Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Utrecht, 16 november 2007

ECLI:NL:RBUTR:2007:BB8038Zaaknummer 16-506024-06

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
16 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
16-506024-06
Rechtsgebied
Civiel recht, Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vrijspraak

De rechtbank beslist als volgt:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mrs. M.L. van der Bel, C.W. Bianchi en J.D.E. Brouwer-Poederbach, bijgestaan door mr. C.W.M. Maase-Raedts als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 november 2007.

Mr. Brouwer-Poederbach is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Volledige tekst

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

Parketnummer: 16/506024-06

Datum uitspraak: 16 november 2007

Verkort vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak gewezen in de zaak tegen:

[Verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats],

wonende te [woonadres].

Raadsvrouwe: mr. A. Dekkers, advocaat te Utrecht.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 november 2007.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaarding is omschreven. Een kopie van die dagvaarding is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De inhoud daarvan geldt als hier ingevoegd.

Vrijspraak

Niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan verdachte ten laste is gelegd.

De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt daartoe dat de tenlastelegging enkel wordt ondersteund door verklaringen van aangeefster, dan wel verklaringen van getuigen die van dezelfde bron afkomstig zijn. Het voorgaande maakt dat de rechtbank strenge eisen stelt aan de betrouwbaarheid en consistentie van deze verklaringen. Bij de beoordeling daarvan neemt zij in aanmerking dat de verklaringen van aangeefster onderlinge tegenstrijdigheden bevatten. Bovendien houdt zij rekening met de omstandigheid dat aangeefster niet in staat was ter terechtzitting als getuige de gebeurtenissen, waarvan zij verdachte beschuldigt, op concrete wijze weer te geven. Dit verbaast de rechtbank te meer, daar aangeefster heeft verklaard dat deze gebeurtenissen een grote impact op haar hebben gehad. Gelet hierop is bij de rechtbank twijfel ontstaan over hetgeen tussen verdachte en aangeefster is voorgevallen, hetgeen dient te leiden tot vrijspraak.

DE BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mrs. M.L. van der Bel, C.W. Bianchi en J.D.E. Brouwer-Poederbach, bijgestaan door mr. C.W.M. Maase-Raedts als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 november 2007.

Mr. Brouwer-Poederbach is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.