Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Rotterdam, 25 juni 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:9731Zaaknummer C/10/719712 / JE RK 26-930

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
18 augustus 2026
Zaaknummer
C/10/719712 / JE RK 26-930
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek ondertoezichtstelling aangehouden. Er wordt vooruitgang geboekt in het vrijwillig kader.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

houdt de beslissing op het verzoek van de Raad aan en bepaalt dat het verhoor van de Raad, de GI, de moeder en de vader zal plaatsvinden op 26 november 2026 om 16:00 uur in het gerechtsgebouw aan Wilhelminaplein 100 / 125 te Rotterdam;

6.2.

de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter;

6.3.

bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de Raad, de GI, de moeder en de vader;

6.4.

gelast de oproeping van [voornaam minderjarige] tegen een nader te bepalen datum en tijdstip;

6.5.

verzoekt de Raad uiterlijk een week voor de genoemde zittingsdatum en tijdstip de verzochte rapportage te doen toekomen (met afschrift aan de GI, de moeder en de vader).

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van L.M. Buurman als griffier, en op schrift gesteld op 16 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/719712 / JE RK 26-930

Datum uitspraak: 25 juni 2026

Beschikking van de kinderrechter

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen: de Raad, gevestigd in Rotterdam,

over

[minderjarige],

geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [voornaam minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder],

hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[naam vader],

hierna te noemen: de vader, zonder vaste woon- of verblijfplaats.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 13 mei 2026, bij de rechtbank binnengekomen op diezelfde datum.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder;

- de vader;

- een tweetal vertegenwoordigers van de Raad, [persoon A] en [persoon B];

- een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de GI), [persoon C], als informant.

1.3.

De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2 De feiten

2.1.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige].

2.2.

[voornaam minderjarige] woont bij haar moeder.

3 Het verzoek

3.1.

De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.

De Raad handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht het als volgt toe. CoachPoint en Intensieve Hulpverlening (IH) zijn betrokken bij het gezin. Ondanks de inzet van hulpverlening binnen het vrijwillig kader, is er nog steeds sprake van veel schoolverzuim. IH heeft aangegeven dat er met de inzet van de vrijwillige hulpverlening onvoldoende resultaat wordt bereikt. Daarnaast heeft de Raad zorgen over het contact tussen de moeder en de vader. Een ondertoezichtstelling is nodig, zodat een jeugdbeschermer de regie voert en ervoor zorgt dat de hulpverlening niet langs elkaar werkt.

4 De standpunten

4.1.

De GI brengt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren. Binnen het gezinssysteem is sprake van diverse gezondheidsklachten. De GI sluit niet uit dat dit een oorzaak is van het schoolverzuim. De moeder staat open voor hulpverlening en er is een fijne samenwerking met CoachPoint. Gelet hierop is de GI van mening dat het verzoek van de Raad moet worden aangehouden, om te bekijken of de zorgen met de betrokkenheid van CoachPoint binnen het vrijwillig kader kunnen worden weggenomen.

4.2.

De moeder brengt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren. De moeder ervaart de samenwerking met CoachPoint als zeer positief. De begeleiding geeft veel tips en werkt aan de zelfredzaamheid van [voornaam minderjarige]. Ook IH is betrokken. Uit onderzoek is gebleken dat er bij de moeder sprake is van chronische vermoeidheid. Het lukt de moeder niet altijd om op tijd op te staan. Zij heeft al veel ondernomen om te laten onderzoeken wat er met haar aan de hand is. De moeder heeft meermaals geprobeerd de vader te betrekken in de hulpverlening, maar de vader staat hiervoor niet open.

4.3.

De vader brengt tijdens de mondelinge behandeling naar voren dat hij ervoor open staat om mee te werken aan hulpverlening en samen te werken met de moeder.

5 De beoordeling

5.1.

De kinderrechter overweegt het volgende. De kinderrechter deelt de zorgen van de Raad over het schoolverzuim van [voornaam minderjarige]. Zij heeft hierdoor een leerachterstand opgelopen en mist sociale contacten. Daarnaast zijn er zorgen over de persoonlijke problematiek en gezondheid van de moeder, waardoor zijn niet altijd voldoende beschikbaar is voor de kinderen. De afgelopen jaren zijn verschillende hulpverlenende instanties betrokken geweest. Dit heeft echter niet tot een voldoende verbetering van de situatie geleid. Anderzijds is uit de stukken en ter zitting gebleken dat de moeder op dit moment een positieve samenwerking ervaart met CoachPoint. Het gezin heeft baat bij deze hulpverlening en er worden positieve stappen gezet. Het gezin werkt hier goed aan mee. Gelet op deze recente ontwikkelingen, ziet de kinderrechter aanleiding om het verzoek van de Raad aan te houden tot de hierna te noemen zittingsdatum. Indien immers in het vrijwillig kader voldoende voortuitgang wordt geboekt, gaat dit voor op een ondertoezichtstelling.

5.2.

De kinderrechter verzoekt de Raad om uiterlijk een week voor de genoemde zittingsdatum te rapporteren (met afschrift aan de GI, de moeder en de vader) over de stand van zaken op dat moment en daarbij aan te geven of het verzoek al dan niet wordt gehandhaafd.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

houdt de beslissing op het verzoek van de Raad aan en bepaalt dat het verhoor van de Raad, de GI, de moeder en de vader zal plaatsvinden op 26 november 2026 om 16:00 uur in het gerechtsgebouw aan Wilhelminaplein 100 / 125 te Rotterdam;

6.2.

de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter;

6.3.

bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de Raad, de GI, de moeder en de vader;

6.4.

gelast de oproeping van [voornaam minderjarige] tegen een nader te bepalen datum en tijdstip;

6.5.

verzoekt de Raad uiterlijk een week voor de genoemde zittingsdatum en tijdstip de verzochte rapportage te doen toekomen (met afschrift aan de GI, de moeder en de vader).

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van L.M. Buurman als griffier, en op schrift gesteld op 16 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.