Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Rotterdam, 23 september 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:14595Zaaknummer C/10/718329 / JE RK 26-731 en C/10/726272 / JE RK 26-1812
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 23 september 2026
- Publicatiedatum
- 27 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/10/718329 / JE RK 26-731 en C/10/726272 / JE RK 26-1812
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Beschikking
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en (afwijzing) verlenging machtiging tot uithuisplaatsing. De zorgen over het welzijn en de veiligheid in de thuissituatie (nog) niet weggenomen. Signalen van vergaande controle. Vrijwillig kader is niet toereikend, vanwege gebrek aan openheid.
6 De beslissing
De kinderrechter:
Ten aanzien van het verzoek met zaaknummer C/10/718329 / JE RK 26-731
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 20 mei 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Ten aanzien van het verzoek met zaaknummer C/10/726272 / JE RK 26-1812
houdt de reeds verleende spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] van 10 september 2026 tot 8 oktober 2026 in stand;
wijst het overig verzochte af.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2026 door mr. M.P.G. Rietbergen, kinderrechter, in aanwezigheid van E.G.H. Kerr als griffier, en op schrift gesteld op 2 oktober 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Locatie Rotterdam
Zaaknummer: C/10/718329 / JE RK 26-731 en C/10/726272 / JE RK 26-1812
Datum uitspraak: 23 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en (afwijzing) verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaken van
de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,
hierna te noemen: de Raad, gevestigd te Rotterdam,
en
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder] en [vader],
hierna te noemen: de ouders, wonende in [plaats],
advocaat: mr. R.H.P. Feiner, kantoorhoudende in Rotterdam.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 20 mei 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 10 september 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- de schriftelijke bevestiging van het verzoek van de GI met bijlagen van 11 september 2026, ontvangen op diezelfde datum, ingeschreven onder zaaknummer C/10/726272 / JE RK 26-1812;
- het raadsrapport van de Raad met bijlagen van 17 september 2026, ontvangen op diezelfde datum.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [vertegenwoordiger van de raad];
- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger van de GI],
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. De kinderrechter heeft, aan het eind van de zitting, [minderjarige] zelf telefonisch op de hoogte gebracht van de uitspraak.
2 De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] verblijft op een crisisgroep.
Bij beschikking van 20 mei 2026 is [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 20 november 2026.
3 De aangehouden verzoeken
Het aangehouden verzoek met zaaknummer C/10/718329 / JE RK 26-731
De Raad heeft verzocht [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Bij beschikking van 20 mei 2026 is er beslist op de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van zes maanden. Er resteert nog een beslissing op de overige periode van de ondertoezichtstelling, te weten tot 20 mei 2027.
Het aangehouden verzoek met zaaknummer C/10/726272 / JE RK 26-1812
De GI heeft verzocht een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van vier weken en aansluitend voor de duur van drie maanden. Ook heeft de GI verzocht de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Bij beschikking van 10 september 2026 is er beslist op de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van vier weken. Hier dienen partijen nog op te worden gehoord. Er resteert nog een beslissing op de overige periode van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige], te weten tot 8 januari 2027.
4 De standpunten
Ten aanzien van de ondertoezichtstelling – zaaknummer C/10/718329 / JE RK 26-731
De Raad handhaaft het aangehouden deel van het verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht dit als volgt toe. Na een incident is [minderjarige] begin september naar een crisisplek van Enver gegaan. Sindsdien zijn de zorgen over het welzijn en de veiligheid in de thuissituatie (nog) niet weggenomen. [minderjarige] heeft verschillende verklaringen afgegeven die zorgelijk zijn, zowel wanneer hetgeen zij aangeeft wel dan wel niet zich heeft voorgedaan. De ouders ontkennen deze zorgen en geven onvoldoende openheid aan de hulpverlening. Er dient meer zicht en duidelijkheid te komen over de veiligheid en de zorgen met betrekking tot de (thuis)situatie van [minderjarige].
De GI ondersteunt het verzoek van de Raad. De zorgen die worden benoemd, maakt de betrokkenheid van de GI nog noodzakelijk. Het is positief dat er een duidelijk plan ligt welke hulpverlening wordt ingezet. Zo zal de hulpverlening vanuit Massive Care worden gecontinueerd en wordt ambulante spoedhulp vanuit Enver ingezet. Hierbij zal ook de vader worden meegenomen.
Door en namens de moeder wordt tijdens de mondelinge behandeling verweer gevoerd tegen het verzoek van de Raad. De moeder benadrukt dat [minderjarige] naar huis wil en kan, hierbij staat [minderjarige] ’s veiligheid voorop. Het beeld wat wordt gecreëerd over de vergaande controle is uitvergroot en klopt niet. Er waren zorgen over het schoolverzuim en sociale mediagebruik van [minderjarige] en dat wilden de ouders begrenzen. De ouders hebben altijd medewerking verleend aan de hulpverlening en de moeder heeft zelf initiatief genomen om, met behulp van de ombudsman, [minderjarige] weer naar school te krijgen. Er is op dit moment geen sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging wat een ondertoezichtstelling rechtvaardigt. Ook was er geen ernstig en onmiddellijk gevaar voor [minderjarige] ten tijde van de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing. Het is dan ook jammer dat zo een ingrijpend middel is ingezet. Daarnaast is [minderjarige] op een crisisplek is geplaatst en is er in eerste instantie niet gekeken naar het netwerk. Gelukkig gaat het goed met [minderjarige]. Zij is sinds kort begonnen met een mbo-opleiding en heeft een bijbaantje. Indien de ondertoezichtstelling wordt verlengd zal de moeder goed bereikbaar blijven voor de GI en meewerken aan de hulpverlening.
Ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing – zaaknummer C/10/726272 / JE RK 26-1812
De GI trekt het aangehouden verzoek tijdens de mondelinge behandeling in. De GI geeft aan dat er na het incident een plek nodig was voor [minderjarige] waar zij kon stabiliseren. Mede gezien het feit dat er twee verhalen lijnrecht tegenover elkaar stonden, diende er eerst rust te komen om duidelijkheid te krijgen. Er zijn inmiddels veiligheidsafspraken gemaakt en er ligt een plan voor de continuering en de nog in te zetten hulpverlening. Een terugplaatsing van [minderjarige] bij de ouders is op dit moment het meest passend.
5 De beoordeling
Ten aanzien van de ondertoezichtstelling – zaaknummer C/10/718329 / JE RK 26-731
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat [minderjarige] nog steeds ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. De zorgen rondom de veiligheid in de opvoedsituatie zijn onvoldoende afgenomen. Er zijn signalen van vergaande controle, waardoor [minderjarige] niet kan opgroeien in vrijheid en veiligheid. [minderjarige] is 16 jaar en zij mag leren zelfstandig keuzes te maken en dient hier ook de ruimte in en voor te krijgen. Hoewel de ouders en [minderjarige] meewerken aan de hulpverlening is er, vanwege het gebrek aan openheid, nog onvoldoende zicht op het gezinssysteem. Hierdoor kan de ernstige ontwikkelingsbedreiging niet of onvoldoende worden weggenomen in het vrijwillig kader. Het is een prille positieve ontwikkeling dat de hulpverlening is gestart en dat er veiligheidsafspraken zijn gemaakt, maar de kinderrechter acht de verdere betrokkenheid van de GI nog noodzakelijk. De komende periode dient er eerst meer duidelijkheid te komen over de veiligheid en de zorgen met betrekking tot de thuissituatie van [minderjarige]. Het is belangrijk dat [minderjarige] veilig is en zich ook veilig voelt. Er dient daarnaast onderzocht te worden of er mogelijk sprake is van onderliggende problematiek en welke (aanvullende) hulpverlening daarvoor nodig is.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.[_94864135-ce6b-40f8-bce7-dbf7cccaad3f] De kinderrechter verlengt daarom de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de aangehouden periode van zes maanden.[_c333d9b8-9c6d-449b-a5c2-ad5a40392701]
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing – zaaknummer C/10/726272 / JE RK 26-1812
De GI heeft het aangehouden deel van het verzoek tijdens de mondelinge behandeling ingetrokken. De reeds verleende machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] loopt nog voor de duur van twee weken. De kinderrechter zal de reeds verleende machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in stand houden, zodat in de resterende periode kan worden toegewerkt naar een terugplaatsing van [minderjarige] bij de ouders.
Nu de GI het aangehouden deel van het verzoek tijdens de mondelinge behandeling heeft ingetrokken, kunnen de gronden hiervan niet meer worden onderzocht. Het aangehouden deel van het verzoek zal daarom worden afgewezen.
6 De beslissing
De kinderrechter:
Ten aanzien van het verzoek met zaaknummer C/10/718329 / JE RK 26-731
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 20 mei 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Ten aanzien van het verzoek met zaaknummer C/10/726272 / JE RK 26-1812
houdt de reeds verleende spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] van 10 september 2026 tot 8 oktober 2026 in stand;
wijst het overig verzochte af.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2026 door mr. M.P.G. Rietbergen, kinderrechter, in aanwezigheid van E.G.H. Kerr als griffier, en op schrift gesteld op 2 oktober 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Voetnoten
- Artikel 1:260 BW.
- Artikel 1:260, eerste lid, BW
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.