Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 5 maart 2021

ECLI:NL:RBZWB:2021:982Zaaknummer AWB- 20_9398, 20_9399, 20_9401, 20_9403 en 20_9405

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
5 maart 2021
Publicatiedatum
6 september 2021
Zaaknummer
AWB- 20_9398, 20_9399, 20_9401, 20_9403 en 20_9405
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

20/9398 20/9399 20/9401 20/9403 20/9405

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van

mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 4 maart 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak te ondertekenen.

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen en andere belanghebbenden verzet doen bij de rechtbank. De termijn voor het indienen van een verzetschrift bedraagt zes weken en vangt aan op de dag na de verzending van deze uitspraak.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Rechtsmiddel

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummers: BRE 20/9398, 20/9399, 20/9401, 20/9403 en 20/9405

uitspraak van 4 maart 2021 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser], te [plaatsnaam], eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen diverse besluiten van het college inzake zijn aanspraken op een bijstandsuitkering en bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet.

Het gaat om twee besluiten van 25 augustus 2020 en drie besluiten van 29 september 2020,

Op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. In artikel 8:41, eerste lid, van de Awb is de verplichting opgenomen tot betaling van griffierecht. Eiser is schriftelijk gewezen op deze verplichting.

Eiser heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan. De rechtbank heeft eiser verzocht om een onderbouwing te geven van zijn stelling dat hij het griffierecht niet kan betalen. Eiser heeft een formulier ondertekend, maar geen stukken overgelegd. De rechtbank heeft het verzoek op betalingsonmacht afgewezen.

Er is een nieuwe nota voor betaling van het griffierecht aan eiser gestuurd. Eiser is erop gewezen dat als hij niet tijdig betaald, het beroepschrift niet-ontvankelijk verklaard kan worden.

2. De rechtbank constateert dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is ontvangen. De beroepen zijn dan ook kennelijk niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van

mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 4 maart 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak te ondertekenen.

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen en andere belanghebbenden verzet doen bij de rechtbank. De termijn voor het indienen van een verzetschrift bedraagt zes weken en vangt aan op de dag na de verzending van deze uitspraak.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.