Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Rotterdam, 13 maart 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:2613Zaaknummer C/10/716515 / JE RK 26-492

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
C/10/716515 / JE RK 26-492
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Spoed machtiging uithuisplaatsing.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, met ingang van 13 maart 2026 tot 10 april 2026;

5.2.

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;

5.3.

houdt de behandeling van het verzoek van de GI voor het overige aan;

5.4.

roept de GI, de belanghebbende en mr. D.H. van Tongerlo op voor de zitting van mr. A.M.I. van der Does op 26 maart 2026 om 13:30 uur in het gerechtsgebouw van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, aan Wilhelminaplein 100 / 125 in Rotterdam;

5.5.

bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;

5.6.

vraagt de griffier [voornaam minderjarige] op te roepen op haar verblijfadres;

5.7.

verzoekt de GI om een tolk in de taal Somali op te roepen voor de zitting.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R. Spaans als griffier, en op schrift gesteld op 16 maart 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaaknummer: C/10/716515 / JE RK 26-492

datum uitspraak: 13 maart 2026

Beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west, gevestigd te Dordrecht,

hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [voornaam minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder],

hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat mr. D.H. van Tongerlo uit Rotterdam.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:

- het mondelinge verzoek van de GI op 13 maart 2026, dat op 16 maart 2026 schriftelijk is bevestigd.

2 De feiten

2.1.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige].

2.2.

[voornaam minderjarige] woont bij de moeder.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft [voornaam minderjarige] bij beschikking van 21 augustus 2025 onder toezicht gesteld tot 21 augustus 2026.

3 Het verzoek

De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbende te horen.

4 De beoordeling

4.1.

De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. De moeder heeft [voornaam minderjarige] rond de zomer van 2025 tegen haar wil in het buitenland (Djibouti) achtergelaten. De GI heeft hierover veelvuldig contact gehad met het Landelijk Knooppunt Huwelijksdwang en Achterlating (LKHA). Inmiddels is [voornaam minderjarige] weer terug bij de moeder. De GI heeft van [voornaam minderjarige] vernomen dat zij heel nare dingen in het buitenland heeft meegemaakt. Tussen [voornaam minderjarige] en de moeder gaat het, ondanks de gemaakte veiligheidsafspraken, niet goed. Afgelopen nacht heeft de moeder [voornaam minderjarige] uitgescholden en is het tot een handgemeen tussen hen beiden gekomen. De GI vreest dat dit opnieuw zal gebeuren. Het LKHA heeft de GI op 12 maart 2026 gewezen op het risico van herhaling van onveiligheid voor [voornaam minderjarige], namelijk mogelijke terugkeer naar Somalië of erger. Ook met het Landelijk Expertise Centrum Eergerelateerd Geweld heeft de GI contact gehad op 12 maart 2026; deze organisatie gaf aan dat [voornaam minderjarige] zo snel mogelijk in veiligheid gebracht moest worden waarbij zij adviseerde [voornaam minderjarige] met spoed op een andere plek te laten verblijven. Uit het vorenstaande volgt dat het in [voornaam minderjarige] ’s belang is dat zij met spoed uit de situatie gaat. De GI heeft een plek voor [voornaam minderjarige] beschikbaar.

4.2.

Op basis van voornoemde informatie is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding dat [voornaam minderjarige] met spoed uit huis wordt geplaatst.[_2dc71c8b-9d9b-4f01-b966-deeb868cf242]

4.3.

De kinderrechter is van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [voornaam minderjarige]. Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken.

4.4.

De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

4.5.

De GI, de belanghebbende en [voornaam minderjarige] worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, met ingang van 13 maart 2026 tot 10 april 2026;

5.2.

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;

5.3.

houdt de behandeling van het verzoek van de GI voor het overige aan;

5.4.

roept de GI, de belanghebbende en mr. D.H. van Tongerlo op voor de zitting van mr. A.M.I. van der Does op 26 maart 2026 om 13:30 uur in het gerechtsgebouw van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, aan Wilhelminaplein 100 / 125 in Rotterdam;

5.5.

bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;

5.6.

vraagt de griffier [voornaam minderjarige] op te roepen op haar verblijfadres;

5.7.

verzoekt de GI om een tolk in de taal Somali op te roepen voor de zitting.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R. Spaans als griffier, en op schrift gesteld op 16 maart 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.