Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 december 2019

ECLI:NL:RBZWB:2019:5667Zaaknummer BRE 16_922

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
13 december 2019
Publicatiedatum
19 december 2019
Zaaknummer
BRE 16_922
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beroep niet ontvankelijk. Geen procesbelang meer. Eiser is overleden. Geen erfgenamen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.E.H.G. Visser, rechter, in aanwezigheid van

W.J. Steenbergen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 december 2019.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. CZ Zorgkantoor, verweerder.
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Rechtsmiddel

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 16/922 AWBZ

uitspraak van 13 december 2019 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

wijlen [naam eiser], in leven laatstelijk gewoond in [plaatsnaam], eiser,

en

CZ Zorgkantoor, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 9 februari 2016 (bestreden besluit) van het Zorgkantoor inzake de vaststellingsbeschikking van het persoonsgebonden budget (pgb) over het jaar 2014.

Uit de basisregistratie personen blijkt dat eiser op 21 september 2017 is overleden.

De rechtbank heeft op 28 november 2017 en 7 december 2017 de erven van eiser verzocht aan te geven of het beroep wordt gehandhaafd. Op deze brieven is niet gereageerd.

Vervolgens is, gelet op het bepaalde in artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in de Staatscourant van 24 oktober 2019, nr.58753, de behandeling van het beroep op de zitting van 3 december 2019 aangekondigd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 december 2019. Voor eiser is niemand verschenen. CZ heeft zich, met voorafgaand bericht, niet laten vertegenwoordigen.

Overwegingen

1. Eiser is overleden nadat beroep is ingesteld. Daarmee is zijn belang bij voortzetting van het geding komen te vervalen.

2. Niet is gebleken van erfgenamen die eiser als partij in dit geding zijn opgevolgd en die het geding zouden willen voortzetten. Ook na de aankondiging in de Staatscourant hebben zich geen belanghebbenden gemeld met het verzoek als partij aan het geding te mogen deelnemen.

3. Uit het voorgaande volgt dat het processuele belang aan de beoordeling van het beroep is komen te ontvallen. Het beroep zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.E.H.G. Visser, rechter, in aanwezigheid van

W.J. Steenbergen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 december 2019.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.