Uitspraak · Strafrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 6 april 2020
ECLI:NL:RBZWB:2020:7206Zaaknummer 02-083297-20
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 6 april 2020
- Publicatiedatum
- 26 januari 2022
- Zaaknummer
- 02-083297-20
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraak
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Coronaspuger
BESLISSING:
De politierechter beveelt de gevangenneming van verdachte, welk bevel ook apart is geminuteerd.
T.a.v. feit 1 primair:
Een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboekvan Strafrecht waarvan 2 weken voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
Opheffing van het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan de duur van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde vrijheidsstraf.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [Benadeelde partij 1]
Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [Benadeelde partij 1], van een bedrag van 300,00 euro, bestaande uit immateriële schade.
De immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.
Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begrootop nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij tenbehoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen.
t.a.v. feit 1 primair:
Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoevevan [Benadeelde partij 1] van een bedrag van 300,00 euro, en bepaalt dat bij niet betalen 6 dagen gijzeling kan worden toegepast. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervooropgelegde betalingsverplichting niet op.
Voormeld bedrag bestaat uit immateriële schade.
de immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 maart 2020tot aan de dag der algehele voldoening.
De politierechter,
Volledige tekst
aantekening mondeling vonnis
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
Locatie Breda
Parketnummer: 02-083297-20
Volgnummer: 2
Uitspraak van de politierechter, mr. A.D. Scheffers, van maandag 30 maart 2020, in de zaak tegen verdachte
[Verdachte]
geboren op [Geboortedag] 1983 te [Geboorteplaats]
adres [Adres]
thans gedetineerd te P.I. Dordrecht Postbus 638
3300 AP Dordrecht UAH
Tegenspraak KWALIFICATIE:
T.a.v. feit 1 primair: bedreiging met zware mishandeling
GEPLEEGD:
T.a.v. feit 1 primair: 27 maart 2020
TOEGEPASTE ARTIKELEN:
14a, 14b, 14c, 285 Wetboek van Strafrecht
BESLISSING:
De politierechter beveelt de gevangenneming van verdachte, welk bevel ook apart is geminuteerd.
T.a.v. feit 1 primair:
Een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboekvan Strafrecht waarvan 2 weken voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
Opheffing van het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan de duur van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde vrijheidsstraf.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [Benadeelde partij 1]
Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [Benadeelde partij 1], van een bedrag van 300,00 euro, bestaande uit immateriële schade.
De immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.
Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begrootop nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij tenbehoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen.
t.a.v. feit 1 primair:
Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoevevan [Benadeelde partij 1] van een bedrag van 300,00 euro, en bepaalt dat bij niet betalen 6 dagen gijzeling kan worden toegepast. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervooropgelegde betalingsverplichting niet op.
Voormeld bedrag bestaat uit immateriële schade.
de immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 maart 2020tot aan de dag der algehele voldoening.
De politierechter,
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.