Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Rotterdam, 23 september 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:14597Zaaknummer C/10/725412 / JE RK 26-1682
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 23 september 2026
- Publicatiedatum
- 27 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/10/725412 / JE RK 26-1682
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Beschikking
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 4 oktober 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2026 door mr. J.S. van den Berge, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. E.N. Laurensse als griffier, en op schrift gesteld op 7 oktober 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/725412 / JE RK 26-1682
Datum uitspraak: 23 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedag] 2019 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [plaats],
advocaat mr. D. Abotay, kantoorhoudende te Rotterdam,
[vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [plaats],
[oma vz],
hierna te noemen: de oma vaderszijde (vz), wonende in [plaats].
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 25 september 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum;
- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 24 maart 2026, binnengekomen op 22 september 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- de vader;
- twee vertegenwoordigers van de GI, [vertegenwoordiger van de GI 1] en [vertegenwoordiger van de GI 2].
De oma vz is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de oma vz wel juist is opgeroepen.
2 De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] verblijft van maandagmiddag uit school tot donderdagochtend bij de moeder en het resterende deel van de week bij de oma vz en de vader.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 15 september 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 4 oktober 2026.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 maart 2026 de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] binnen het netwerk, te weten bij de oma vz, verlengd tot 4 oktober 2026.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. [minderjarige] verblijft momenteel de ene helft van de week bij de moeder en de andere helft van de week bij de vader. Een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar is nodig omdat er grote zorgen zijn over [minderjarige]. De ouders waren aangemeld voor hulpverlening om het gezamenlijke ouderschap vorm te geven. Deze hulpverlening heeft niet kunnen starten omdat beide ouders niet op de afspraken zijn gekomen. [minderjarige] heeft een tijd op de wachtlijst gestaan voor speltherapie. Toen hij eenmaal aan de beurt was, kon de speltherapie niet van start gaan omdat het nog te veel rommelt in de thuissituatie. De GI heeft met [minderjarige] op school gesproken. [minderjarige] geeft aan dat het erg onrustig is in zijn hoofd. Wanneer [minderjarige] onrust ervaart kan hij brutaal zijn, grensoverschrijdend gedrag laten zien en schelden. De GI gunt [minderjarige] onbelast contact met beide ouders. Er is er al heel veel geprobeerd is om de situatie te verbeteren, maar dit is nog niet voldoende gelukt. Dat betekent niet dat het einde in zicht is. De GI heeft gister met de ouders de zorgen besproken, maar er speelde veel emoties. Het is belangrijk om eerst de gemoederen tot bedaren te brengen, om daarna opnieuw inhoudelijk met elkaar in gesprek te gaan. De GI ziet ondanks de onderliggende emoties, twee ouders die het beste met [minderjarige] voor hebben. Het is van groot belang voor [minderjarige] dat de ouders de komende periode met elkaar in gesprek gaan en dat zij de strijdbijl begraven. De GI ziet ouderschap na scheiding als een finaal eindstation wat hij beide ouders niet gunt, maar dit is wel een van de laatste mogelijkheden.
4 De standpunten
De vader staat achter een verlenging van de ondertoezichtstelling. De afgelopen zes maanden is er veel veranderd. De ouders zitten niet langer op één lijn over de opvoeding van [minderjarige]. De vader heeft altijd geprobeerd om [minderjarige] buiten de strijd te houden maar er zijn toch dingen die hij onbewust aanvoelt en oppakt. De vader heeft slapeloze nachten over de situatie en ziet momenteel geen oplossing. De vader hoopt dat de ondertoezichtstelling wordt verlengd zodat er samen gezocht kan worden naar een oplossing in het belang van [minderjarige]. De vader wil dat [minderjarige] zowel bij de vader als bij de moeder kan verblijven zonder strijd. De vader is sinds maart van dit jaar bezig om afspraken te maken met de moeder over een ouderschapsplan. In de visie van de vader heeft de moeder nergens aan meegewerkt. Vanaf maart is het dan ook bergafwaarts gegaan in de communicatie tussen de ouders. Er ligt daarom nog geen ouderschapsplan. De moeder is met niks akkoord gegaan en wil [minderjarige] honderd procent hebben.
Door en namens de moeder wordt ter zitting geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. De moeder is al heel lang bezig met het vinden van een oplossing voor de aanhoudende situatie. De moeder doet haar best om met de vader te communiceren en zaken met betrekking tot [minderjarige] met hem te bespreken. Vanuit de kant van de vader lijkt het net alsof de moeder wordt vergeten. De moeder heeft niet het idee dat de vader met haar communiceert. De moeder is een GTP-programma gestart om meer inzicht te krijgen in wat er in [minderjarige] omgaat en hoe zij daar als moeder op kan reageren. De moeder gunt [minderjarige] contact met beide ouders maar ziet daarin geen rol weggelegd voor de oma vz. De moeder is bereid mee te werken met alle hulpverlening die in het belang van [minderjarige] is. De moeder ziet in, dat er hulpverlening nodig is. De moeder vindt dat de hulpverlening ook in vrijwillig kader kan plaatsvinden. Mocht de rechtbank een ondertoezichtstelling desondanks nodig vinden, dan verzet de moeder zich daar niet tegen. Voor de moeder is het belangrijkste dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] weer bij de moeder komt te liggen. De moeder vreest dat de oma vz de rol van de moeder overneemt. De moeder wil niet meewerken aan een evenredige verdeling van de omgangsregeling omdat de vader er niet volledig voor [minderjarige] kan zijn in die tijd.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.[_66e7d125-69d6-451d-8a40-9222d9db8fd7] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
Uit de stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat [minderjarige] nog steeds ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. De kinderrechter maakt zich grote zorgen over [minderjarige]. [minderjarige] heeft twee ouders die veel van hem houden maar die – zoals ter zitting ook is gebleken – behoorlijk in strijd zijn met elkaar. [minderjarige] bevindt zich midden in deze strijd. Het lukt de ouders onvoldoende om op een constructieve manier afspraken te maken in het belang van [minderjarige]. De ouders zijn negatief over elkaar en uiten zorgen over elkaars opvoedsituatie. [minderjarige] wordt zichtbaar belast met de spanningen tussen de ouders en zit in een loyaliteitsconflict. Daarbij nemen de gedragsproblemen bij [minderjarige] toe. [minderjarige] geeft zelf in een gesprek met de hulpverlening aan dat in zijn hoofd “mensen met elkaar vechten”, waardoor hij verkeerd gedrag laat zien. Dit wijst op innerlijke onrust bij [minderjarige]. Dat is zeer zorgelijk. Het is in het belang van [minderjarige] dat de ouders een manier gaan vinden om het gezamenlijk ouderschap vorm te geven, zodat [minderjarige] onbelast contact kan hebben met beide ouders. Daarnaast is het van belang dat [minderjarige] op korte termijn voldoende rust ervaart zodat hij kan starten met passende hulpverlening, zoals de speltherapie.
Gelet op de complexe situatie en de strijd tussen de ouders acht de kinderrechter ouders op dit moment niet in staan om de ontstane impasse zelfstandig, dan wel met hulpverlening in het vrijwillige kader, te doorbreken en de situatie voor [minderjarige] op korte termijn te verbeteren. Het is daarom noodzakelijk dat de jeugdbeschermer in het kader van een ondertoezichtstelling betrokken blijft, zodat een onafhankelijk persoon de belangen van [minderjarige] voor ogen kan houden, de regie kan voeren en hulpverlening kan inzetten die in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is. Om daadwerkelijk een positieve verandering teweeg te brengen, is de medewerking van zowel de vader als de moeder noodzakelijk en dient de onderlinge communicatie tussen hen beide te verbeteren. Daarbij komt dat de beide ouders het gezag hebben over [minderjarige] en hij is pas zes jaar oud. Dit betekent dat de ouders nog vele jaren met elkaar zullen moeten overleggen over belangrijke zaken rondom hun zoon. Het is in het belang van [minderjarige], dat de ouders zich openstellen voor een constructieve samenwerking met de jeugdbescherming én met elkaar, dat zij de aangeboden hulpverlening aanvaarden en zich hiervoor gaan inzetten. De kinderrechter spreekt de hoop uit dat de ouders hierin hun verantwoordelijkheid nemen.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar.[_500dc0a0-c2b0-46b6-8ca2-b0a20d49a134]
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 4 oktober 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2026 door mr. J.S. van den Berge, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. E.N. Laurensse als griffier, en op schrift gesteld op 7 oktober 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Voetnoten
- Artikel 1:260 BW.
- Artikel 1:260, eerste lid, BW
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.