Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Rotterdam, 23 september 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:14593Zaaknummer C/10/726558 / JE RK 26-1847

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23 september 2026
Publicatiedatum
27 oktober 2026
Zaaknummer
C/10/726558 / JE RK 26-1847
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 23 september 2026 tot 23 december 2026;

en alvorens verder te beslissen:

6.2.

houdt de behandeling voor het overige verzochte aan en bepaalt dat het verhoor van de GI, de voogden, [minderjarige] en mr. Hübner in deze zaak zal plaatsvinden op 15 december 2026 te 12.00 uur in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100/125;

6.3.

de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. J.S. van den Berge, kinderrechter;

6.4.

bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de GI, de voogden, en mr. Hübner;

6.5.

gelast de oproeping van [minderjarige] tegen voormelde zittingsdatum en tijdstip;

6.6.

verzoekt de GI de kinderrechter voor genoemde datum (met afschrift daarvan aan de voogden en mr. Hübner) de verzochte rapportage(s) te doen toekomen.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2026 door mr. J.S. van den Berge, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. E.N. Laurensse als griffier, en op schrift gesteld op 8 oktober 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/726558 / JE RK 26-1847

Datum uitspraak: 23 september 2026

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige],

geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige],

advocaat mr. P.V. Hübner, kantoorhoudende te Rotterdam.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[pleegoudervoogd 1] en [pleegoudervoogd 2],

wonende in [plaats], hierna te noemen: de voogden.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 16 september 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum;
  • de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 15 september 2026.
1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 december 2026. Daarbij waren aanwezig:

  • de advocaat van [minderjarige];
  • de voogden;

- twee vertegenwoordigers van de GI, [vertegenwoordiger van de GI 1] en [vertegenwoordiger van de GI 2].

1.3.

[minderjarige] was niet bij de zitting aanwezig. De advocaat geeft aan dat [minderjarige] op de hoogte was van de zitting, maar niet aanwezig wilde zijn.

2 De feiten

2.1.

Op 22 december 2015 heeft de rechtbank Den Haag het ouderlijk gezag van de biologische ouders van [minderjarige] beëindigd en hem onder voogdij gesteld van de voogden, die toen als pleegouders voor [minderjarige] zorgden.

2.2.

[minderjarige] verblijft vanaf december 2025 op een gesloten groep van Schakenbosch.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 augustus 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 19 juni 2027. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter in deze rechtbank een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 17 augustus 2026 tot 17 september 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor de duur van vier weken en hierop te beslissen zonder voorafgaand verhoor van de betrokkenen. Aansluitend verzoekt de GI een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.2.

De piketrechter in deze rechtbank heeft op 16 september 2026 niet beslist op het (spoed)verzoek en de zaak versneld op zitting geplaatst om de betrokkenen eerst te kunnen horen op het verzoek. Er dient nog een beslissing op het verzoek, te weten de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp voor de duur van zes maanden.

4 De standpunten

4.1.

De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. De GI heeft de regie over de uitvoering van de maatregel van [minderjarige] overgenomen van JBRR. Deze overdacht heeft op een eerder moment plaatsgevonden dan de GI had beoogd, waardoor deze overdracht niet goed is verlopen. Ook is er veel ruis ontstaan omdat er zaken administratief zijn misgelopen en onduidelijkheid bestond over welke maatregelen er nog liepen. Hierdoor was de GI te laat was met het indienen van het huidige verzoek. Voor [minderjarige] heeft deze ruis de afgelopen weken voor veel onrust gezorgd. Afgelopen maand zijn er een aantal incidenten geweest, die mogelijk te wijten zijn aan de toegenomen spanning van [minderjarige] rondom zijn verblijfplaats. Deze incidenten maken het voor de GI wel duidelijk dat het voortzetten van de gesloten plaatsing noodzakelijk is. Ook is er op dit moment nog geen goed alternatief. De GI wil voorkomen dat [minderjarige] op een crisisgroep wordt geplaatst. Schakenbosch geeft aan dat [minderjarige] – los van de incidenten van de afgelopen periode – stappen vooruit zet. Het is belangrijk dat [minderjarige] zich blijft ontwikkelen en daarvoor is rust en stabiliteit noodzakelijk. De GI hoopt dat alle betrokken partijen erop vertrouwen dat de GI niets liever wil dan [minderjarige] uit de geslotenheid halen en zich daarvoor inzet. In verschillende overleggen en op hogere niveaus heeft de GI het dossier van [minderjarige] ingebracht. Over de duur van de machtiging geeft de GI aan dat zij hoopt dat er over drie maanden een andere plek voor [minderjarige] is gevonden, maar hierover geen garantie kan geven. Een kortere verlenging van de gesloten machtiging tot uithuisplaatsing kan bij [minderjarige] voor onduidelijkheid en spanning zorgen, en acht de GI niet in zijn belang. Tot slot voegt de GI toe dat Schakenbosch mogelijkheden heeft voor een hybride plaatsing, wellicht dat dit voor [minderjarige] passend is. Dit moet verder uitgezocht worden en hiervoor is wel een akkoord vanuit Schakenbosch zelf voor nodig.

4.2.

De voogden hebben ter zitting ingestemd met het verzoek van de GI. [minderjarige] is bij de voogden gaan wonen vanaf zijn derde levensjaar en zij kennen hem dus goed. [minderjarige] heeft speciale behoeftes die heel moeilijk te begrijpen en onderscheiden zijn. Het is moeilijk om te vinden wat hem helpt. [minderjarige] gaat in voor hem lastige situaties makkelijk uit contact waardoor de voogden de verbinding met hem verliezen. Hij doet dan zijn eigen ding. [minderjarige] is een complexe jongen die moeilijk op een groep geplaatst kan worden, waardoor hij op wachtlijsten is beland. [minderjarige] doet het nu bij Schakenbosch heel goed. Hij stelt zich coöperatief op en gaat makkelijker in gesprek met de voogden. Ondanks dat een gesloten machtiging tot uithuisplaatsing niet gemakkelijk is, lijkt dit voor [minderjarige] momenteel goed te zijn. De afgelopen maand gaat het daarentegen heel slecht met [minderjarige]. [minderjarige] is een aantal keer weggelopen en is dan vermist. De voogden denken dat dit te maken heeft met de onduidelijkheden die spelen rondom de verblijfplek van [minderjarige] en wat hij hierover op de laatste zitting heeft gehoord. Een gesloten machtiging tot uithuisplaatsing is voor [minderjarige] momenteel het beste. [minderjarige] laat zien dat hij zich op Schakenbosch ontwikkelt. Ondanks dat [minderjarige] gesloten zit, mag hij vaak op verlof en kan hij zelfstandig naar de voogden toe reizen. De geboden structuur doet [minderjarige] heel goed en hij heeft deze begrenzing nodig. Voor [minderjarige] is zoveel mogelijk consistentie belangrijk. Naderende rechtszaken brengen voor hem veel spanning mee waardoor hij weer gekke dingen gaat doen. De voogden denken daarom dat een verlenging van de maatregel voor de duur van zes maanden het meest in het belang van [minderjarige] is.

4.3.

Namens [minderjarige] is ter zitting het volgende naar voren gebracht. [minderjarige] is een jongen die heel erg teleurgesteld is in de volwassenen om hem heen. Hij gelooft niet meer dat er iets goeds uit alle procedures komt. Bij de vorige zitting was [minderjarige] zelf aanwezig en dat heeft hem veel energie gekost en grote spanning opgeleverd. [minderjarige] wil niet langer op Schakenbosch verblijven maar kan niet goed onder woorden brengen waarom hij dit niet wil. De laatste maand is het heel slecht gegaan en dat heeft vermoedelijk te maken gehad met de zitting in augustus. [minderjarige] heeft de hoop dat er op korte termijn een plek voor hem wordt gevonden. De gedragswetenschapper vindt een gesloten plaatsing van drie maanden voldoende. Namens [minderjarige] wordt daarom benadrukt dat de komende periode alles op alles moet worden gezet om een plaatsing op een passende open groep binnen deze drie maanden te realiseren. Namens [minderjarige] wordt verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden te verlenen en het verzoek voor het overige verzochte af te wijzen.

5 De beoordeling

5.1.

De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.[_7b409924-4060-4cac-93d9-996755a892a9] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

5.2.

De zorgen over [minderjarige] zijn nog altijd groot. [minderjarige] heeft een belaste voorgeschiedenis en persoonlijke problematiek, als gevolg waarvan hij zelfbepalend gedrag laat zien. Daarnaast bestaan er grote zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige] en over zijn gezondheid. Inmiddels verblijft [minderjarige] al enkele maanden op een gesloten groep van Schakenbosch waar hij laat zien dat hij goed gedijt en zich positief ontwikkelt. Ondanks de positieve ontwikkelingen heeft [minderjarige] onlangs ook nog een terugval gehad, waarbij er verschillende incidenten op de groep hebben plaatsgevonden en hij herhaaldelijk is weggelopen. Mogelijk speelt de onzekerheid en de spanningen rondom zijn verblijfplek hierbij een grote rol. Het is daarom noodzakelijk dat [minderjarige] de komende periode rust en stabiliteit ervaart, zodat hij – nog meer dan nu al het geval is – toe kan komen aan behandeling en begeleiding. Daarnaast moet de komende periode ook een geschikte vervolgplek voor [minderjarige] gevonden, waar hij de structuur en begeleiding kan ontvangen die hij nodig heeft.

5.3.

Met de gedragswetenschapper is de kinderrechter van oordeel dat de problematiek van [minderjarige] momenteel nog de mogelijkheden van een open setting overstijgt. Daarbij weegt ook mee dat er op dit moment nog geen alternatieve passende plek is gevonden voor [minderjarige]. Dat maakt dat afwijzing van het verzoek tot gevolg zou hebben dat [minderjarige] op een crisisgroep geplaatst zou worden, of op straat zou belanden. Alle betrokkenen zijn het er over eens dat dit niet in het belang van [minderjarige] is. De kinderrechter verleent daarom de machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden De kinderrechter volgt hierin tevens het advies van de gedragswetenschapper en verleent de machtiging daarom voor een kortere duur dan is verzocht. De beslissing op het verzoek zal voor het overige verzochte worden aangehouden tot de hierna te noemen zittingsdatum.

5.4.

De kinderrechter constateert dat het afgelopen jaar in de twee eerdere beschikkingen al de noodzaak van een passende vervolgplek voor [minderjarige] staat beschreven. De kinderrechter benadrukt nogmaals dat [minderjarige] niet de dupe mag worden van wachtlijsten en procedures bij de hulpverleningsinstanties. Het is evenwel aan de gemeente om uitvoering te geven aan de op grond van de Jeugdwet op haar rustende verplichtingen om voorzieningen te treffen op het gebied van jeugdhulp waardoor de jeugdige in staat wordt gesteld om gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid, voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren, rekening houdend met de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van de jeugdige. De gemeente is verantwoordelijk om te zorgen voor een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod van jeugdhulp. Het is van groot belang dat [minderjarige] zo snel mogelijk geplaatst wordt bij een instantie die aansluit bij de begeleidingsbehoefte van [minderjarige].

5.5.

De kinderrechter verzoekt de GI om uiterlijk twee weken voor de hierna te noemen zittingsdatum een rapportage te doen toekomen (met afschrift aan de voogden en mr. Hübner) omtrent de dan huidige stand van zaken, een update over wat er de afgelopen periode is gebeurd, welke instanties zijn benaderd, en daarbij te vermelden of het resterende deel van het verzoek al dan niet wordt gehandhaafd.

5.6.

Indien het resterende deel van het verzoek wordt gehandhaafd, verzoekt de kinderrechter de GI ook om zorg te dragen voor een nieuwe verklaring van de gedragswetenschapper.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 23 september 2026 tot 23 december 2026;

en alvorens verder te beslissen:

6.2.

houdt de behandeling voor het overige verzochte aan en bepaalt dat het verhoor van de GI, de voogden, [minderjarige] en mr. Hübner in deze zaak zal plaatsvinden op 15 december 2026 te 12.00 uur in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100/125;

6.3.

de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. J.S. van den Berge, kinderrechter;

6.4.

bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de GI, de voogden, en mr. Hübner;

6.5.

gelast de oproeping van [minderjarige] tegen voormelde zittingsdatum en tijdstip;

6.6.

verzoekt de GI de kinderrechter voor genoemde datum (met afschrift daarvan aan de voogden en mr. Hübner) de verzochte rapportage(s) te doen toekomen.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2026 door mr. J.S. van den Berge, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. E.N. Laurensse als griffier, en op schrift gesteld op 8 oktober 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

  1. Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.