Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Rotterdam, 6 juli 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:9693Zaaknummer C/10/720572 / JE RK 26-1048

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
6 juli 2026
Publicatiedatum
17 augustus 2026
Zaaknummer
C/10/720572 / JE RK 26-1048
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij de oma van moederszijde, tot 14 oktober 2026;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2026 door mr. J. Groot, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 14 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 Informatie van de oma mz
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/720572 / JE RK 26-1048

Datum uitspraak: 6 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige],

geboren op [geboortedag] 2024 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [voornaam minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[moeder],

hierna te noemen: de moeder, wonende in [ plaats 1].

De kinderrechter merkt als informant aan:

[oma mz],

hierna te noemen: de oma van moederszijde (mz), wonende in [plaats 2].

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 27 mei 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 29 mei 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

  • een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger van de GI];
  • de oma mz.
1.3.

De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.

2 De feiten

2.1.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige].

2.2.

[voornaam minderjarige] verblijft bij de oma mz.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 14 januari 2026 [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI tot 14 oktober 2026. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verleend tot 14 juli 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] voor verblijf anders, te weten bij de oma mz, te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.

De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. Het gaat goed met [voornaam minderjarige] bij de oma mz en hij krijgt daar de zorg die hij nodig heeft. Binnenkort zal er een screening plaatsvinden door pleegzorg. Het lukt de moeder onvoldoende om de afspraken na te komen, waardoor er nog geen zicht is op een thuisplaatsing.

4 Informatie van de oma mz

4.1.

De oma mz staat achter een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. Het gaat goed met [voornaam minderjarige] en de oma mz gaat met [voornaam minderjarige] naar alle afspraken. Inmiddels is hij ook aangemeld voor de peuterspeelzaal. De oma mz staat open voor hulp in de thuissituatie. De moeder komt, wanneer dat haar lukt, op dinsdag en vrijdag langs en dan ziet zij [voornaam minderjarige].

5 De beoordeling

5.1.

Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.[_895292f9-a503-4527-9126-eb903ece6326]

5.2.

[voornaam minderjarige] verblijft al een langere periode bij de oma mz en het gaat daar goed met hem. De oma mz biedt [voornaam minderjarige] de zorg die hij nodig heeft om zich adequaat te kunnen ontwikkelen. De kinderrechter acht het in het belang van [voornaam minderjarige] dat zijn verblijf bij de oma mz kan worden voortgezet. Het is positief dat er binnenkort een screening gaat plaatsvinden en dat de oma mz open staat voor hulp in de thuissituatie.

5.3.

Op dit moment beschikt de moeder niet over een eigen woning, waardoor een thuisplaatsing van [voornaam minderjarige] niet mogelijk is. Daarnaast zijn de doelen van de ondertoezichtstelling nog niet behaald en er is de afgelopen periode onvoldoende aan deze doelen gewerkt. Tot op heden is de nodige hulpverlening voor de moeder nog niet (voldoende) opgestart. Dit is deels te wijten aan de wisseling van jeugdbeschermer, maar ook het contact tussen de GI en de moeder verloopt moeizaam. De komende periode zal moeten worden bezien of het de moeder lukt om in het belang van [voornaam minderjarige] de nodige stappen te zetten.

5.4.

De kinderrechter spreekt de hoop uit dat de moeder in contact treedt met de GI, zodat er aan de doelen kan worden gewerkt en er kan worden gekeken of [voornaam minderjarige] in de toekomst weer bij de moeder kan gaan wonen.

5.5.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij de oma van moederszijde, tot 14 oktober 2026;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2026 door mr. J. Groot, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 14 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.