Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Rotterdam, 27 februari 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:2907Zaaknummer C/10/714535 / JE RK 26-243

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27 februari 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
C/10/714535 / JE RK 26-243
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 27 februari 2026 tot 25 augustus 2026;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2026 door mr. A.L Pöll, kinderrechter, in aanwezigheid van A.L.I. Janssens als griffier, en op schrift gesteld op 3 maart 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/714535 / JE RK 26-243

Datum uitspraak: 27 februari 2026

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,

gevestigd in Amsterdam, hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige],

geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [voornaam minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder],

hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,advocaat: mr. C.S Winter, kantoorhoudende in Rotterdam,

[naam stiefvader],

hierna te noemen: de stiefvader, wonende in [woonplaats].

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 5 februari 2026, door de rechtbank ontvangen op 6 februari 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:

  • de moeder;
  • een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A].
1.3.

De stiefvader is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De advocaat van de moeder is, met kennisgeving vooraf, niet verschenen.

1.4.

De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover telefonisch een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2 De feiten

2.1.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige].

2.2.

[voornaam minderjarige] verblijft bij Pluryn.2.3. Bij beschikking van 25 augustus 2025 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 25 augustus 2025 tot 25 augustus 2026. Bij diezelfde beschikking is een machtiging tot gesloten jeugdhulp van [voornaam minderjarige] verleend met ingang van 25 augustus 2025 tot 25 februari 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 25 augustus 2026. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 De standpunten

4.1.

De GI handhaaft op de zitting het verzoek. [voornaam minderjarige] is recent overgeplaatst naar een open groep bij Pluryn. Sinds deze overplaatsing zet zij nog meer stappen vooruit. De jeugdbeschermer is erg trots op haar. Bij Pluryn krijgt [voornaam minderjarige] ruimte om zich te ontwikkelen en wordt gericht gekeken naar wat zij nodig heeft. De komende periode wil de GI gebruiken om verder te werken aan passende hulp voor [voornaam minderjarige].

4.2.

De moeder stemt op de zitting in met het verzoek van de GI. Hoewel de moeder het jammer vindt dat het zover heeft moeten komen, is zij dankbaar dat [voornaam minderjarige] nu op haar plek zit bij Pluryn.

5 De beoordeling

5.1.

Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding.[_5f094ea8-8ede-46ce-9ed7-915f16bb9f06] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

5.2.

[voornaam minderjarige] heeft vanaf juni 2025 tot februari 2026 op een gesloten groep bij Schakenbosch verbleven vanwege haar ernstige problematiek. In die periode heeft zij hard aan zichzelf gewerkt en heeft zij positieve stappen gezet. Sinds ongeveer een maand verblijft [voornaam minderjarige] op een open groep bij Pluryn. Sinds deze overplaatsing is zichtbaar dat zij nog meer vooruitgang boekt en dat de begeleiding een positief effect op haar heeft. Er is meer stabiliteit en er wordt momenteel onderzocht welke vorm van ondersteuning het beste bij haar past. Gelet op deze ontwikkelingen is voortzetting van deze noodzakelijk. Het is van belang dat de ingezette aanpak wordt voortgezet zodat stapsgewijs verder kan worden gewerkt aan de persoonlijke ontwikkeling van [voornaam minderjarige] en aan het bepalen van haar toekomstperspectief. De kinderrechter geeft zowel [voornaam minderjarige] als de moeder en de jeugdbeschermer een groot compliment voor hun positieve samenwerking en inzet. Samen hebben zij ervoor gezorgd dat de zeer zorgelijke situatie waarin [voornaam minderjarige] vorig jaar verkeerde is verbeterd en de gesloten plaatsing kan worden omgezet in een plaatsing op een open groep.

5.3.

Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling.

5.4.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 27 februari 2026 tot 25 augustus 2026;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2026 door mr. A.L Pöll, kinderrechter, in aanwezigheid van A.L.I. Janssens als griffier, en op schrift gesteld op 3 maart 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.