Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Rotterdam, 7 juli 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:9534Zaaknummer C/10/722261 / JE RK 26-1269
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 7 juli 2026
- Publicatiedatum
- 17 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/10/722261 / JE RK 26-1269
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Beschikking
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verlenging van de uithuisplaatsing van een minderjarige, omdat de positieve ontwikkeling van de moeder nog onvoldoende lang stabiel is. De komende periode wordt gebruikt om de mogelijkheden van terugplaatsing te beoordelen.
5 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 8 januari 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026 door mr. R. van den Wildenberg, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 17 juli 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/722261 / JE RK 26-1269
Datum uitspraak: 7 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, gevestigd in Amsterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedag] 2023 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [voornaam minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 26 juni 2026, ontvangen op diezelfde datum.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 juli 2026. Daarbij was aanwezig:
- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger van de GI].
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen. De GI heeft ter zitting toegelicht dat de GI contact heeft gehad met de moeder en dat de moeder op de hoogte was van de zitting.
2 De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige].
[voornaam minderjarige] verblijft in een pleeggezin.
Bij beschikking van 25 februari 2026 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 8 maart 2027. Bij die beschikking is ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 8 juli 2026.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. De samenwerking met de moeder is verbeterd. De moeder heeft eenmaal per week begeleide omgang met [voornaam minderjarige]. Deze omgang vond aanvankelijk een uur per week plaats, maar is inmiddels uitgebreid naar anderhalf uur per week. De woning van de moeder is steeds beter bewoonbaar. Om die reden zal de omgang worden verplaatst naar de woning van de moeder, zodat [voornaam minderjarige] kan wennen aan de woning. Vanuit deze situatie kan zicht worden verkregen op de opvoedvaardigheden van de moeder. Daarnaast dient te worden beoordeeld of de situatie veilig is en of een eventuele terugplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de moeder mogelijk is.
4 De beoordeling
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.[_366c87c8-2c93-4e05-8bbe-67bd27f1e459]
[voornaam minderjarige] verblijft in het pleeggezin vanwege zorgen over de emotionele en psychische situatie van de moeder, het middelengebruik van de moeder en haar opvoedvaardigheden. Hierdoor kon de veiligheid van [voornaam minderjarige] bij de moeder thuis onvoldoende worden gewaarborgd. Inmiddels laat de moeder een positieve ontwikkeling zien. De begeleide omgangsmomenten met [voornaam minderjarige] verlopen goed en de moeder laat zien dat zij goed aansluit bij de behoeften van [voornaam minderjarige]. Daarnaast komt de moeder haar afspraken met de hulpverlening na. De komende zes maanden zijn nog nodig om de omgang verder te monitoren en waar mogelijk uit te breiden. Daarbij dient onder meer te worden beoordeeld of de moeder stabiel blijft en vrij blijft van middelengebruik gedurende een langere periode. Pas daarna kan worden beoordeeld of een terugplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de moeder veilig en verantwoord is.
De GI heeft ter zitting toegelicht dat het doel is om toe te werken naar een terugplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de moeder, mits de positieve lijn wordt voortgezet. Daarbij is het van belang dat de moeder openheid blijft geven over haar situatie en haar medewerking aan de hulpverlening voortzet. Het pleeggezin waar [voornaam minderjarige] momenteel verblijft is geen perspectiefbiedend pleeggezin, maar [voornaam minderjarige] kan daar de komende zes maanden nog wel blijven. Indien eerder zicht bestaat op een veilige opvoedsituatie bij de moeder, kan een terugplaatsing eerder aan de orde zijn.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 8 januari 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026 door mr. R. van den Wildenberg, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 17 juli 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.