Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Rotterdam, 22 mei 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:7551Zaaknummer C/10/708684 / JE RK 25-2151

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
C/10/708684 / JE RK 25-2151
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verlenging machtiging uithuisplaatsing van minderjarige in pleeggezin, waar sprake is van stabiliteit en veiligheid. Machtiging wordt voor kortere duur verlengd wegens afwezigheid van de GI ter zitting en organisatorische onduidelijkheden. Overig deel van het verzoek wordt aangehouden voor verdere behandeling.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 23 juli 2026;

en alvorens verder te beslissen:

5.2.

houdt de behandeling voor het overige verzochte aan en roept de GI, de moeder en de pleegouders op te verschijnen tijdens de zitting van mr. D.I. Hendriks-van Wel in het gerechtsgebouw aan Wilhelminaplein 100 / 125 te Rotterdam, op 16 juli 2026 te 11:30, teneinde nader te worden gehoord;

5.3.

bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;

5.4.

gelast de oproeping van [voornaam minderjarige] voor een kindgesprek;

5.5.

verzoekt de GI een tolk te reserveren voor de moeder;

5.6.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2026 door mr. D.I. Hendriks-van Wel, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 2 juni 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verdere verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het (aangehouden) verzoek
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/708684 / JE RK 25-2151

Datum uitspraak: 22 mei 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige 1],

geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), hierna te noemen: [voornaam minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder],

hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats],

[naam pleegmoeder] en [naam pleegvader],

hierna te noemen: de pleegouders, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • de beschikking van 30 oktober 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
  • de toetsing van de Raad van 30 oktober 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 31 oktober 2025.
  • de briefrapportage van de GI van 1 mei 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.

De GI is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de GI wel juist is opgeroepen. Telefonisch contact met de GI heeft niet geleid tot (telefonische) aanwezigheid van een vertegenwoordiger die het woord kon voeren.

De moeder en de pleegouders zijn niet verschenen. Zij hebben zich voorafgaand aan de zitting afgemeld.

1.2.

De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft geen mening gegeven.

2 De feiten

2.1.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige].

2.2.

[voornaam minderjarige] verblijft in een pleeggezin.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 30 oktober 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 23 november 2026. Bij deze beschikking is ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 23 mei 2026.

3 Het (aangehouden) verzoek

3.1.

De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook heeft de GI verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.

Op de ondertoezichtstelling is reeds beslist. Op het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing is beslist tot 23 mei 2026 en voor het overige verzochte aangehouden. Er resteert nog een beslissing op de machtiging tot uithuisplaatsing voor de resterende zes maanden, te weten tot 23 november 2026.

4 De beoordeling

4.1.

Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.[_427ac813-ccc4-43f1-ac27-808267d3d788]

4.2.

[voornaam minderjarige] verblijft sinds september 2023 in het pleeggezin, waar hij na een belast verleden met veel instabiliteit nu een veilige een stabiele plek heeft. De moeder heeft aangegeven dat haar situatie momenteel onvoldoende stabiel is om [voornaam minderjarige] weer thuis te laten wonen. Het is positief dat de moeder dit aangeeft, omdat dit laat zien dat zij handelt in het belang van [voornaam minderjarige]. Alle betrokkenen vinden dat het verblijf van [voornaam minderjarige] in het pleeggezin moet worden voortgezet. De kinderrechter is het daarmee eens.

4.3.

Wel ziet de kinderrechter aanleiding om de machtiging tot uithuisplaatsing voor een kortere periode te verlengen dan verzocht, te weten tot 23 juli 2026, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek. De GI is namelijk niet ter zitting verschenen om vragen van de kinderrechter te beantwoorden. Verder hebben de belanghebbenden aangegeven dat het hen niet lukte om naar de zitting te komen en dat [voornaam minderjarige] niet naar het kindgesprek kon komen vanwege de zittingslocatie en het moment van de zitting. Ten slotte acht de kinderrechter het zorgelijk dat uit de telefonische navraag ter zitting is gebleken dat er momenteel geen jeugdbeschermer is voor [voornaam minderjarige] en dat ook niet bekend is onder welk team van jeugdbeschermers hij valt omdat het team waar hij eerder onder viel is opgeheven. Het overige deel van het verzoek van de GI tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing zal worden besproken op de hierna te noemen zitting. Dan kunnen de GI, [voornaam minderjarige] en de belanghebbenden alsnog worden gehoord. De kinderrechter benadrukt dat het belangrijk is dat er dan wel een vertegenwoordiger van de GI verschijnt.

4.4.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 23 juli 2026;

en alvorens verder te beslissen:

5.2.

houdt de behandeling voor het overige verzochte aan en roept de GI, de moeder en de pleegouders op te verschijnen tijdens de zitting van mr. D.I. Hendriks-van Wel in het gerechtsgebouw aan Wilhelminaplein 100 / 125 te Rotterdam, op 16 juli 2026 te 11:30, teneinde nader te worden gehoord;

5.3.

bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;

5.4.

gelast de oproeping van [voornaam minderjarige] voor een kindgesprek;

5.5.

verzoekt de GI een tolk te reserveren voor de moeder;

5.6.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2026 door mr. D.I. Hendriks-van Wel, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 2 juni 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.