Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Rotterdam, 13 juli 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:14842Zaaknummer 10.019190.26

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13 juli 2026
Publicatiedatum
28 oktober 2026
Zaaknummer
10.019190.26
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De verdachte wordt vrijgesproken van twee brandstichtingen/ontploffingen bij een portiek in Rotterdam.

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.F. Smulders, voorzitter,

en mrs. J.L. Luiten en M.S. Polet, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.A. Ferdinandusse, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 13 juli 2026.

Mrs. D.F. Smulders en M.A. Ferdinandusse zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Tenlastelegging
  2. 2 Vordering van de officier van justitie
  3. 3 Vrijspraak
  4. 4 Beslissing

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10.019190.26

Datum zitting: 29 juni 2026

Datum uitspraak: 13 juli 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres 1] [postcode] [woonplaats],

Advocaat van de verdachte: mr. J.J. Bussink

Officier van justitie: mr. J. Spaans

Kern van het vonnis

De verdachte wordt vrijgesproken van twee brandstichtingen/ontploffingen bij een portiek in Rotterdam.

1 Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij op 14 oktober en 24 december 2025 brand heeft gesticht en/of een ontploffing teweeg heeft gebracht bij een (zelfde) portiek in Rotterdam.

De volledige tenlastelegging houdt in dat

1

hij

op of omstreeks 14 oktober 2025 te Rotterdam,

opzettelijk

brand heeft gesticht en/of een ontploffing teweeg heeft gebracht bij een portiek,

gelegen aan [adres 2]

door

een of meerdere explosieven, althans zwaar vuurwerk met daaraan een fles

brandbare stof bevestigd aan te steken en te plaatsen bij voornoemd portiek

terwijl daarvan

- gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten voor dat portiek en/of

aangrenzende woningen en/of aldaar aanwezige goederen en/of

- levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en), te weten

voor de personen aanwezig in aangrenzende woningen

te duchten was;

2

hij

op of omstreeks 24 december 2025 te Rotterdam,

opzettelijk

brand heeft gesticht en/of een ontploffing teweeg heeft gebracht bij een portiek,

gelegen aan [adres 2]

door

een of meerdere explosieven, althans zwaar vuurwerk met daaraan een fles

brandbare stof bevestigd aan te steken en te plaatsen bij voornoemd portiek

terwijl daarvan

- gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten voor dat portiek en/of

aangrenzende woningen en/of aldaar aanwezige goederen en/of

- levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en), te weten

voor de personen aanwezig in aangrenzende woningen

te duchten was;

2 Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor de ten laste gelegde feiten, behalve het onderdeel dat er daarvan levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten was. De officier heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

3 Vrijspraak

Op zowel 14 oktober als 24 december 2025 is er in de nacht brand gesticht en/of een ontploffing teweeggebracht bij een portiek gelegen aan [adres 2] te Rotterdam. De verdachte wordt verweten dat hij degene is geweest die de branden heeft gesticht en/of de ontploffingen teweeg heeft gebracht. Het dossier bevat echter onvoldoende om tot wettig en overtuigend bewijs te komen. Er zijn weliswaar aanwijzingen die doen vermoeden dat de verdachte direct of indirect enige betrokkenheid heeft gehad bij de brandstichtingen, maar dit is niet voldoende om hem als pleger te kunnen aanmerken.

De verdachte wordt daarom vrijgesproken van beide ten laste gelegde feiten.

4 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.F. Smulders, voorzitter,

en mrs. J.L. Luiten en M.S. Polet, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.A. Ferdinandusse, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 13 juli 2026.

Mrs. D.F. Smulders en M.A. Ferdinandusse zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.