r bij dagvaarding van 21 december 2021,
v e r w e e r d e r in reconventie,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. G. Demir,
ter zitting waargenomen door mr. R.G.J. van Kerkhof,
t e g e n:
[gedaagde],
wonende te Tilburg,
g e d a a g d e,
e i s e r e s in reconventie,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. J.M. Molkenboer.
De voorzieningenrechter merkt als informant aan:
DE STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, locatie Tilburg,
zijnde de gecertificeerde instelling (hierna GI) die de ondertoezichtstelling van de minderjarigen uitvoert.
…niet relevant…
Ten overvloede
De voorzieningenrechter geeft aan de GI nog mee dat er bij de drie kinderen en partijen een grote behoefte is aan een vaste jeugdzorgwerker. Betreurd wordt dat zo’n medewerker op dit moment niet beschikbaar is en dat de GI daarnaast heeft aangegeven dat ook niet duidelijk is op welk moment dit wel het geval zal zijn. In dit gezin kan echter niet worden volstaan met een beperkt hulpaanbod vanuit de crisisdienst. Daarvoor zijn de actuele problemen te complex. De voorzieningenrechter doet aan de GI dan ook het dringende verzoek om zo spoedig mogelijk een vaste jeugdzorgwerker aan de kinderen toe te wijzen, zodat de uitvoering van hun ondertoezichtstelling adequaat kan worden opgepakt en voortgezet. De noodzaak hiervoor blijkt ook uit de situatie die is ontstaan sinds de vorige jeugdzorgwerker is teruggetreden. Er worden wel gesprekken gevoerd met partijen, maar die zorgen er niet voor dat de vrouw zich aan de afspraken houdt voor wat betreft de omgang. Het is voor de kinderen van groot belang dat zij duidelijkheid krijgen. De GI zal dan ook met de vrouw en met de man in gesprek moeten gaan over de nakoming van de contactregeling. En, voor dat gesprek heb je een jeugdzorgwerker nodig.
4. De beslissing in kort geding
De voorzieningenrechter
…niet relevant….
Dit vonnis is gewezen door mr. Toekoen, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare zitting in kort geding van 18 januari 2022, in tegenwoordigheid van Joosen, griffier.
verzonden op:
[_37667f29-2a7b-4fb7-98e3-1721a3c759cd]
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.