Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Rotterdam, 29 mei 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:7142Zaaknummer 12101348 RR FORM 26-24

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29 mei 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
12101348 RR FORM 26-24
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Regelrechterprocedure. Tussenvonnis met bewijsopdracht over non-conforme tweedehands auto. Is de auto komen stil te staan door motorisch defect? Bewijslast gebrek auto rust op eiser.

3 De beslissing

De rechter:

3.1.

draagt [eiser] op om te bewijzen dat de auto een motorisch probleem heeft dat ervoor heeft gezorgd dat hij op 1 januari 2026 stilstond langs de weg;

schriftelijk bewijs

3.2.

bepaalt dat als [eiser] schriftelijk bewijs wil leveren dit bewijs uiterlijk een dag voor donderdag 2 juli 2026 in tweevoud moet zijn ontvangen op de rechtbank;

getuigenbewijs

3.3.

bepaalt dat als [eiser] getuigen wil laten horen, hij uiterlijk een dag voor donderdag 2 juli 2026 het aantal en de personalia (naam, adres en contactgegevens) van de getuigen moet opgeven en op welke dagen in de maanden augustus, september en oktober 2026 de getuigen, [eiser] en [gedaagde] niet naar de rechtbank kunnen komen voor het getuigenverhoor;

ander bewijs

3.4.

bepaalt dat als [eiser] op een andere manier bewijs wil leveren, hij dit uiterlijk een dag voor donderdag 2 juli 2026 aan de rechter moet laten weten en hoe; verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.5.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door regelrechter mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.

64363

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 12101348 RR FORM 26-24

datum uitspraak: 29 mei 2026

Vonnis van de regelrechter

in de zaak van

[eiser],

woonplaats: [woonplaats],

eiser,

die zelf procedeert,

tegen

[gedaagde], die handelt onder de naam [naam bedrijf],

vestigingsplaats: [plaatsnaam],

gedaagde,

gemachtigde: [naam].

De partijen worden hierna ‘[eiser]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Deze zaak wordt behandeld door de regelrechter op basis van het Tijdelijk besluit experiment regelrechter (hierna: Besluit).

1.2.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • het aanvraagformulier van [eiser] dat de rechtbank op 15 februari 2026 heeft ontvangen, met bijlagen, en
  • het reactieformulier van [gedaagde];
  • de aanvullende verklaring van [eiser] van 18 maart 2026, met bijlagen.
1.3.

Op 1 mei 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was [eiser] aanwezig, bijgestaan door mevrouw A. Glinka (tolk Pools-Nederlands). [gedaagde] is ook verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde.

1.4.

De rechter neemt de toelichting die [eiser] na de zitting heeft ingediend niet mee in de behandeling, omdat er na de zitting geen toelichting meer ingediend mag worden.[_0b3b63ac-4ce6-455c-bcbd-96295bb2925e]

2 De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

2.1.

[eiser] heeft op 30 oktober 2025 een Ford Focus uit 2010 gekocht van [gedaagde] voor € 3.250,00. Op 23 december 2025 is een motorstoringslampje gaan branden in de auto. Volgens [eiser] is er sprake van een motorisch defect. Hij heeft [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om de auto te herstellen. Volgens [eiser] heeft [gedaagde] dit niet gedaan. [eiser] heeft aan [gedaagde] laten weten dat hij de koopovereenkomst ontbindt. In deze procedure eist [eiser] de koopprijs terug.

2.2.

[gedaagde] is het niet eens met de eis van [eiser]. Hij zegt dat de auto goed rijdt. [gedaagde] heeft de auto door een andere garage laten beoordelen en volgens hem is daar geen motorisch probleem gevonden. Verder vindt [gedaagde] dat de auto naar verwachting werkt, omdat [eiser] met de auto weer naar huis is gereden.

2.3.

De rechter gaat [eiser] een bewijsopdracht geven. Hieronder wordt dit oordeel uitgelegd.

De rechter kan niet oordelen dat de auto non-conform is

2.4.

De rechter kan nog niet oordelen dat de auto non-conform is. Om te kunnen oordelen of de auto non-conform is, moet de rechter vaststellen dat de auto niet de eigenschappen bezit die nodig zijn om de auto normaal te gebruiken.[_0f11588c-adc0-4002-bf0e-7881fda7c43b] De rechter stelt voorop dat een koper niet hoeft te verwachten dat hij binnen 2 maanden na de aankoop door een motorisch probleem stil komt te staan langs de weg. Dat een auto plots vermogen verliest en stil komt te staan, is namelijk gevaarlijk voor de verkeersveiligheid.

2.5.

Het is de rechter nog niet duidelijk of de auto van [eiser] stil is komen te staan door een motorisch probleem. [eiser] zegt van wel en legt dit uit aan de hand van het brandende motorstoringslampje en de foutcodes. Het storingslampje wijst op een defect in de motor. Volgens de foutcodes is sprake van een probleem in de correlatie tussen de krukas en nokkenas. Dat er sprake is van een probleem blijkt volgens [eiser] ook uit het feit dat de auto door vermogensverlies langs de weg stilstond. Daarnaast heeft [eiser] de auto naar een monteur gebracht die volgens [eiser] heeft aangegeven dat de reparatie van het motorprobleem tussen de € 800,00 en € 1.200,00 zal kosten. [gedaagde] daarentegen zegt dat de foutcodes die betrekking hebben op de nokkenas en de krukas zijn onderzocht. De timing tussen de nokkenas en de krukas is goed. [gedaagde] geeft aan dat het mogelijk kan gaan om een kapotte sensor. De auto rijdt verder ook goed volgens [gedaagde].

2.6.

Het enkele feit dat het motorstoringslampje is gaan branden en dat de auto foutcodes opgeeft, zijn voor de rechter niet voldoende om te oordelen dat de auto niet voldoet aan de verwachtingen die [eiser] mocht hebben op grond van de overeenkomst. Het storingslampje en de foutcodes zijn slechts de aanleiding om te onderzoeken of er een probleem is, maar geven niet aan hoe erg dit mogelijke probleem in de motor is. [gedaagde] heeft ook uitgelegd dat de foutcode over de krukas en nokkenas niet wees op een probleem in de motor. [gedaagde] weet echter ook niet zeker of er een probleem is met de motor. Hij baseert zijn stelling dat de auto goed is slechts op de constatering dat de auto goed rijdt en de foutcode die is gecontroleerd, maar heeft dit niet met stukken onderbouwd. De rechter kan dan ook niet vaststellen dat de motor van de auto een defect bevat waardoor de auto langs de weg heeft stilgestaan op 1 januari 2026.

2.7.

De rechter geeft [eiser] opdracht om te bewijzen dat er sprake is van een motorisch defect waardoor hij op 1 januari 2026 heeft stilgestaan langs de snelweg. [eiser] moet namelijk in deze procedure het standpunt innemen en bewijzen dat de auto een probleem heeft dat hij niet mocht verwachten.[_52f85a5c-767f-4781-b450-22aae00080cd] Pas als de rechter kan oordelen dat er sprake is van een probleem dat [eiser] niet mocht verwachten, dan wordt vermoed dat dit probleem al aanwezig was bij het kopen van de auto.[_251cf782-c4e0-4a52-9f8e-8037045c770c] Het is dan aan [gedaagde] om te stellen en te bewijzen dat dit probleem niet aanwezig was op het moment dat de auto werd verkocht aan [eiser]. Als [gedaagde] dit op haar beurt niet kan bewijzen, dan staat vast dat de auto non-conform is.

[eiser] heeft wel voldoende gelegenheid geboden om de auto te laten repareren

2.8.

Daarna moet de rechter beoordelen of [eiser] aan [gedaagde] de kans heeft gegeven om de auto te repareren. De rechter is van oordeel dat [eiser] dit wel heeft gedaan. De auto is op 13 januari 2026 afgeleverd bij [gedaagde]. Op 21 januari 2026 laat [gedaagde] weten dat er niks mis is met de auto. [eiser] zegt dat hij dit gek vindt, omdat er wel foutcodes zijn gelezen in de auto. Hierop reageert [gedaagde] dat hij het ook niet begrijpt en dat hij de auto naar een derde garage kan brengen voor onderzoek. Een bericht direct daarna laat [gedaagde] weten dat hij dit niet nodig vindt, omdat de auto goed rijdt. [gedaagde] zegt dat [eiser] de auto gewoon kan ophalen. Hieruit blijkt voldoende duidelijk dat de reparatiepoging volgens [gedaagde] is afgerond. Bij dit oordeel weegt de rechter ook mee dat [gedaagde] wel aanbiedt de auto naar een andere garage te brengen, maar niet concreet aan [eiser] laat weten wanneer de auto dan wordt gebracht en juist sterk aan [eiser] adviseert om de auto op te halen. Als de auto inderdaad non-conform is, dan is het uitgangspunt dat [eiser] het recht heeft om de overeenkomst te ontbinden, omdat de auto na de reparatiepoging van [gedaagde] nog steeds niet aan de overeenkomst voldoet.[_e3b1c135-44ab-4345-8357-40f5add46ca2]

Hoe nu verder?

2.9.

[eiser] heeft de bewijslast van zijn stelling dat de auto een motorisch probleem heeft waardoor hij op 1 januari 2026 stilstond langs de weg. [eiser] krijgt daarom een bewijsopdracht.

2.10.

Direct nadat [eiser] bewijs van zijn stelling heeft geleverd, mag [gedaagde] (tegen)bewijs leveren. De partijen mogen op elkaars bewijs reageren als het leveren van bewijs door beide partijen is afgerond. De rechter beoordeelt daarna in een vonnis of het bewijs is geleverd.

2.11.

Als het bewijs is geleverd, dan krijgt [gedaagde] een bewijsopdracht om te bewijzen dat de auto geen motorisch probleem had toen deze werd verkocht aan [eiser]. Direct nadat [gedaagde] bewijs van deze stelling heeft geleverd, mag [eiser] (tegen)bewijs leveren. De partijen mogen dan weer op elkaars bewijs reageren als het leveren van het bewijs door beide partijen is afgerond. De rechter beoordeelt daarna of het bewijs door [gedaagde] is geleverd.

2.12.

De rechter houdt iedere beslissing verder aan.

3 De beslissing

De rechter:

3.1.

draagt [eiser] op om te bewijzen dat de auto een motorisch probleem heeft dat ervoor heeft gezorgd dat hij op 1 januari 2026 stilstond langs de weg;

schriftelijk bewijs

3.2.

bepaalt dat als [eiser] schriftelijk bewijs wil leveren dit bewijs uiterlijk een dag voor donderdag 2 juli 2026 in tweevoud moet zijn ontvangen op de rechtbank;

getuigenbewijs

3.3.

bepaalt dat als [eiser] getuigen wil laten horen, hij uiterlijk een dag voor donderdag 2 juli 2026 het aantal en de personalia (naam, adres en contactgegevens) van de getuigen moet opgeven en op welke dagen in de maanden augustus, september en oktober 2026 de getuigen, [eiser] en [gedaagde] niet naar de rechtbank kunnen komen voor het getuigenverhoor;

ander bewijs

3.4.

bepaalt dat als [eiser] op een andere manier bewijs wil leveren, hij dit uiterlijk een dag voor donderdag 2 juli 2026 aan de rechter moet laten weten en hoe; verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.5.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door regelrechter mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.

64363

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.