Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Rotterdam, 10 juli 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:9742Zaaknummer C/10/720134 / JE RK 26-988

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
18 augustus 2026
Zaaknummer
C/10/720134 / JE RK 26-988
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De kinderrechter is van oordeel dat niet meer aan de voorwaarden voor een verlenging van een ondertoezichtstelling wordt voldaan en wijst het verzoek van de GI af.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

wijst het verzoek af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026 door mr. J. Groot, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 16 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/720134 / JE RK 26-988

Datum uitspraak: 10 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige 1],

geboren op [geboortedatum 1] 2013 in [geboorteplaats 1], hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1],

[minderjarige 2],

geboren op [geboortedatum 2] 2015 in [geboorteplaats 2], hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2].

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder],

hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. N. Schiettekatte, kantoorhoudende te Rotterdam.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 21 mei 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum;
  • de brief van mr. N. Schiettekatte met producties, ontvangen op 6 juli 2026.
1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder met haar advocaat;

- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A].

1.3.

De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben hierover een brief gestuurd. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2 De feiten

2.1.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2].

2.2.

[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen bij de moeder.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 8 juli 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengd tot 26 juli 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.

De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. Er is veel veranderd sinds de indiening van het verzoekschrift. De nieuwe jeugdbeschermer heeft goed zicht gekregen op de situatie en het gaat goed met de kinderen en de moeder. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] zijn sinds de verhuizing niet meer angstig en zij lijken weinig bezig te zijn met het verleden. De kinderen staan op de wachtlijst bij [naam GGZ instelling] en vanuit daar moet worden gekeken of er nog sprake is van een actuele hulpvraag. De moeder staat bovendien in goed contact met de hulpverlening en heeft veel hulp zelf georganiseerd. De grootste zorg van de GI is de afwezigheid van de vader en het ontbreken van het contact.

4 De standpunten

4.1.

Door en namens de moeder wordt verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. De moeder erkent dat er nog steeds zorgen zijn, maar de afgelopen periode zijn er positieve stappen gezet. De moeder is in staat om de zorgen weg te nemen met de hulpverlening die al is betrokken. Zij weet de hulpverlening te vinden en zij staat goed in contact met de hulpverlening. Coachpoint is betrokken en zij kunnen ook in het vrijwillig kader betrokken blijven. Ook zal Arosa weer worden opgestart.

5 De beoordeling

5.1.

De kinderrechter is van oordeel dat niet meer aan de voorwaarden voor een verlenging van een ondertoezichtstelling wordt voldaan en wijst het verzoek van de GI af. De kinderrechter overweegt daartoe het volgende.

5.2.

De afgelopen periode heeft de moeder, samen met de kinderen, mooie stappen gezet. Ondanks dat het gezin geen vaste jeugdbeschermer had, heeft de moeder de nodige hulpverlening voor de [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] opgestart om de ernstige ontwikkelingsbedreiging weg te nemen. Coachpoint is betrokken en kan ook in vrijwillig kader betrokken blijven. Dat geldt ook voor de hulp van Arosa. De moeder heeft daarnaast ook hulp ingeschakeld voor [voornaam minderjarige 1] via het Centrum voor Jeugd en Gezin, omdat hij de overstap gaat maken naar de middelbare school. Uit de toelichting van de moeder en de jeugdbeschermer volgt dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] profiteren van deze positieve ontwikkelingen. De kinderrechter heeft de moeder hiervoor ter zitting gecomplimenteerd. Omdat de verschillende instanties ook vanuit het vrijwillige kader betrokken blijven, houden zij zicht op de ontwikkeling van de kinderen. De kinderrechter heeft er bovendien vertrouwen in dat de moeder de nodige hulp blijft inschakelen, ook wanneer er in de toekomst bij haar of de kinderen een nieuwe hulpvraag komt.

5.3.

De kinderrechter spreekt de hoop uit dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] ooit goed contact met de vader kunnen hebben. Het is belangrijk dat hier in het vrijwillig kader, via de al betrokken hulpverlening, aandacht voor blijft. Als uiteindelijk blijkt dat het contact met de vader er niet is of niet kan zijn, is het van belang dat de betrokken hulpverlening daarop inspeelt. Een ondertoezichtstelling zal hierin geen meerwaarde hebben.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

wijst het verzoek af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026 door mr. J. Groot, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 16 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.