Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Rotterdam, 1 juli 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:9501Zaaknummer C/10/722207 HA RK 26-620

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
3 augustus 2026
Zaaknummer
C/10/722207 HA RK 26-620
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig, Verschoning
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek tot verschoning toegewezen

De rechtbank:

- wijst toe het verzoek van mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten zich in de onder 1.1 genoemde procedures te mogen verschonen.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.J.P. van Essen, voorzitter, en K.A. Baggerman en C. Sikkel, rechters, en door de voorzitter en de griffier ondertekend op 1 juli 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop en de processtukken
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer voor verschoningszaken

Zaaknummer / rekestnummer: C/10/722207 HA RK 26-620

Beslissing van 1 juli 2026

op het verzoek van:

mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten,

rechter in de rechtbank Rotterdam, Team handel en haven (hierna: de rechter),

ertoe strekkende zich te mogen verschonen in de zaken van:

C/10/715103 HA ZA 26-164

[eiseres]

woonachtig te [woonplaats 1],

hierna: eiseres,

advocaat: mr. M.P. Vink,

tegen

[gedaagde 1],

woonachtig te [woonplaats 2],

hierna: gedaagde,

advocaat: mr. M. Spanjaart.

C/10/708105 HA ZA 25-893

[eisers], eisers

woonachtig te [woonplaats 3],

hierna: eisers,

advocaat: mr. R. Vane,

tegen

[gedaagde 2],

woonachtig te [woonplaats 1],

hierna: gedaagde,

advocaten: mr. M.P. Vink en mr. M.A.G. Bosman,

en

C/10/715099 HA ZA 26-163

[eiseres],

woonachtig te [woonplaats 1],

hierna: eiseres,

advocaat: mr. M.P. Vink,

tegen

Zurich Insurance Europe AG,

gevestigd te Frankfurt am Main (Duitsland),

hierna: gedaagde,

advocaat: mr. E.W. van Orsouw,

1 Het procesverloop en de processtukken

1.1.

Aan de rechter zijn toebedeeld de zaken met de kenmerken C/10/715103 HA ZA 26-164, C/10/708105 HA ZA 25-893 en C/10/715099 HA ZA 26-163. De mondelinge behandeling van de zaken is gepland op 14 juli 2026.

1.2.

Op 26 juni 2026 heeft de rechter een schriftelijk verzoek tot verschoning gedaan.

2 Het verzoek

Ter adstructie van het verzoek om verschoning heeft de rechter – kort weergegeven – het volgende aangevoerd. Aan de rechter is een drietal zaken toebedeeld. Het gaat daarbij om een hoofdzaak en twee bijbehorende vrijwaringszaken. In een van de zaken (met het kenmerk 26-164) treedt mr. M. Spanjaart als advocaat op namens een van de betrokken partijen. Mr. Spanjaart is ook raadsheer-plaatsvervanger bij het hof Amsterdam. In dat hof is de rechter ook raadsheer en zij heeft enkele maanden geleden met hem zitting gehad in een meervoudige kamer van dat hof. De rechter voelt zich hierdoor niet vrij om de zaak te behandelen waarin mr. Spanjaart optreedt als advocaat. Het verschoningsverzoek ziet op alle drie de zaken, omdat er sprake is van een gecombineerde behandeling van deze zaken.

3 De beoordeling

3.1.

Verschoning is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

3.2.

Aan de door de rechter aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter – subjectief – niet onpartijdig is.

3.3.

Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde omstandigheden niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden – objectief – gerechtvaardigd is.

3.4.

De door de rechter aangevoerde omstandigheid, in samenhang met het gegeven dat de rechter daarin aanleiding heeft gevonden zelf een verzoek in te dienen zich te mogen verschonen van de verdere behandeling van de zaken, levert naar het oordeel van de rechtbank een zwaarwegende aanwijzing als hiervoor onder 3.3 bedoeld op.

3.5.

Het verzoek wordt om deze reden toegewezen.

4 De beslissing

De rechtbank:

- wijst toe het verzoek van mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten zich in de onder 1.1 genoemde procedures te mogen verschonen.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.J.P. van Essen, voorzitter, en K.A. Baggerman en C. Sikkel, rechters, en door de voorzitter en de griffier ondertekend op 1 juli 2026.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.