Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Rotterdam, 6 juli 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:9696Zaaknummer C/10/721236 / JE RK 26-1147

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
6 juli 2026
Publicatiedatum
17 augustus 2026
Zaaknummer
C/10/721236 / JE RK 26-1147
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 10 april 2027;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2026 door mr. J. Groot, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 14 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/721236 / JE RK 26-1147

Datum uitspraak: 6 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west,

gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige],

geboren op [geboortedag] 2016 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [voornaam minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[moeder],

hierna te noemen: de moeder, wonende in [plaats 1],

[vader],

hierna te noemen: de vader, wonende in [plaats 2].

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 10 juni 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum;
  • het schriftelijke standpunt van de moeder, ontvangen op 30 juni 2026.
1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader;

- de moeder;

- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger van de GI].

1.3.

Aangezien de moeder de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Engelse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van J. Stoop, tolk in de Engelse taal. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.

1.4.

De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2 De feiten

2.1.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige].

2.2.

[voornaam minderjarige] heeft haar hoofdverblijfplaats bij de vader, maar verblijft van woensdag op donderdag en om de week in het weekend bij de moeder.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 juli 2026 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 10 juli 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van negen maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.

De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. De afgelopen periode zijn er, sinds de komst van een vaste jeugdbeschermer, gesprekken gevoerd met de ouders en met [voornaam minderjarige]. Hoewel het goed lijkt te gaan met [voornaam minderjarige], maakt de GI zich zorgen over de communicatie tussen de ouders. Family Supporters kan binnenkort starten, maar er dient eerst een gesprek met beide ouders plaats te vinden om doelen te formuleren. De GI vraagt een verlenging van negen maanden, zodat de hulp kan worden opgestart en gemonitord. Hierna kan er worden gekeken of een overdracht naar het vrijwillig kader mogelijk is.

4 De standpunten

4.1.

De moeder kan instemmen met een verlenging van de ondertoezichtstelling als er individuele therapie voor [voornaam minderjarige] komt. De moeder ziet dat [voornaam minderjarige] spanningen ervaart en hulp nodig heeft. Daarnaast maakt de moeder zich zorgen over de veiligheid van [voornaam minderjarige] in de thuissituatie van de vader, vanwege de partner van vader. De moeder wil dat de GI daar onderzoek naar doet. Zij heeft vaak om hulp gevraagd, maar er wordt niet naar de moeder geluisterd. De moeder kan zich niet vinden in het standpunt van de GI dat er sprake is van strijd tussen de ouders.

4.2.

De vader brengt ter zitting het volgende naar voren. De afgelopen periode heeft [voornaam minderjarige] zich goed ontwikkeld en ook op school gaat het goed. De vader ziet de zorgen die door de moeder worden gesteld niet. De vader heeft ervoor gekozen om niet meer in te gaan op alle verwijten die worden gemaakt om de rust te bewaren in zijn gezin. In het verleden heeft de vader gevraagd om speltherapie voor [voornaam minderjarige], maar dit is nooit opgestart. De vader staat open voor Family Supporters en voor individuele hulp voor [voornaam minderjarige] als dat nodig blijkt.

5 De beoordeling

5.1.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.[_aa501074-fda7-4fe0-b645-652d73059436] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

5.2.

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige] nog steeds ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Er is sprake van een voortdurende strijd tussen de ouders en ook op zitting is dit goed zichtbaar. Het lukt de ouders niet om in het belang van [voornaam minderjarige] te communiceren en [voornaam minderjarige] is onderdeel geworden van de strijd tussen de ouders. Dit is de afgelopen periode niet verbeterd en de visies van de ouders liggen ver uit elkaar. Zij hebben een ander beeld bij wat er nodig is voor hun dochter. In tegenstelling tot de visie van de moeder, zien bijvoorbeeld de vader, de GI en andere betrokken instanties op dit moment geen aanleiding om individuele hulp in te zetten voor [voornaam minderjarige].

5.3.

Het is positief dat Family Supporters binnenkort kan gaan starten. Vanuit Family Supporters kan, indien dit door een professional nodig wordt geacht, individuele hulpverlening voor [voornaam minderjarige] worden ingezet. Indien dit niet nodig wordt geacht, zal dit – ondanks de sterke wens van de moeder – niet worden ingezet. De kinderrechter benadrukt dat het niet de bedoeling dat [voornaam minderjarige] het gevoel krijgt dat het probleem bij haar ligt. Het zijn de ouders die in het belang van [voornaam minderjarige] de nodige stappen dienen te zetten. Daarbij is het van belang dat de ouders elkaar niet diskwalificeren als ouder. De kinderrechter spreekt de hoop uit dat het de ouders de komende periode lukt om met de hulp van Family Supporters de nodige stappen te zetten.

5.4.

De kinderrechter ziet, in tegenstelling tot de moeder, verder geen noodzaak om de GI nogmaals onderzoek te laten doen naar incidenten uit 2025. Ter zitting heeft de GI uitleg gegeven over hoe er is gehandeld na meldingen over incidenten in de thuissituatie van de vader. De GI is op huisbezoek geweest, er zijn gesprekken gevoerd en er zijn veiligheidsafspraken gemaakt. Sindsdien zijn er geen nieuwe zorgen of meldingen naar voren gekomen.

5.5.

Gelet op al het voorgaande is de ondertoezichtstelling nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van negen maanden.

5.6.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 10 april 2027;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2026 door mr. J. Groot, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 14 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.