Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Rotterdam, 26 juni 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:9881Zaaknummer ROT 24/10147

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
11 augustus 2026
Zaaknummer
ROT 24/10147
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Varia. Subsidieregeling Coronabanen in de zorg. Beroep ongegrond. Uit de overgelegde stukken kan niet worden opgemaakt dat aan de voorwaarden voor subsidieverlening is voldaan. Ook is geen sprake van strijd met het evenredigheidsbeginsel.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Veling, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Meijer, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 26 juni 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: Wettelijk kader

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 4:42

De beschikking tot subsidievaststelling stelt het bedrag van de subsidie vast en geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde bedrag overeenkomstig afdeling 4.2.7.

Artikel 4:45

1. Bij de aanvraag tot subsidievaststelling toont de aanvrager aan dat de activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de subsidie verbonden verplichtingen, tenzij de subsidie voor de aanvang van de activiteiten wordt vastgesteld.

2. Bij de aanvraag tot subsidievaststelling legt de aanvrager rekening en verantwoording af omtrent de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn.

Artikel 4:46

1. Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, stelt het bestuursorgaan de subsidie overeenkomstig de subsidieverlening vast.

2. De subsidie kan lager worden vastgesteld indien:

a.de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden;

b.de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;

c.de subsidie-ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid, of

d.de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidie-ontvanger dit wist of behoorde te weten.

3. Voor zover het bedrag van de subsidie afhankelijk is van de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, worden kosten die in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd bij de vaststelling van de subsidie niet in aanmerking genomen.

Artikel 4:57

1. Het bestuursorgaan kan onverschuldigd betaalde subsidiebedragen terugvorderen.

2. Het bestuursorgaan kan het terug te vorderen bedrag bij dwangbevel invorderen.

3. Het bestuursorgaan kan het terug te vorderen bedrag verrekenen met een aan dezelfde subsidie-ontvanger voor dezelfde activiteiten verstrekte subsidie voor een ander tijdvak.

4. Terugvordering van een subsidiebedrag of een voorschot vindt niet plaats voor zover na de dag waarop de subsidie is vastgesteld, dan wel de handeling, bedoeld in artikel 4:49, eerste lid, onderdeel c, heeft plaatsgevonden, vijf jaren zijn verstreken.

Artikel 4:125

1. Het bezwaar, beroep of hoger beroep tegen de beschikking waarbij de verplichting tot betaling van een geldsom is vastgesteld, heeft mede betrekking op een bijkomende beschikking van hetzelfde bestuursorgaan omtrent verrekening, uitstel van betaling, verlening van een voorschot, vaststelling van de rente of gehele of gedeeltelijke kwijtschelding, voor zover de belanghebbende deze beschikking betwist.

Artikel 8:1

Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter.

Subsidieregeling coronabanen in de zorg

Artikel 3. Subsidiabele activiteiten

1. De minister kan op aanvraag aan een zorgaanbieder een subsidie verstrekken voor het tewerkstellen en begeleiden van werknemers via coronabanen om de continuïteit van zorg tijdens de COVID-19 uitbraak te kunnen waarborgen.

2. De minister kan op aanvraag aan een zorgaanbieder een subsidie verstrekken voor het via coronabanen tewerkstellen en begeleiden van werknemers die een beroepsopleiding in de derde leerweg volgen als bedoeld in artikel 1.4.1, lid 1.a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs met als doel het behalen van een certificaat als bedoeld in artikel 7.2.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs.

3. De coronabanen die in aanmerking komen voor subsidie zijn:

a. coronabaan – gastheer of gastvrouw;

b. coronabaan – zorg-assistent of zorgbuddy;

c. coronabaan – ADL-ondersteuner;

d. coronabaan – welzijn-assistent;

e. coronabaan – ondersteuner zorgmedewerker; of

f. coronabaan – ondersteuner veiligheid.

Artikel 4. Subsidievoorwaarden

1. Subsidie wordt enkel verstrekt aan zorgaanbieders die op 1 januari 2021 in het handelsregister stonden ingeschreven met een hoofd- of nevenactiviteit met een SBI-code die in de Bijlage is opgenomen.

2. In afwijking van het eerste lid, kan subsidie worden verstrekt aan een zorgaanbieder indien uit de aanduiding waarmee de zorgaanbieder op 1 januari 2021 is ingeschreven in het handelsregister, naar het oordeel van de minister blijkt dat de zorgaanbieder een hoofd- of nevenactiviteit uitvoert die in de Bijlage is opgenomen.

3. De activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, zijn in totaal voor maximaal zes maanden subsidiabel in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021.

4. Subsidie voor periode 1 wordt uitsluitend verstrekt indien:

a. de werknemer vanaf 1 januari 2021 wordt ingezet bij de zorgaanbieder;

b. het contract voor minimaal twee en maximaal zes maanden wordt aangegaan; en

c. in het contract wordt vastgelegd dat de arbeidsduur in ieder geval gemiddeld 20 uur per week bedraagt.

5. Subsidie voor periode 2 wordt uitsluitend verstrekt indien:

a. de werknemer vanaf 1 juli 2021 maar voor 1 oktober 2021 wordt ingezet bij de zorgaanbieder;

b. het contract voor minimaal twee en maximaal zes maanden wordt aangegaan; en

c. in het contract wordt vastgelegd dat de arbeidsduur in ieder geval gemiddeld 20 uur per week bedraagt.

6. De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien het aantal personen dat coronabanen als bedoeld in artikel 3, derde lid, verricht en waarvoor de zorgaanbieder subsidie aanvraagt, het aantal werkzame personen bij de zorgaanbieder met meer dan 100% doet toenemen.

7. In afwijking van het zesde lid kan een zorgaanbieder met maximaal 2 werkzame personen subsidie voor in totaal 3 coronabanen als bedoeld in artikel 3, derde lid, aanvragen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres
  2. Samenvatting
  3. Procesverloop
  4. Beoordeling door de rechtbank
  5. Beslissing
  6. Informatie over hoger beroep
  7. Bijlage: Wettelijk kader

RECHTBANK ROTTERDAM

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 24/10147

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 juni 2026 in de zaak tussen

[naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. H. Weisfelt),

en

de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de minister

(gemachtigden: mr. J.P. Bloos, mr. M. Veldman en mr. H.M. den Herder).

Samenvatting

1.1.

Deze uitspraak gaat over het besluit van de minister tot het op nihil stellen van een subsidie over coronabanen in de zorg en tot het terugvorderen van het uitbetaalde voorschot. Eiseres is het niet met dit besluit eens.

1.2.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep van eiseres ongegrond is. Eiseres heeft niet aangetoond dat de subsidiabele activiteiten zijn verricht en dus ook niet dat aan de voorwaarden voor subsidieverlening is voldaan.

Procesverloop

2.1.

De minister heeft met het primaire besluit van 22 september 2023 de subsidie vastgesteld op € 0,- en het verstrekte voorschot van € 124.958,98 teruggevorderd. Met het bestreden besluit van 7 maart 2024 op het bezwaar van eiser is de minister hierbij gebleven. Wel is in het bestreden besluit de motivering verbeterd.

2.2.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

2.3.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

2.4.

De rechtbank heeft het beroep op 2 maart 2026 op een zitting behandeld. De gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van de minister hebben hieraan deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit

3.1.

Op 31 maart 2021 heeft eiseres verzocht om een subsidie op grond van de Subsidieregeling Coronabanen in de zorg (hierna: de Subsidieregeling 2021). Deze regeling voorziet in de financiering voor het uitvoeren van extra taken als gevolg van de coronabeperkingen en regels. Coronabanen waren banen waar geen of beperkte scholing voor nodig was, maar die als voornaamste doel hadden om op korte termijn verlichting te bieden aan de cruciale sectoren die overbelast waren. Er moest worden voorkomen dat deze sectoren zouden stilvallen: dit zou namelijk een grote impact op de maatschappij hebben gehad. Als gevolg van deze aanpak konden mensen die op dat moment geen werk hadden of niet naar hun werk konden gaan als gevolg van de coronacrisis, toch tijdelijk aan de slag.[_d2b2e505-f51c-46c3-a2fb-ebba9c5614fd]

3.2.

Bij besluit van 23 april 2021 heeft de minister de aanvraag van eiseres ingewilligd en een subsidie verleend van € 124.958,98 voor twaalf coronabanen in de zorg in de periode van 31 januari 2021 tot en met 30 juni 2021. Dit bedrag is als voorschot verstrekt, in afwachting van de definitieve vaststelling van de subsidie.

3.3.

Eiseres heeft de minister op 2 juni 2022 verzocht de subsidie definitief vast te stellen.

3.4.

De minister heeft een steekproefcontrole uitgevoerd. In dit kader is eiseres verzocht nadere stukken aan te leveren.

3.5.

Bij het primaire besluit heeft de minister de subsidie vastgesteld op nihil en het als voorschot verstrekte bedrag teruggevorderd omdat volgens de minister de rechtmatigheid van de subsidie niet kan worden vastgesteld.

3.6.

De minister heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat de toegestuurde overeenkomsten niet voldoen aan de definitie van contract als vermeld in de Subsidieregeling 2021. Daarmee is niet voldaan aan de aan de subsidie verbonden voorwaarden. De overgelegde detacheringsovereenkomsten met [naam bedrijf]. zien niet op specifieke natuurlijke personen die de coronabanen uitvoeren. Het gaat om zogenoemde mantelovereenkomsten. De mantelovereenkomsten zijn onvoldoende onderscheidend en op basis daarvan kan onvoldoende worden vastgesteld dat er daadwerkelijk sprake is geweest van detachering van werknemers in het kader van de coronabanen-regeling. Daarnaast is in de mantelovereenkomsten niet gespecificeerd welke functie het betreft en is geen arbeidsduur vastgelegd.

4. De rechtbank beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden van eiseres of het bestreden besluit in stand kan blijven. Voor de toepasselijke wettelijke regels, zoals die golden ten tijde van belang, wordt verwezen naar de bijlage bij deze uitspraak.

5.1.

Eiseres voert aan dat aan de voorwaarden voor subsidieverlening is voldaan en dat (mogelijke) fouten in de detacheringsovereenkomsten hier niet aan afdoen. De corona-gerelateerde werkzaamheden zijn uitgevoerd. Omdat er in de betreffende periode meerdere detachteringsovereenkomsten met het detacheringsbureau liepen, waarbij van standaardteksten gebruik is gemaakt, is er verwarring ontstaan. Daarom staat in de detachteringsovereenkomsten geen omschrijving van de coronabanen.

5.2.

De rechtbank stelt voorop dat de last om te bewijzen dat de subsidiabele activiteiten zijn verricht en dat aan de voorwaarden voor subsidieverlening is voldaan, op eiseres rust.[_6a3ddb6d-2382-4226-a3d4-7eb4745068c5] Eiseres heeft dienstverleningsovereenkomsten met [naam bedrijf]. van 31 maart 2021 en 1 april 2021 overgelegd met een factuur en een betalingsbewijs. Het betreft zogenoemde mantelovereenkomsten. Dat wil zeggen dat deze overeenkomsten algemeen van aard zijn en niet specifiek zien op de gedetacheerde werknemer. De mantelovereenkomsten zijn onvoldoende onderscheidend. Ook blijkt uit de overeenkomsten niet voor welke functies medewerkers werden gedetacheerd en voor welke arbeidsduur. Dat laatste blijkt wel uit de overgelegde factuur, maar deze factuur ziet slechts op een beperkte periode van één week. Omdat de Subsidieregeling 2021 voorschrijft welke functies als coronabaan aangemerkt worden en ook vereist dat de arbeidsduur in ieder geval gemiddeld twintig uur per week bedraagt, stelt de minister terecht dat uit de overlegde stukken niet kan worden opgemaakt dat aan de voorwaarden voor subsidieverlening is voldaan. Verder heeft de minister terecht gewezen op meerdere andere onregelmatigheden. Zo komen de namen op de door eiseres overgelegde factuur niet overeen met de namen op de loonaangifte, staat de loonaangifte op naam van eiseres in plaats van op naam van [naam bedrijf] (waar het personeel in dienst zou zijn) en zijn de medewerkers ten aanzien van wie loonaangifte is gedaan al in dienst getreden vóór de coronaperiode. Eiseres heeft deze onregelmatigheden niet plausibel kunnen verklaren.

6.1.

Eiseres voert daarnaast aan dat het op nihil stellen van de subsidie en de volledige terugvordering onevenredig zijn omdat de subsidie wel juist is besteed.

6.2.

Naar het oordeel van de rechtbank is van strijd met het evenredigheidsbeginsel geen sprake. De Subsidieregeling 2021 is in het leven geroepen om de zorgsector, die door de coronacrisis ernstig was getroffen, te ondersteunen door middel van het financieren van coronabanen. In dit geval is niet gebleken dat daadwerkelijk coronabanen zijn gecreëerd als bedoeld in de Subsidieregeling 2021. Het achteraf vaststellen van de subsidie op nihil en het terugvorderen van de reeds uitgekeerde bedragen is een geschikt en een noodzakelijk middel om ervoor te zorgen dat de subsidie alleen bij rechthebbende zorgaanbieders terecht komt. De rechtbank acht de terugvordering ook niet onevenwichtig. Eiseres heeft namelijk geen bijzondere omstandigheden aannemelijk gemaakt die tot dat oordeel aanleiding geven. Ook is hierbij van belang dat het bij de uitbetaalde bedragen ging om voorschotten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Veling, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Meijer, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 26 juni 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: Wettelijk kader

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 4:42

De beschikking tot subsidievaststelling stelt het bedrag van de subsidie vast en geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde bedrag overeenkomstig afdeling 4.2.7.

Artikel 4:45

1. Bij de aanvraag tot subsidievaststelling toont de aanvrager aan dat de activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de subsidie verbonden verplichtingen, tenzij de subsidie voor de aanvang van de activiteiten wordt vastgesteld.

2. Bij de aanvraag tot subsidievaststelling legt de aanvrager rekening en verantwoording af omtrent de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn.

Artikel 4:46

1. Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, stelt het bestuursorgaan de subsidie overeenkomstig de subsidieverlening vast.

2. De subsidie kan lager worden vastgesteld indien:

a.de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden;

b.de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;

c.de subsidie-ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid, of

d.de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidie-ontvanger dit wist of behoorde te weten.

3. Voor zover het bedrag van de subsidie afhankelijk is van de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, worden kosten die in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd bij de vaststelling van de subsidie niet in aanmerking genomen.

Artikel 4:57

1. Het bestuursorgaan kan onverschuldigd betaalde subsidiebedragen terugvorderen.

2. Het bestuursorgaan kan het terug te vorderen bedrag bij dwangbevel invorderen.

3. Het bestuursorgaan kan het terug te vorderen bedrag verrekenen met een aan dezelfde subsidie-ontvanger voor dezelfde activiteiten verstrekte subsidie voor een ander tijdvak.

4. Terugvordering van een subsidiebedrag of een voorschot vindt niet plaats voor zover na de dag waarop de subsidie is vastgesteld, dan wel de handeling, bedoeld in artikel 4:49, eerste lid, onderdeel c, heeft plaatsgevonden, vijf jaren zijn verstreken.

Artikel 4:125

1. Het bezwaar, beroep of hoger beroep tegen de beschikking waarbij de verplichting tot betaling van een geldsom is vastgesteld, heeft mede betrekking op een bijkomende beschikking van hetzelfde bestuursorgaan omtrent verrekening, uitstel van betaling, verlening van een voorschot, vaststelling van de rente of gehele of gedeeltelijke kwijtschelding, voor zover de belanghebbende deze beschikking betwist.

Artikel 8:1

Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter.

Subsidieregeling coronabanen in de zorg

Artikel 3. Subsidiabele activiteiten

1. De minister kan op aanvraag aan een zorgaanbieder een subsidie verstrekken voor het tewerkstellen en begeleiden van werknemers via coronabanen om de continuïteit van zorg tijdens de COVID-19 uitbraak te kunnen waarborgen.

2. De minister kan op aanvraag aan een zorgaanbieder een subsidie verstrekken voor het via coronabanen tewerkstellen en begeleiden van werknemers die een beroepsopleiding in de derde leerweg volgen als bedoeld in artikel 1.4.1, lid 1.a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs met als doel het behalen van een certificaat als bedoeld in artikel 7.2.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs.

3. De coronabanen die in aanmerking komen voor subsidie zijn:

a. coronabaan – gastheer of gastvrouw;

b. coronabaan – zorg-assistent of zorgbuddy;

c. coronabaan – ADL-ondersteuner;

d. coronabaan – welzijn-assistent;

e. coronabaan – ondersteuner zorgmedewerker; of

f. coronabaan – ondersteuner veiligheid.

Artikel 4. Subsidievoorwaarden

1. Subsidie wordt enkel verstrekt aan zorgaanbieders die op 1 januari 2021 in het handelsregister stonden ingeschreven met een hoofd- of nevenactiviteit met een SBI-code die in de Bijlage is opgenomen.

2. In afwijking van het eerste lid, kan subsidie worden verstrekt aan een zorgaanbieder indien uit de aanduiding waarmee de zorgaanbieder op 1 januari 2021 is ingeschreven in het handelsregister, naar het oordeel van de minister blijkt dat de zorgaanbieder een hoofd- of nevenactiviteit uitvoert die in de Bijlage is opgenomen.

3. De activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, zijn in totaal voor maximaal zes maanden subsidiabel in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021.

4. Subsidie voor periode 1 wordt uitsluitend verstrekt indien:

a. de werknemer vanaf 1 januari 2021 wordt ingezet bij de zorgaanbieder;

b. het contract voor minimaal twee en maximaal zes maanden wordt aangegaan; en

c. in het contract wordt vastgelegd dat de arbeidsduur in ieder geval gemiddeld 20 uur per week bedraagt.

5. Subsidie voor periode 2 wordt uitsluitend verstrekt indien:

a. de werknemer vanaf 1 juli 2021 maar voor 1 oktober 2021 wordt ingezet bij de zorgaanbieder;

b. het contract voor minimaal twee en maximaal zes maanden wordt aangegaan; en

c. in het contract wordt vastgelegd dat de arbeidsduur in ieder geval gemiddeld 20 uur per week bedraagt.

6. De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien het aantal personen dat coronabanen als bedoeld in artikel 3, derde lid, verricht en waarvoor de zorgaanbieder subsidie aanvraagt, het aantal werkzame personen bij de zorgaanbieder met meer dan 100% doet toenemen.

7. In afwijking van het zesde lid kan een zorgaanbieder met maximaal 2 werkzame personen subsidie voor in totaal 3 coronabanen als bedoeld in artikel 3, derde lid, aanvragen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.