Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 mei 2021
ECLI:NL:RBZWB:2021:5503Zaaknummer AWB - 20_7971
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 18 mei 2021
- Publicatiedatum
- 2 november 2021
- Zaaknummer
- AWB - 20_7971
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
WIA
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Pasmans, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2021.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 20/7971 WIA
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 18 mei 2021 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres], te [naam woonplaats], eiseres,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Eindhoven), verweerder.
Procesverloop
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 7 augustus 2020 (bestreden besluit) van het UWV inzake de beëindiging van haar uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 18 mei 2021. Eiseres is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Het UWV heeft zich laten vertegenwoordigen door E.H.J.A. Olthof.
Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank mondeling uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. In geschil is of het UWV terecht de WIA-uitkering van eiseres heeft beëindigd per 8 oktober 2020.
2. De rechtbank is van oordeel dat de medische grondslag van het bestreden besluit berust op een voldoende zorgvuldig onderzoek. De verzekeringsarts heeft eiseres onderzocht, dossierstudie verricht en informatie ingewonnen bij de huisarts van eiseres. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in het kader van de heroverweging het dossier bestudeerd en heeft eiseres onderzocht tijdens de hoorzitting. Uit de rapportages van de verzekeringsartsen blijkt dat zij op de hoogte waren van de door eiseres gestelde klachten.
De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat het UWV de belastbaarheid van eiseres, zoals vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 6 juli 2020, heeft overschat. Eiseres heeft geen medische gegevens overgelegd die aanknopingspunten bieden om te twijfelen aan de juistheid van de FML. Voor de verdere beoordeling gaat de rechtbank dan ook uit van de belastbaarheid die is neergelegd in de FML van 6 juli 2020.
3. De arbeidsdeskundige b&b is van mening dat eiseres geschikt is voor de volgende functies: studentendecaan (Sbc-code 763080), ontwikkelaar (Sbc-code 765010) en sociaal raadsman/vrouw (Sbc-code 763050). De rechtbank heeft de belasting van de geduide functies vergeleken met de FML en heeft daarbij de toelichting betrokken die is gegeven bij de mogelijke overschrijdingen van de belastbaarheid. De rechtbank is er voldoende van overtuigd dat de belastbaarheid van eiseres in deze functies niet wordt overschreden. Daarom zal de rechtbank ervan uitgaan dat de hiervoor genoemde functies aan de schatting ten grondslag mochten worden gelegd.
4. Op basis van de inkomsten die eiseres met de geduide functies kan verdienen, heeft het UWV een berekening gemaakt die leidt tot een mate van arbeidsongeschiktheid van 31%. Omdat eiseres tegen deze berekening geen gronden naar voren heeft gebracht, gaat de rechtbank uit van deze mate van arbeidsongeschiktheid. Dit betekent dat het UWV terecht de mate van arbeidsongeschiktheid heeft vastgesteld op 31%.
5. Het beroep zal ongegrond worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Pasmans, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2021.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:CRVB:2022:2773 http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep
Aangehaald in
- ECLI:NL:CRVB:2022:2773 Centrale Raad van Beroep, 22 december 2022 (socialezekerheidsrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.