Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Rotterdam, 6 juli 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:9715Zaaknummer C/10/717778 / FA RK 26-2791
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 6 juli 2026
- Publicatiedatum
- 19 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/10/717778 / FA RK 26-2791
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Beschikking
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Voorlopige voorziening. Toevertrouwing van de minderjarigen, zorgregeling, onderhoudsbijdragen.
De rechtbank:
bepaalt dat de minderjarigen aan de vrouw worden toevertrouwd, met bevel tot afgifte van de minderjarigen aan de vrouw, als deze niet al in de macht van de vrouw mochten zijn;
bepaalt dat de regeling over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als volgt zal zijn:
- de minderjarigen verblijven met ingang van 17 juli 2026 twee weekenden aansluitend van vrijdag 19:00 uur tot en met maandag 18:00 bij de man;
- de minderjarigen verblijven met ingang van 10 juli 2026 één weekend bij de vrouw van vrijdag 19:00 tot zondag 18:00 uur bij de vrouw, waarna de minderjarigen verblijven van zondag 18:00 tot maandag 18:00 bij de man;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
en voordat verder wordt beslist:
bepaalt dat de behandeling van de zaak ten aanzien van de kinder- en partneralimentatie wordt aangehouden tot een nader te bepalen mondelinge behandeling;
wijst de overige verzoeken af.
| Deze beschikking is gegeven door mr. H.C.A. de Groot, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van H.J. de Wit, griffier, op 6 juli 2026. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team familie
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/717778 / FA RK 26-2791
Beschikking van 6 juli 2026 over voorlopige voorzieningen
in de zaak van:
[naam man], hierna: de man,
wonende te [woonplaats],
advocaat mr. S. Kandemir te Dordrecht,
t e g e n
[naam vrouw], hierna: de vrouw,
wonende te [woonplaats],
advocaat mr. J.A.M. Schoenmakers te Breda.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen van de man, ingekomen op 8 april 2026;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift, met bijlagen, ingekomen op 17 juni 2026.
- het bericht met bijlagen van de vrouw van 22 juni 2026 (alleen de huurovereenkomst).
Buiten de toegestane termijn zijn de volgende stukken overgelegd:
- de berichten met bijlagen van de vrouw van 18 juni 2026, 19 juni 2026, en 22 juni 2026;
- de berichten met bijlagen van de man van 19 juni 2026.
De rechtbank zal deze stukken buiten beschouwing laten.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 22 juni 2026. Daarbij zijn verschenen:
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [persoon A].
2 De vaststaande feiten
Partijen zijn op 12 juni 2023 met elkaar gehuwd.
De minderjarige kinderen van partijen zijn:
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2024 te [geboorteplaats],
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2025 te [geboorteplaats],
hierna: de minderjarigen.
De man heeft inmiddels een verzoek tot echtscheiding gedaan.
Tijdens de zitting van 7 mei 2026 bij het gerechtshof Den Haag hebben partijen – voor zover relevant – de volgende afspraken gemaakt:
- beide minderjarigen blijven tot en met vrijdag l5 mei 19:00 uur bij de vrouw en zullen iedere week met ingang van vrijdag 15 mei van 19:00 uur tot en met zondagavond 18.00 uur bij de man verblijven. De man zal de minderjarigen dus op vrijdag om 19.00 uur halen en op zondag om 18:00 uur terugbrengen;
- daarnaast zal de man iedere woensdagmiddag vanaf 13 mei na zijn werk naar de vrouw gaan om de minderjarigen te zien. Ouders zullen dan gezamenlijk iets met de minderjarigen doen of de man zal iets alleen met de kinderen doen.
3 De beoordeling
Toevertrouwing van de minderjarigen
De man verzoekt de minderjarigen aan hem toe te vertrouwen.
De vrouw voert gemotiveerd verweer en verzoekt de minderjarigen aan haar toe te vertrouwen.
Beide partijen wensen de toevertrouwing van de minderjarigen. Gezien de omstandigheden dat de vrouw tot nu toe de dagelijkse zorg had over de minderjarigen, geen werk buitenshuis heeft en gelet op de leeftijd van de minderjarigen, moet het in het belang van de minderjarigen worden geacht dat zij aan de vrouw worden toevertrouwd.
Zorgregeling
De man heeft tijdens de mondelinge behandeling zijn verzoek gewijzigd en verzoekt primair een co-ouderschapsregeling te bepalen, subsidiair verzoekt de man de afspraak die is gemaakt bij het hof over te nemen en vast te leggen in de beschikking.
De vrouw voert gemotiveerd verweer en verzoek bij gewijzigd zelfstandig verzoek te bepalen dat:
- de minderjarigen één keer in de twee weken een ruim weekend en elke week een doordeweekse dag bij de man zijn;
- de man het ophalen en terugbrengen van de kinderen organiseert en uitvoert;
- overdrachten plaatsvinden op nader vast te stellen en neutrale en openbare locatie;
- de religieuze feestdagen en vakanties bij helfte te verdelen.
De man voert aan dat hij zo veel mogelijk contact wil met de minderjarigen. Hij wil het liefste een co-ouderschapregeling. De vrouw heeft dit in eerste instantie ook verzocht, maar zij heeft haar verzoek tijdens de mondelinge behandeling gewijzigd omdat zij per 1 juli 2026 een eigen woonruimte heeft en zij meent dat de man, gelet op zijn eigen onderneming, niet in staat is een co-ouderschapregeling te dragen. De man wil voor nu dat de zorgregeling blijft zoals bij het hof is afgesproken, namelijk dat de minderjarigen ieder weekend bij hem zijn. De vrouw geeft aan dat zij de minderjarigen ook een weekend bij zich wil hebben, zodat zij niet alleen doordeweeks maar ook in het weekend tijd met de minderjarigen kan doorbrengen. Zij stelt voor dat de man een vaste doordeweekse dag voor de kinderen zorgt. De rechtbank heeft deze optie tijdens de mondelinge behandeling aan de man voorgelegd en getracht met de man mee te denken. Het is de rechtbank echter niet duidelijk geworden op welke doordeweekse dagen de man beschikbaar is. Het is voor de rechtbank daarom niet duidelijk hoe de man een co-ouderschap denkt uit te voeren. Bij een co-ouderschap is het namelijk wel bedoeling dat als de minderjarigen bij de man verblijven hij het grootste deel van de verzorging en opvoeding zelf ter hand neemt. Omdat de vrouw per 1 juli beschikt over eigen woonruimte is de situatie van partijen gewijzigd en is de regeling dat de man de kinderen ieder weekend heeft niet langer passend. De rechtbank zal daarom als volgt bepalen. De minderjarigen zullen twee weekenden aaneensluitend van vrijdag tot en met de maandag bij de man doorbrengen. Het weekend na die twee weekenden zullen de minderjarigen van vrijdag tot en met zondag bij de vrouw doorbrengen. Daarna verblijven de minderjarigen weer twee weekenden bij de man, enzovoort. De rechtbank zal, gelet op de branche waarin de man een onderneming heeft, tevens bepalen dat de minderjarigen iedere maandag bij de man zullen doorbrengen. Zo heeft de man een omvangrijke zorgregeling en heeft de vrouw de mogelijkheid om regelmatig een weekend met de minderjarigen en haar familie door te brengen. Het is duidelijk dat dit een tijdelijke regeling en ordemaatregel is. Partijen gaan voor het overige in mediation bij het CJIG om te trachten afspraken te maken over wanneer de minderjarigen waar verblijven en dit vast te leggen in een ouderschapsplan.
Onderhoudsbijdragen
De vrouw verzoekt te bepalen dat de man moet bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen met een bedrag van € 625,- per maand per kind, net als dat de man moet bijdragen in de kosten van haar levensonderhoud met een bedrag van € 5.300,- per maand.
De man voert gemotiveerd verweer.
De rechtbank zal dit verzoek dat eerst kort voor de mondelinge behandeling is ingediend aanhouden tot een nader te bepalen mondelinge behandeling.
Proceskosten
Omdat ten aanzien van kinderalimentatie en partneralimentatie nog geen eindbeslissing wordt gegeven, wordt nu ook nog geen beslissing genomen over de proceskosten.
4 De beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat de minderjarigen aan de vrouw worden toevertrouwd, met bevel tot afgifte van de minderjarigen aan de vrouw, als deze niet al in de macht van de vrouw mochten zijn;
bepaalt dat de regeling over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als volgt zal zijn:
- de minderjarigen verblijven met ingang van 17 juli 2026 twee weekenden aansluitend van vrijdag 19:00 uur tot en met maandag 18:00 bij de man;
- de minderjarigen verblijven met ingang van 10 juli 2026 één weekend bij de vrouw van vrijdag 19:00 tot zondag 18:00 uur bij de vrouw, waarna de minderjarigen verblijven van zondag 18:00 tot maandag 18:00 bij de man;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
en voordat verder wordt beslist:
bepaalt dat de behandeling van de zaak ten aanzien van de kinder- en partneralimentatie wordt aangehouden tot een nader te bepalen mondelinge behandeling;
wijst de overige verzoeken af.
| Deze beschikking is gegeven door mr. H.C.A. de Groot, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van H.J. de Wit, griffier, op 6 juli 2026. |
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.