Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29 april 2021

ECLI:NL:RBZWB:2021:2204Zaaknummer AWB- 20_177

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
29 april 2021
Publicatiedatum
17 september 2021
Zaaknummer
AWB- 20_177
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

ZW

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.E.C. Vriends, rechter, in aanwezigheid van mr. T.B. Both, griffier, op 29 april 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Rechtsmiddel

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 20/177 ZW

uitspraak van 29 april 2021 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen

[naam verzoekster], te [plaatsnaam], verzoekster,

gemachtigde: mr. N.W.J. van de Stokke-Welsink,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Rotterdam), verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 16 december 2019 (bestreden besluit) van het UWV over de toekenning van een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) aan haar voormalig werkneemster [naam werkneemster].

Verzoekster heeft het beroep bij brief van 11 maart 2021 ingetrokken omdat achteraf is gebleken dat zij geen belanghebbende bij het bestreden besluit was. Verzoekster heeft verzocht het UWV te veroordelen in de proceskosten.

Het UWV heeft hierop gereageerd en gesteld dat er geen aanleiding is de proceskosten te vergoeden omdat het bestreden besluit niet onrechtmatig is.

De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.

2. Naar het oordeel van de rechtbank is hier geen sprake van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan verzoekster, aangezien het bestreden besluit niet is ingetrokken of gewijzigd. Van een onrechtmatig besluit is geen sprake. Hieruit volgt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor vergoeding van gemaakte proceskosten. Het verzoek daartoe zal dan ook worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.E.C. Vriends, rechter, in aanwezigheid van mr. T.B. Both, griffier, op 29 april 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.