Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Rotterdam, 15 mei 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:5944Zaaknummer 26-008460

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
26-008460
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Artikel 6:6:25 Sv. Procedure gijzeling na strafbeschikking in strafzaken niet gelijk aan procedure strafbeschikking in mulderzaken.

Beslissing

De politierechter:

- verklaart de oproeping nietig.

Deze beslissing is gegeven door

mr. P.C. Tuinenburg, politierechter,

in tegenwoordigheid van R.M.T. Verheijde, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procedure
  2. Feiten
  3. Beoordeling
  4. Beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

Strafrecht

Zittingsplaats Rotterdam

CJIB-nummer: [nummer 1]

Proces verbaalnummer: [nummer 2]

Raadkamernummer: 26-008460

Beslissing van de politierechter op de vordering machtiging gijzeling na wederrechtelijk verkregen voordeel op grond van artikel 6:6:25 Wetboek van Strafvordering in de zaak van:

[persoon A], bestrafte,

geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres], [postcode] [woonplaats].

Procedure

De vordering is op 12 maart 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. De vordering

is op 15 mei 2026 door de raadkamer in het openbaar behandeld. De officier van justitie

mr. B.P.C. van Wijk is gehoord. De veroordeelde is niet op zitting verschenen.

Feiten

Op 11 april 2023 is aan bestrafte (na staande houding) een strafbeschikking opgelegd van

€ 650,= waartegen geen verzet is ingesteld waardoor deze op 24 augustus 2023 onherroepelijk is geworden.

De vordering van de officier van justitie (CVOM) strekt tot het verlenen van een machtiging tot toepassing van gijzeling voor de duur van 7 dagen.

Beoordeling

Vast staat dat de bestrafte bekend was met de vervolging. Voor de vordering machtiging gijzeling bij niet betalen van een bij een strafbeschikking opgelegde geldboete gelden de algemene bepalingen in boek 6, titel 1 van het wetboek van Strafvordering. Waaronder:

  • art 6:6:1 > dat zaken door de enkelvoudige kamer op de openbare terechtzitting wordt behandeld;
  • 6:6:3 lid 2 Sv > oproeping van de bestrafte door het Open Ministerie onder betekening van de vordering;
  • 6:6:3 lid 3 > Indien niet blijkt dat de veroordeelde een raadsman heeft geeft het openbaar ministerie kennis van de vordering aan het bestuur van de raad voor rechtsbijstand zodat voor de veroordeelde een raadsman wordt toegevoegd.

Op basis van het procesdossier kan niet worden vastgesteld dat de bestrafte is opgeroepen, of dat en vordering in betekend aan de bestrafte en ook aan de bestrafte een raadsman geen raadsman is toegevoegd.

Gelet op het voorgaande zal de oproeping nietig worden verklaard.

Opgemerkt wordt nog dat bij een strafbeschikking bij zogeheten mulderzaken valt onder het bestuursrecht onder de artikel 28 WAHV (Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften).

Beslissing

De politierechter:

- verklaart de oproeping nietig.

Deze beslissing is gegeven door

mr. P.C. Tuinenburg, politierechter,

in tegenwoordigheid van R.M.T. Verheijde, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.