Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Rotterdam, 24 september 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:14671Zaaknummer C/10/716035 / JE RK 26-450
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 24 september 2026
- Publicatiedatum
- 27 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/10/716035 / JE RK 26-450
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Beschikking
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verlenging machtiging uithuisplaatsing
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten bij de oma mz, tot 27 maart 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beschikking is gegeven door mr. A.L. Pöll, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2026, in aanwezigheid van P. Thakoerdat als griffier, en op schrift gesteld op 5 oktober 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/716035 / JE RK 26-450
Datum uitspraak: 24 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west,
gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2022 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [plaats 1],
advocaat mr. D. de Heuvel, kantoorhoudende in Papendrecht,
[vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats 2].
1 Het verdere verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van de kinderechter in deze rechtbank van 9 maart 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- de briefrapportage met bijlage van de GI van 31 augustus 2026.
De zitting met gesloten deuren is voortgezet op 24 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder met haar advocaat mr. H.E. Visscher, waarnemer van mr. D. de Heuvel;
- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger van de GI].
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend om de zitting bij te wonen aan [naam oma vz] (oma vz) en [hulpverlener] (begeleider van de vader).
2 De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] verblijft bij oma mz.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 9 maart 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 27 maart 2027.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 9 maart 2026 de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten bij de oma mz en de oom mz verlengd tot 27 oktober 2026 en de beslissing op het overig verzochte aangehouden tot 1 september 2026 pro forma.
3 Het aangehouden verzoek
De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor netwerkpleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Thans resteert een beslissing op het aangehouden deel van het verzoek, te weten een machtiging tot uithuisplaatsing voor de periode tot 27 maart 2027.
4 De standpunten
De GI heeft ter zitting het aangehouden deel van het verzoek gehandhaafd en als volgt nader toegelicht. In de afgelopen periode is het de GI niet gelukt om zelf contact te krijgen met de moeder. Op 8 juli 2026 heeft de moeder een e-mail bericht gestuurd om de GI op de hoogte te stellen van haar woonsituatie. Gisteren is de bezoekregeling weer opgestart tussen de moeder en [minderjarige] en hebben zij elkaar voor het eerst weer gezien. De GI heeft ook contact gezocht met de vader. De GI vindt het van belang dat het contact tussen de vader en [minderjarige] weer wordt opgepakt. [minderjarige] is hier op dit moment echter nog niet klaar voor volgens de speltherapeute. Van belang is dat de vader contact opneemt met de speltherapeute om de ontwikkeling van [minderjarige] te horen. Dat is aan hem gevraagd, maar hij heeft dit tot nu toe niet gedaan. Desondanks heeft de GI een intake ingepland met Coachpoint zodat gestart kan worden zodra [minderjarige] hier ruimte voor voelt. Helaas heeft de vader de afspraak niet door laten gaan omdat hij eerst een aantal zaken met de GI wil bespreken. De GI is van mening dat het belangrijk is dat de vader meer betrokken raakt en een actievere rol inneemt in het leven van [minderjarige]. De GI kijkt hierbij naar wat nodig is om de situatie voor [minderjarige] zo stabiel en normaal mogelijk te laten verlopen. Langer verblijf van [minderjarige] bij oma mz is in haar belang. Het gaat daar goed, [minderjarige] woont met haar broers en krijgt de nodige ondersteuning.
Door en namens de moeder is ter zitting aangegeven dat de moeder zich niet verzet tegen het verzoek van de GI. Het gaat beter met de moeder. De moeder heeft gisteren [minderjarige] weer gezien. Dit is goed gegaan. Zowel moeder als [minderjarige] waren blij om elkaar weer te zien.
De vader heeft ter zitting aangegeven het eens te zijn met het verzoek van de GI. De vader hoort ter zitting dat het goed gaat met [minderjarige]. Hij heeft geen contact met de GI en kan hierdoor nauwelijks zaken met de jeugdbeschermer bespreken. De vader ervaart dat de GI regelmatig beslissingen neemt zonder hem vooraf hierin te betrekken en dat hij ook pas achteraf wordt geïnformeerd. Daarnaast wacht vader al geruime tijd op begeleiding vanuit Coachpoint, maar tot op heden heeft hij hierover niets vernomen. De vader heeft ook een e-mail bericht gestuurd naar de speltherapeute, maar zijn bericht blijkt kennelijk niet te zijn aangekomen. De vader heeft [minderjarige] al langere periode niet gezien en wil graag dat het contact tussen [minderjarige] en hem opgepakt wordt.
5 De beoordeling
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.[_2a4133e0-d11d-468f-8f0e-4b14ccb1a0db]
Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat [minderjarige] bij de huidige stand van zaken niet bij de moeder of de vader kan wonen. Beide ouders hebben weinig contact met [minderjarige] en zijn zowel praktisch als emotioneel niet in staat om de opvoeding en verzorging van [minderjarige] op zich te nemen. [minderjarige] verblijft al langere tijd bij de oma mz en ontwikkelt zich daar goed. Zij woont daar met haar twee oudere broers, wordt structureel naar de peuterspeelzaal en naar speltherapie gebracht. Oma mz is in staat om aan te sluiten bij de opvoedbehoefte van [minderjarige] en geeft haar de nodige structuur en stabiliteit. Ook krijgen zij en opa mz begeleiding bij het zorgen voor drie kinderen. Het is in het belang van [minderjarige] dat zij de komende tijd bij oma mz blijft. Moeder heeft enige tijd geen contact gehad met de GI en reageerde ook niet op berichten van de GI. Positief is dat het contact tussen [minderjarige] en de moeder inmiddels is opgestart en zij elkaar gisteren voor het eerst weer hebben gezien. De vader heeft [minderjarige] al langere periode niet gezien. Het is van belang dat de vader een actievere rol inneemt in het leven van [minderjarige] en dat wordt bezien op welke wijze het contact tussen de vader en [minderjarige] kan worden herstart.
De machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] zal gelet op het voorgaande worden verlengd voor de duur van de ondertoezichtstelling. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten bij de oma mz, tot 27 maart 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beschikking is gegeven door mr. A.L. Pöll, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2026, in aanwezigheid van P. Thakoerdat als griffier, en op schrift gesteld op 5 oktober 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Voetnoten
- Artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.