Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Rotterdam, 14 januari 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:416Zaaknummer 10.197429.25 (herstelvonnis)

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
10.197429.25 (herstelvonnis)
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Herstelvonnis van ECLI:NL:RBROT:2026:415.

De rechtbank:

herstelt de kennelijke misslag in paragraaf 6.4.1 door daaraan in de tweede alinea na de tweede volzin de volgende zin toe te voegen:

De benadeelde partij wordt in het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard.

herstelt de kennelijke misslag in het dictum als volgt door daaraan de volgende zin toe te voegen:

Vrijspraak

verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde onder 1 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

herstelt de kennelijke misslag in het dictum als volgt door daaraan de volgende zin toe te voegen:

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

beveelt de griffier deze beslissing aan te tekenen op en te hechten aan het origineel van het vonnis dat is hersteld.

Dit herstelvonnis is op 14 januari 2026 gewezen door

mr. mr. C.G. van de GrampelG.C. Bos, voorzitter,

en mrs. C.G. van de Grampel en N.R. Rietveld rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.P. Eekhout, griffier.

Volledige tekst

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10.197429.25

Op 13 januari 2026 heeft de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, een vonnis uitgesproken in de zaak zaken tegen:

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1947,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres] [postcode] [woonplaats],

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [naam P.I.], locatie [detentielocatie],

raadsvrouw mr. M. Luijten, advocaat in 's-Gravenhage.

Na de uitspraak is gebleken dat het vonnis op twee punten onmiddellijk kenbare misslagen bevatte, die zich lenen voor eenvoudig herstel.

- In paragraaf 6.4.1 tweede alinea en in het dictum is niet opgenomen dat de de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk wordt verklaard in vordering, voor zover deze het bedrag van € 5.000,- overschrijdt.

- In het dictum van het vonnis is bij vergissing niet overeenkomstig de inhoud van de overwegingen en de uitspraak ter zitting van 13 januari 2026 opgenomen dat de verdachte is vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde.

Die zullen daarom bij deze beslissing worden hersteld.

Beslissing

De rechtbank:

herstelt de kennelijke misslag in paragraaf 6.4.1 door daaraan in de tweede alinea na de tweede volzin de volgende zin toe te voegen:

De benadeelde partij wordt in het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard.

herstelt de kennelijke misslag in het dictum als volgt door daaraan de volgende zin toe te voegen:

Vrijspraak

verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde onder 1 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

herstelt de kennelijke misslag in het dictum als volgt door daaraan de volgende zin toe te voegen:

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

beveelt de griffier deze beslissing aan te tekenen op en te hechten aan het origineel van het vonnis dat is hersteld.

Dit herstelvonnis is op 14 januari 2026 gewezen door

mr. mr. C.G. van de GrampelG.C. Bos, voorzitter,

en mrs. C.G. van de Grampel en N.R. Rietveld rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.P. Eekhout, griffier.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.