Uitspraak · Omgevingsrecht
Rechtbank 's-Gravenhage, 23 maart 2000
ECLI:NL:RBSGR:2000:AA5421Zaaknummer Awb 00/1540, 00/1544 en 00/1547
- Instantie
- Rechtbank 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 23 maart 2000
- Publicatiedatum
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- Awb 00/1540, 00/1544 en 00/1547
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Omgevingsrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
-
UITSPRAAK
ingevolge artikel 8:84
van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
-------------------------------------------
Reg.nr.: Awb 00/1540, 00/1544 en 00/1547
Inzake [verzoeker], wonende te Bergambacht, verzoeker
tegen het college van burgemeester en wethouders van Bergambacht, verweerder.
Derde partij(en): [belanghebbende], wonende te Bergambacht, vergunninghouder.
1. Gevraagde voorlopige voorziening.
Een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 Awb is verzocht ten aanzien van het besluiten van verweerder, kenmerk
2. Zitting.
Het verzoek om een voorlopige voorziening is behandeld ter zitting van 15 maart 2000.
3. Beoordeling van het verzoek om een voorlopige voorziening.
Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de president van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Voor zover deze toetsing meebrengt dat het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld, heeft het oordeel van de president daaromtrent een voorlopig karakter en is dat niet bindend voor de beslissing in die procedure.
Het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Awb komt mitsdien niet voor inwilliging in aanmerking.
Van omstandigheden op grond waarvan een van de partijen zou moeten worden veroordeeld in de proceskosten van de andere partij, is de president niet gebleken.
4. Beslissing.
De president van de Arrondissementsrechtbank 's-Gravenhage,
Wijst het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht af.
Aldus gegeven door mr. T.M.A. Claessens, als fungerend president, en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2000, in tegenwoordigheid van de griffier.
Voor eensluidend afschrift,
de griffier van de Arrondissementsrechtbank 's-Gravenhage,
Verzonden:
Coll. :
Volledige tekst
President van de Arrondissementsrechtbank 's-Gravenhage
Sector Bestuursrecht
-------------------------------------------
UITSPRAAK
ingevolge artikel 8:84
van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
-------------------------------------------
Reg.nr.: Awb 00/1540, 00/1544 en 00/1547
Inzake [verzoeker], wonende te Bergambacht, verzoeker
tegen het college van burgemeester en wethouders van Bergambacht, verweerder.
Derde partij(en): [belanghebbende], wonende te Bergambacht, vergunninghouder.
1. Gevraagde voorlopige voorziening.
Een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 Awb is verzocht ten aanzien van het besluiten van verweerder, kenmerk
2. Zitting.
Het verzoek om een voorlopige voorziening is behandeld ter zitting van 15 maart 2000.
3. Beoordeling van het verzoek om een voorlopige voorziening.
Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de president van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Voor zover deze toetsing meebrengt dat het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld, heeft het oordeel van de president daaromtrent een voorlopig karakter en is dat niet bindend voor de beslissing in die procedure.
Het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Awb komt mitsdien niet voor inwilliging in aanmerking.
Van omstandigheden op grond waarvan een van de partijen zou moeten worden veroordeeld in de proceskosten van de andere partij, is de president niet gebleken.
4. Beslissing.
De president van de Arrondissementsrechtbank 's-Gravenhage,
Wijst het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht af.
Aldus gegeven door mr. T.M.A. Claessens, als fungerend president, en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2000, in tegenwoordigheid van de griffier.
Voor eensluidend afschrift,
de griffier van de Arrondissementsrechtbank 's-Gravenhage,
Verzonden:
Coll. :
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.