Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Rotterdam, 20 april 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:4681Zaaknummer C/10/718306 / HA RK 26-353

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
20 april 2026
Publicatiedatum
12 mei 2026
Zaaknummer
C/10/718306 / HA RK 26-353
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig, Verschoning
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verschoningskamer. Verschoningsverzoek toegewezen.

4 De beslissing

De verschoningskamer:

4.1.

wijst toe het verzoek van mr. J. Roest om zich in de civielrechtelijke procedure met zaaknummer C/10/701971 / HA ZA 25-534 te mogen verschonen.

Deze beslissing is gegeven door mr. drs. J. van den Bos, voorzitter, mr. G.C. Bos en mr. W.J. de Veld, rechters, en door de voorzitter en de griffier, mr. R.W.H. van Rijkom, ondertekend op 20 april 2026.

de griffier de voorzitter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop en de processtukken
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer voor verschoningszaken

Zaak- en rekestnummer: C/10/718306 / HA RK 26-353

Beslissing van 20 april 2026

op het verzoek van

mr. J. Roest,

rechter-plaatsvervanger in de rechtbank Rotterdam, Team handel en haven (hierna: de rechter),

ertoe strekkende zich te mogen verschonen in de zaak van

1 MADE IN SCOTLAND B.V.,

2. THE DUTCH BUSINESS SPORT AND RECREATION DEVELOPMENT II

B.V.,

statutaire vestigingsplaats: Spijk,

eisende partijen,

advocaten: mrs. M.H.S. Verhoeven en M.D. Meerkerk-van den Boogaard,

tegen

[gedaagde],

woonplaats: [woonplaats],

gedaagde partij,

advocaten: mrs. L.P. Kruidenier en K.A.A. Limburg.

1 Het procesverloop en de processtukken

1.1.

De rechter maakt deel uit van de meervoudige kamer die op 12 mei 2026 de zaak tussen voornoemde partijen met zaaknummer C/10/701971 / HA ZA 25-534 (‘de hoofdzaak’) mondeling behandelt.

1.2.

Op 14 april 2026 heeft de rechter een schriftelijk verzoek tot verschoning gedaan.

1.3.

Het dossier van de hoofdzaak is aan de verschoningskamer ter beschikking gesteld.

2 Het verzoek

2.1.

Als onderbouwing van het verzoek om verschoning heeft de rechter – verkort en zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd. De rechter is als hoogleraar ondernemingsrecht verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Eén van zijn taken is het begeleiden van studenten bij het schrijven van hun masterscriptie. De rechter begeleidt in dat kader onder andere een student die een scriptie schrijft over bestuurdersaansprakelijkheid en dan specifiek artikel 2:9 BW (interne bestuurdersaansprakelijkheid) en daarbij een juridisch geschil als case-study gebruikt. Het is de rechter recent gebleken dat dit juridische geschil de hoofdzaak betreft. De rechter is van mening dat hij niet als inhoudelijk begeleider van de student en beoordelaar van de scriptie kan fungeren en daarnaast als rechter(-plaatsvervanger) in de hoofdzaak kan optreden. Omdat het begeleiden van scripties één van de kerntaken van de hoofdbetrekking van de rechter is, wil hij zich van de behandeling van de hoofdzaak onthouden.

3 De beoordeling

3.1.

Verschoning is een middel om de onpartijdigheid van de rechter te verzekeren. Vooropstaat dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter tegenover een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

3.2.

Aan de door de rechter aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter – subjectief – niet onpartijdig is.

3.3.

Vervolgens moet worden onderzocht of de aangevoerde omstandigheden niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden – objectief – gerechtvaardigd is.

3.4.

De door de rechter aangevoerde omstandigheid dat hij vanuit zijn hoofdbetrekking betrokkenheid heeft bij de hoofdzaak, in samenhang met het gegeven dat de rechter daarin aanleiding heeft gevonden zelf een verzoek in te dienen zich te mogen verschonen van de verdere behandeling van de hoofdzaak, levert naar het oordeel van de verschoningskamer op zichzelf een zwaarwegende aanwijzing als hiervoor onder 3.3. bedoeld op.

3.5.

Het verzoek wordt om deze reden toegewezen.

4 De beslissing

De verschoningskamer:

4.1.

wijst toe het verzoek van mr. J. Roest om zich in de civielrechtelijke procedure met zaaknummer C/10/701971 / HA ZA 25-534 te mogen verschonen.

Deze beslissing is gegeven door mr. drs. J. van den Bos, voorzitter, mr. G.C. Bos en mr. W.J. de Veld, rechters, en door de voorzitter en de griffier, mr. R.W.H. van Rijkom, ondertekend op 20 april 2026.

de griffier de voorzitter

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.