Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Rotterdam, 17 september 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:14268Zaaknummer C/10/725840 / JE RK 26-1744
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 17 september 2026
- Publicatiedatum
- 19 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/10/725840 / JE RK 26-1744
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Beschikking
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Toewijzing van verzoek om een machtiging tot uithuisplaatsing in een accomodatie voor gesloten jeugdhulp. Vrijwillige plaatsing in een accommodatie voor jeugdhulp is niet voldoende gebleken.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 17 september 2026 tot 17 maart 2027.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2026 door mr. D.G.J. Roset, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J. Korshuize als griffier, en op schrift gesteld op 30 september 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/725840 / JE RK 26-1744
Datum uitspraak: 17 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
stichting Jeugdteams Sterk Papendrecht,
hierna te noemen: stichting Jeugdteams, gevestigd in Papendrecht,
namens
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Papendrecht,
hierna te noemen: het college, gevestigd in Papendrecht,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige],
advocaat mr. H.H.M. Helleman, kantoorhoudende in Huizen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] en [naam stiefvader],
hierna te noemen: de moeder en de stiefvader,
wonende in [woonplaats].
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 3 september 2026;
- een aanvulling op het verzoekschrift van stichting Jeugdteams met bijlagen van
7 september 2026;
- een (tweede) aanvulling op het verzoekschrift van stichting Jeugdteams met bijlagen van 16 september 2026;
- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 17 september 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
- twee vertegenwoordigers van stichting Jeugdteams, [persoon A] en [persoon B];
- [minderjarige] met zijn advocaat (via een videoverbinding);
- de moeder en de stiefvader.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2 De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] verblijft op een groep van [instelling 1]/ [instelling 1].
3 Het verzoek
Stichting Jeugdteams verzoekt een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.
De moeder stemt in met het verblijf van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp.
4 De standpunten
Door de stichting Jeugdteams is ter zitting het volgende naar voren gebracht. [minderjarige] is elf jaar oud en verblijft sinds september 2025 bij de [instelling 1] van [instelling 1]. Sinds afgelopen juni is zijn gedrag verder geëscaleerd. [minderjarige] loopt veelvuldig weg, onttrekt zich aan toezicht, behandeling en onderwijs en komt gedurende zijn afwezigheid in aanraking met oudere, risicovolle jongeren. Daarbij zijn er signalen van criminaliteit, middelengebruik en geweld. [minderjarige] spuugt, slaat en krabt ook naar de begeleiding. Door dit alles komt zijn behandeling en onderwijs onvoldoende aan bod. Binnen de huidige setting zijn de middelen uitgeput en daarom verzoekt stichting Jeugdteams om een gesloten machtiging. Stichting Jeugdteams heeft gesprekken gevoerd met [instelling 2] en met een andere locatie van [instelling 1]/ [instelling 1]. Beide locaties hebben echter aangegeven dat zij pas kunnen screenen voor een mogelijke gesloten plaatsing als er een machtiging is. Daarom is nu nog niet bekend waar [minderjarige] zal worden geplaatst. Zodra er bij beide locaties gescreend is, kan worden beoordeeld wat de beste optie is voor [minderjarige]. Bij [instelling 2] is de afstand naar de moeder en de stiefvader in ieder geval kleiner en dat zal, mede gelet op het advies van de gedragswetenschapper, worden meegewogen in de keuze.
Door de moeder en de stiefvader wordt ter zitting het volgende naar voren gebracht. De moeder en de stiefvader hebben grote zorgen over de veiligheid van [minderjarige]. Zij willen dat hij goed terechtkomt. [minderjarige] kan helaas niet naar huis vanwege zijn grote hulpvraag. Dit is te belastend voor de andere kinderen en daarom woont hij nu ook op een groep. Daar gaat het helaas niet goed. De moeder is bang dat [minderjarige] de gevolgen van zijn handelen niet overziet. De moeder is bang dat [minderjarige] hierdoor in de gevangenis beland of dat hij er straks helemaal niet meer is. De moeder ziet geen andere mogelijkheid meer en om die reden stemt zij in met een gesloten plaatsing. De moeder en de stiefvader houden evenveel van [minderjarige] als van alle andere kinderen, maar de afstand tussen hen en [minderjarige] maakt het wel moeilijk om er voor hem te zijn.
Door de advocaat van [minderjarige] wordt ter zitting verweer gevoerd ten aanzien van het verzoek. Allereerst geeft de advocaat aan dat voor zover haar kennis reikt [instelling 2] in principe geen gesloten jeugdhulp biedt aan kinderen onder de twaalf jaar oud. Dit zou betekenen dat er een soort oplossing op maat zou komen. Het lijkt de advocaat niet wenselijk dat [minderjarige] op een groep komt waar hij de jongste is. De advocaat voert verder aan dat de afstand naar de ouders niet de doorslaggevende reden moet zijn voor een plaatsing bij [instelling 2]. [minderjarige] heeft nu sinds een maand medicatie en sindsdien maakt [minderjarige] stapjes en laat hij de begeleiding steeds meer toe. Dit vertrouwen groeit, [minderjarige] geeft nu ook knuffels en zoekt zelf de nabijheid van begeleiders op. Ook het weglopen is minder geworden. Het blijft natuurlijk onhandig als de begeleiding niet weet waar hij zich bevindt, maar in de meeste gevallen is [minderjarige] op het terrein van [instelling 1] / [instelling 1]. Het is dan op dat moment even te druk in het hoofd van [minderjarige]. Volgens de advocaat is er op de groep niets bekend over middelengebruik. Ten aanzien van het stelen wordt aangegeven dat [minderjarige] niet zelf heeft gestolen. [minderjarige] is zich aan het hechten op deze groep en alle begeleiders zijn het erover eens dat als hij naar een andere plek moet, het lang zal gaan duren voor hij nieuwe begeleiders weer toelaat. De advocaat erkent dat er problemen zijn, maar het is de vraag of een plaatsing op een andere plek [minderjarige] goed zal doen. Dit zal hem ongetwijfeld een trauma bezorgen, waar ook rekening mee moet worden gehouden. De advocaat vraagt daarom om afwijzing van het verzoek.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.[_36785a6b-1616-49ec-a37e-ac8b59a5a300]
Uit de overlegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat de 11-jarige [minderjarige] al vanaf jonge leeftijd forse gedrags- en emotieregulatie problemen laat zien. [minderjarige] heeft een belaste voorgeschiedenis, waarbij hij in zijn eerste jaren onveiligheid in de thuissituatie heeft ervaren. Ondanks de inzet van hulpverlening en speciaal onderwijs zijn de gedragsproblemen blijven bestaan. [minderjarige] verblijft sinds september 2025 bij de [instelling 1] van [instelling 1], waar intensief is ingezet op stabilisatie, emotieregulatie, gedrag, onderwijs, systeemgericht werken en het herstellen van zijn vertrouwen en de relatie met zijn ouders. Uit de stukken is echter gebleken dat de situatie van [minderjarige] sinds afgelopen juni is verslechterd. [minderjarige] is tientallen keren weggelopen, waarbij zowel de duur als de ernst van de vermissingen is toegenomen. Zo is [minderjarige] begin juli ongeveer 41 uur vermist geweest. Ook is [minderjarige] onlangs nog gedurende ongeveer 22 tot 24 uur buiten beeld geweest. Volgens informatie van de stichting Jeugdteams zoekt [minderjarige] tijdens deze vermissingen aansluiting bij aanzienlijk oudere en risicovolle jongeren en zijn er signalen van frequent softdrugsgebruik. Ook is een video gedeeld waarop [minderjarige] na gebruik sterk onder invloed lijkt te zijn en "out" is gegaan. Daarnaast is tijdens zijn onttrekking sprake geweest van (zijn aanwezigheid bij) diefstal/winkeldiefstal en ander grensoverschrijdend gedrag. [minderjarige] is meerdere malen slachtoffer geworden van geweld door oudere jongeren. Hij is daarbij onder andere teruggekeerd met letsel aan zijn sleutelbeen. Op de zitting is gebleken dat [minderjarige] op zijn telefoon een foto heeft (gehad) waarop wapens dan wel op wapens gelijkende voorwerpen zichtbaar waren.
De kinderrechter is met de stichting Jeugdteams en de gedragswetenschapper van oordeel dat de combinatie van zijn jonge leeftijd, zijn beïnvloedbaarheid, zijn beperkte risico-inschatting, het veelvuldig en langdurig weglopen, het mogelijke middelengebruik, zijn contacten met oudere, risicovolle jongeren, de geweldsdreiging, zijn mogelijke delictgericht gedrag en het herhaaldelijk zelf slachtoffer worden van geweld, maakt dat sprake is van ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. De kinderrechter is met de gedragswetenschapper van oordeel dat de ontwikkelingsproblemen van [minderjarige] de mogelijkheden van een open setting overstijgen. De huidige groep heeft ook aangegeven dat zij niet meer in kunnen staan voor de veiligheid van [minderjarige] en ook niet voor die van hun personeel. [minderjarige] moet op een plek verblijven waar er weer de tijd en ruimte kan worden gevonden om structureel onderwijs te volgen en er een behandeling kan plaatsvinden. Ook het weglopen en de contacten met risicovolle jongeren moeten zoveel mogelijk kunnen worden beperkt. De kinderrechter acht daarvoor een plaatsing binnen de gesloten jeugdhulp noodzakelijk. Alleen op die manier kan de veiligheid van [minderjarige] worden gewaarborgd en ondertussen gewerkt worden aan zijn ontwikkelingsbedreiging.
Gelet op al het voorgaande machtigt de kinderrechter stichting Jeugdteams om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden. Er moet zo snel mogelijk worden bekeken welke plek het meest passend is voor [minderjarige]. Daarnaast merkt de kinderrechter op dat deze machtiging nadrukkelijk niet betekent dat [minderjarige] ook de volledige zes maanden gesloten moet verblijven. Zodra zijn veiligheid en ontwikkeling dit toelaten en een passende minder beperkende vervolgsetting beschikbaar is, dient eerder te worden afgeschaald.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 17 september 2026 tot 17 maart 2027.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2026 door mr. D.G.J. Roset, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J. Korshuize als griffier, en op schrift gesteld op 30 september 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.