Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 september 2021
ECLI:NL:RBZWB:2021:4627Zaaknummer AWB- 21_3433 VV
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 8 september 2021
- Publicatiedatum
- 17 september 2021
- Zaaknummer
- AWB- 21_3433 VV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Intrekking bijstandsuitkering en intrekking bijzondere bijstand voor de kosten van bewindvoering
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 september 2021.
De griffier is niet in de gelegenheid om dit proces-verbaal mede te ondertekenen.
voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 21/3433 PW VV
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 8 september 2021 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoekster], te [woonplaats], verzoekster,
gemachtigde: mr. C. van der Ent,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, verweerder.
Procesverloop
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 20 juli 2021 (bestreden besluit) van het college inzake de intrekking van haar bijstandsuitkering per 1 juli 2021 en de intrekking van de bijzondere bijstand voor de kosten van bewindvoering per 1 juli 2021. Tevens heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 8 september 2021. Verzoekster heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam vertegenwoordiger], kantoorgenoot van haar gemachtigde. Namens het college is mr. J.P.C. Schouten verschenen.
Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de voorzieningenrechter mondeling uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventuele) bodemprocedure niet.
2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als ‘onverwijlde spoed’ dat vereist. Het is vaste jurisprudentie dat bij een financieel geschil, zoals in deze zaak, van dergelijke spoed niet snel sprake is. Er is enkel een spoedeisend belang in het geval van een acute financiële noodsituatie.
Uit het door het college ter zitting overgelegde besluit blijkt dat aan verzoekster per 30 juli 2021 opnieuw een bijstandsuitkering is toegekend. In het licht daarvan is er geen sprake van een acute noodsituatie en is er aldus geen onverwijlde spoed die vereist dat er een voorlopige voorziening wordt getroffen.
3. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 september 2021.
De griffier is niet in de gelegenheid om dit proces-verbaal mede te ondertekenen.
voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.