Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Rotterdam, 17 juni 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:8849Zaaknummer C/10/714501 / JE RK 26-238

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
C/10/714501 / JE RK 26-238
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek ots afgewezen, omdat er geen jeugdbeschermer beschikbaar is.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

wijst het verzoek af, voor zover daarop niet eerder is beslist.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026 door mr. M.A. van der Laan-Kuijt, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. N.E. Moerkerken als griffier, en op schrift gesteld op 29 juni 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verdere verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het aangehouden verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/714501 / JE RK 26-238

Datum uitspraak: 17 juni 2026

Beschikking

in de zaak van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige 1],

geboren op [geboortedatum 1] 2017 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige 1],

[minderjarige 2],

geboren op [geboortedatum 2] 2019 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige 2].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder],

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats],

[naam vader],

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats].

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 11 maart 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

- de briefrapportage van de GI van 28 mei 2026, binnengekomen op 17 juni 2026.

1.2.

Op 11 maart 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:

- een vertegenwoordiger van de GI, [naam].

De vader en de moeder zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader en de moeder wel juist zijn opgeroepen.

1.3.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft geen mening gegeven.

2 De feiten

2.1.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].

2.2.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven met de moeder bij opa (mz).

2.3.

Bij beschikking van 11 maart 2026 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 19 juli 2026. Het overige verzochte is aangehouden.

3 Het aangehouden verzoek

3.1.

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van één jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.

Het verzoek is reeds toegewezen voor de duur van vier maanden.

4 De standpunten

4.1.

De GI heeft schriftelijk en ter zitting het verzoek niet langer gehandhaafd. Er zijn op dit moment te weinig medewerkers, dus het gezin staat op een monitorlijst. Voorlopig is er dan ook geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar. Het lijkt op dit moment goed te gaan en de hulpverleners van de ouders hebben geen grote zorgen. De GI zal het gezin aanmelden bij het wijkteam en de GI Midden Holland zal zorgen voor een warme overdracht naar het wijkteam.

5 De beoordeling

5.1.

Nu de GI het resterend deel van het verzoek niet handhaaft, kunnen de gronden daarvan niet verder worden onderzocht. De kinderrechter wijst daarom het resterend deel van het verzoek van de GI af. Dat betekent dat de ondertoezichtstelling nog loopt tot 19 juli 2026.

5.2.

De kinderrechter constateert dat op de vorige zitting de ondertoezichtstelling slechts voor korte duur was verlengd, omdat er al vijf maanden geen jeugdbeschermer beschikbaar was en er feitelijk geen uitvoering werd gegeven aan de maatregel, terwijl de ingezette hulpverlening aangaf dat er wel degelijk behoefte was aan een jeugdbeschermer die de regie voert op de hulpverlening. Het feit dat de GI het verzoek niet langer handhaaft lijkt vooral te zijn ingegeven door een tekort aan jeugdbeschermers. Dit op zich is een zeer zorgelijke constatering. In dit geval kan de kinderrechter helaas niet anders dan het verzoek afwijzen.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

wijst het verzoek af, voor zover daarop niet eerder is beslist.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026 door mr. M.A. van der Laan-Kuijt, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. N.E. Moerkerken als griffier, en op schrift gesteld op 29 juni 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.