Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Rotterdam, 24 september 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:14689Zaaknummer C/10/725451 / JE RK 26-1688
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 24 september 2026
- Publicatiedatum
- 26 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/10/725451 / JE RK 26-1688
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Beschikking
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verlenging ondertoezichtstelling
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 5 oktober 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beschikking is gegeven door mr. A.L. Pöll, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2026, in aanwezigheid van P. Thakoerdat als griffier en vastgesteld op 5 oktober 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/725451 / JE RK 26-1688
Datum uitspraak: 24 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam,
hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2017 in [geboorteplaats 1],
hierna te noemen: [minderjarige 1],
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2020 in [geboorteplaats 2],
hierna te noemen: [minderjarige 2].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. Ch.J. Nicolaï, kantoorhoudende in Rotterdam,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats],
advocaat mr. M. Jonkman, kantoorhoudende in Capelle aan den IJssel.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 26 augustus 2026, ontvangen op diezelfde datum.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat mr. D.H. van Tongerlo, waarnemer van mr. Ch.J. Nicolaï;
- twee vertegenwoordigers van de GI, [vertegenwoordiger van de GI 1] en [vertegenwoordiger van de GI 2].
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] naar haar mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft geen mening gegeven.
2 De feiten
De vader is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij de vader.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 september 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 5 oktober 2026.
3 Het (gewijzigde) verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI wijzigt ter zitting het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling in die zin dat gevraagd wordt de ondertoezichtstelling te verlengen voor de duur van een jaar. Alle belanghebbenden hebben ter zitting ingestemd met de wijziging van het verzoek.
4 De standpunten
De GI heeft ter zitting het verzoek als volgt nader toegelicht. Zowel de moeder als de vader krijgen hulpverlening. Nu de kinderen sinds enkele maanden bij de vader wonen en hun perspectief is bepaald zal binnenkort diagnostiek en behandeling starten bij [zorg instelling 1]. De uitkomsten van dit onderzoek kunnen inzicht geven in de mogelijkheden en belemmeringen van moeder met betrekking tot het contact met de kinderen en er kan een plan gemaakt worden hoe de GI verder hulp kan bieden en mocht het nodig zijn op welke manier de ouders in gesprek kunnen. De GI heeft de omgang tussen de moeder en de kinderen bij wijze van proef zonder begeleiding laten plaatsvinden. Dit verloopt tot nu toe goed. De moeder geeft aan positief te zijn over het verloop van de omgang. De GI is daarom voornemens de omgang verder uit te breiden. De GI acht de verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk zodat de hulpverlening kan worden voortgezet.
Door en namens de moeder is ter zitting aangegeven dat de moeder de verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden te kort vindt en dat een verlenging van een jaar meer passend is. De moeder vindt het jammer dat de vaste jeugdbeschermer is uitgevallen omdat het de bedoeling was om de omgang met de kinderen verder uit te breiden. Dit is voor de moeder een belangrijk aandachtspunt. Op dit moment verloopt de omgang tussen de moeder en de kinderen goed. Tijdens de omgangsmomenten ondernemen zij samen leuke activiteiten.
Door en namens de vader is ter zitting aangegeven dat de vader het eens is met de verlenging van de ondertoezichtstelling van de kinderen voor de duur van een jaar. De vader vindt het jammer dat de (voormalige) vaste jeugdbeschermer niet aanwezig is. Hij voelt zich als een roepende in de woestijn. Wat hem betreft gaat het helemaal niet goed met de omgang. Bij de kinderen is een sterke reactie te zien op het contact met de moeder. Volgens de vader lijkt het contact met de moeder veel bij de kinderen op te roepen. De vader maakt zich zorgen over de wijze waarop de huidige omgang tot stand is gekomen, zonder overleg en controle. Daarnaast is de begeleiding bij de omgang beëindigd zonder dat hij hierover is geïnformeerd. Deze situatie maakt dat vader vragen en zorgen heeft over het verdere verloop en de continuïteit van de omgang. Hij spreekt de wens uit dat de moeder betrokken kan blijven in het leven van de kinderen. Maar hij is als enige met het ouderlijk gezag belast en geeft aan vanuit deze verantwoordelijkheid te willen zorgen dat het goed blijft gaan met de kinderen. Er moet vanuit de GI echt meer betrokkenheid en regie worden gevoerd bij de omgang tussen de kinderen en de moeder.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.[_7cd3aaf1-58e2-43f1-9bfc-fda805197d27] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] nog steeds ernstig worden bedreigd in hun ontwikkeling. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen sinds 1 juni 2026 bij de vader nadat zij langere tijd in een pleeggezin woonden. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben een belast verleden, zij lijken te kampen met trauma- en hechtingsproblematiek. Nu het perspectief van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de vader is bepaald, zal [zorg instelling 1] binnenkort starten met onderzoek en behandeling van hen. [minderjarige 2] en [minderjarige 1] zijn gestart op een nieuwe school in de buurt van de vader en volgen wegens hun lage draagkracht maar 2-3 dagdelen per week (speciaal) onderwijs. [zorg instelling 2] is nog betrokken bij de vader en de moeder heeft een intake gehad voor VIB gehechtheid. Tijdens de zitting is gebleken dat er onduidelijkheid en verschillende opvattingen bestaan over de omgang tussen de moeder en de kinderen. De kinderrechter benadrukt dat het van belang is dat de ouders zoveel mogelijk op één lijn zitten en dat er geen onduidelijkheid of conflict ontstaat rondom afspraken over de omgang. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben rust en duidelijkheid nodig. Het is van belang dat hier vanuit de GI voldoende aandacht voor is. Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling verlengen voor de duur van een jaar. De betrokkenheid van een jeugdbeschermer is nog noodzakelijk om de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de gaten te houden en regie te voeren over de ingezette en nog in te zetten hulpvrlening.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 5 oktober 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beschikking is gegeven door mr. A.L. Pöll, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2026, in aanwezigheid van P. Thakoerdat als griffier en vastgesteld op 5 oktober 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Voetnoten
- Artikel 1:260 BW.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.