Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Rotterdam, 17 juli 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:9706Zaaknummer 11384200 CV EXPL 24-27254

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17 juli 2026
Publicatiedatum
14 augustus 2026
Zaaknummer
11384200 CV EXPL 24-27254
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Tegeneis ingetrokken, proceskostenveroordeling.

3 De beslissing

De kantonrechter:

In reconventie:

3.1.

veroordeelt [persoon B] in de proceskosten, die aan de kant van [bedrijf A] worden begroot op € 577,-;

3.2.

wijst al het andere af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.

43416

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11384200 CV EXPL 24-27254

datum uitspraak: 17 juli 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

1. [bedrijf A] .,

vestigingsplaats: [vestigingsplaats],

2. [persoon A],

die voorheen handelde onder de naam [handelsnaam A],

woonplaats: [woonplaats 1],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

gemachtigde: mr. J. Wagenmakers,

tegen

[persoon B], die handelt onder de naam [handelsnaam B],

woonplaats: [woonplaats 2],

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

gemachtigde: mr. J.A. de Waard.

De partijen worden hierna ‘ [bedrijf A] ’, ‘ [persoon A] ’ en ‘ [persoon B] ’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • het tussenvonnis van 6 juni 2025 en de daarin genoemde stukken;
  • de brief van de gemachtigde van [persoon B] van 30 juli 2025;
  • de brief van de gemachtigde van [persoon B] van 22 juni 2026.

2 De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

2.1.

[persoon A] en [persoon B] hebben met elkaar samengewerkt. [bedrijf A] en [persoon A] zijn deze zaak gestart, omdat zij betaling eisten van het restant van de lening die aan [persoon B] is verstrekt. [persoon A] heeft vervolgens een tegeneis ingesteld die ertoe strekt dat [bedrijf A] € 20.531,25 aan onbetaalde facturen aan haar moet betalen.

Wat is er gebeurd?

2.2.

In het tussenvonnis van 6 juni 2025 heeft de kantonrechter [persoon B] veroordeeld tot terugbetaling van het restant van de lening. Ten aanzien van de tegeneis van [persoon B] over de facturen die volgens haar niet zijn betaald, heeft [persoon B] een bewijsopdracht gekregen. [persoon B] wilde daaraan invulling geven door het horen van getuigen. Bij brief van 22 juni 2026 heeft de gemachtigde van [persoon B] laten weten dat zij haar tegeneis intrekt en dat het geplande getuigenverhoor op 9 juli 2026 daarom niet door hoefde te gaan.

[persoon B] moet de proceskosten in reconventie betalen

2.3.

Omdat de tegeneis is ingetrokken, hoeft de kantonrechter alleen nog maar een beslissing te nemen over de proceskosten. Deze kosten komen in reconventie voor rekening van [persoon B], omdat [bedrijf A] vanwege de ingestelde tegeneis onnodig kosten heeft moeten maken en [persoon B] bij de intrekking niet heeft gesteld dat de partijen hierover onderling afspraken hebben gemaakt. De kantonrechter begroot de kosten die [persoon B] aan [bedrijf A] en [persoon A] moet betalen op € 577,- in totaal (½ × 2 punten × € 577,-). Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

3 De beslissing

De kantonrechter:

In reconventie:

3.1.

veroordeelt [persoon B] in de proceskosten, die aan de kant van [bedrijf A] worden begroot op € 577,-;

3.2.

wijst al het andere af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.

43416

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.