Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Utrecht, 22 december 2010
ECLI:NL:RBUTR:2010:BP8652Zaaknummer 298796 / FA RK 10-7876
- Instantie
- Rechtbank Utrecht
- Datum uitspraak
- 22 december 2010
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 298796 / FA RK 10-7876
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Voogdijzaak, nauw samenhangend met een kinderontvoeringszaak. Overdracht aan rechtbank Den Haag.
2. De beslissing
De rechtbank bepaalt dat de behandeling van de zaak zal plaatsvinden in de nevenzittingsplaats ’s Gravenhage, en draagt de zaak daartoe in de staat waarin hij zich bevindt over aan de rechtbank ’s Gravenhage.
De griffier wordt verzocht een afschrift van deze beschikking en van de stukken toe te zenden aan de rechtbank ’s Gravenhage en aan de belanghebbenden.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.J.H. van Meegen, (kinder)rechter, in aanwezigheid van mr. N.I. Ganzevoort, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2010.?
Volledige tekst
beschikking
RECHTBANK UTRECHT
Sector handels- en familierecht
Zaaknummer / rekestnummer: 298796 / FA RK 10-7876
Voorlopige voogdij
Beschikking van 22 december 2010
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming, vestiging Utrecht,
hierna te noemen de Raad,
verzoeker,
waarin belanghebbenden zijn:
1. [de vader],
wonende te [woonplaats], Guatemala,
hierna te noemen de vader,
2. [de moeder],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen de moeder.
1. De beoordeling
De Raad heeft op 21 december 2010 bij deze rechtbank een verzoek ingediend om [minderjarige], geboren op [2001] te [woonplaats], onder voorlopige voogdij te stellen van Bureau Jeugdzorg.
Het verzoek hangt samen met een procedure gebaseerd op het (Haagse) Verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen van 25 oktober 1980 (hierna: het Verdrag). Dit verzoek is ingediend bij deze rechtbank en ter behandeling overgedragen aan de rechtbank ’s-Gravenhage, op grond van artikel 8 van het Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen en het Aanwijzingsbesluit ’s Gravenhage als nevenzittingsplaats internationale kinderontvoeringen van de Raad voor de Rechtspraak van 4 februari 2009. De rechtbank ’s-Gravenhage heeft op 10 december 2010 uitspraak gedaan.
Vanwege de nauwe inhoudelijke samenhang met die procedure ziet de rechtbank reden om in het belang van een goede voortgang van de zaak, met overeenkomstige toepassing van de genoemde bepaling, ook dit verzoek over te dragen aan de rechtbank ’s-Gravenhage, om de zaak verder te behandelen in de nevenzittingsplaats ’s Gravenhage.
2. De beslissing
De rechtbank bepaalt dat de behandeling van de zaak zal plaatsvinden in de nevenzittingsplaats ’s Gravenhage, en draagt de zaak daartoe in de staat waarin hij zich bevindt over aan de rechtbank ’s Gravenhage.
De griffier wordt verzocht een afschrift van deze beschikking en van de stukken toe te zenden aan de rechtbank ’s Gravenhage en aan de belanghebbenden.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.J.H. van Meegen, (kinder)rechter, in aanwezigheid van mr. N.I. Ganzevoort, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2010.?
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.