Uitspraak · Belastingrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 augustus 2021

ECLI:NL:RBZWB:2021:4848Zaaknummer AWB - 19 _ 6013

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
12 augustus 2021
Publicatiedatum
8 oktober 2021
Zaaknummer
AWB - 19 _ 6013
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.

De rechtbank:

- herstelt de tussen partijen onder bovengenoemd zaaknummer gedane uitspraak van

4 augustus 2021 aldus, dat de zinnen:

“- veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van immateriële schade van € 200,-” en “- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot vergoeding van immateriële schade van € 300,-” worden vervangen door:

“- veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van immateriële schade van € 300,-” en

“- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot vergoeding van immateriële schade van € 200,-”

- laat voornoemde uitspraak voor het overige ongewijzigd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van mr. W.H.M. Venmans, griffier, op 12 augustus 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te ondertekenen.

rechter

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Voorts brengt deze uitspraak geen wijziging in de termijn voor hoger beroep tegen de oorspronkelijke uitspraak.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Rechtsmiddel

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht

Zaaknummer BRE 19/6013

Hersteluitspraak van 12 augustus 2021 ter verbetering van de uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[belanghebbende], wonende te [woonplaats],

belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Belastingsamenwerking West-Brabant,

verweerder.

Als derde partij heeft deelgenomen: de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid).

Procesverloop

Op 4 augustus 2021 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in bovengenoemde zaak.

Overwegingen

Gebleken is dat in het dictum van genoemde uitspraak een onjuistheid is vermeld. De bedragen die in verband met de overschrijding van de redelijke termijn voor rekening van de heffingsambtenaar en de Staat der Nederlanden (Minister van Justitie en Veiligheid) komen, zijn ten onrechte omgedraaid. Daarom zal de rechtbank de uitspraak als volgt herstellen.

Beslissing

De rechtbank:

- herstelt de tussen partijen onder bovengenoemd zaaknummer gedane uitspraak van

4 augustus 2021 aldus, dat de zinnen:

“- veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van immateriële schade van € 200,-” en “- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot vergoeding van immateriële schade van € 300,-” worden vervangen door:

“- veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van immateriële schade van € 300,-” en

“- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot vergoeding van immateriële schade van € 200,-”

- laat voornoemde uitspraak voor het overige ongewijzigd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van mr. W.H.M. Venmans, griffier, op 12 augustus 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te ondertekenen.

rechter

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Voorts brengt deze uitspraak geen wijziging in de termijn voor hoger beroep tegen de oorspronkelijke uitspraak.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.