Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Rechtbank Rotterdam, 19 oktober 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:14163Zaaknummer ROT 25/8352
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 19 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- ROT 25/8352
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Wet hersteloperatie toeslagen (Wht), recht op compensatie. De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag van eiseres om compensatie terecht afgewezen. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat eiseres (een poging tot) een aanvraag voor kinderopvangtoeslag heeft gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J. van Spengen, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Joosse, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 19 oktober 2026.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/8352
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 oktober 2026 in de zaak tussen
[naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. I. van Baaren),
en
Dienst Toeslagen
(gemachtigde: [naam gemachtigde] ).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Eiseres is het niet eens met de afwijzing. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank beoordeelt de afwijzing aan de hand van deze beroepsgronden van eiseres. De rechtbank komt tot het oordeel dat de Dienst Toeslagen de aanvraag van eiseres terecht heeft afgewezen. Daarin krijgt eiseres dus geen gelijk en het beroep is ongegrond.
Procesverloop
2. Met het besluit van 4 april 2025 heeft de Dienst Toeslagen de aanvraag van eiseres om compensatie voor de toeslagjaren 2005 tot en met 2019 afgewezen.
Met het besluit van 18 september 2025 (het bestreden besluit) heeft de Dienst Toeslagen heft bezwaar van eiseres tegen het besluit van 4 april 2025 kennelijk ongegrond verklaard.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De Dienst Toeslagen heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
Eiseres heeft de rechtbank op 14 oktober 2026 medegedeeld dat zij niet op de zitting zal verschijnen en verzocht het beroep zonder zitting te behandelen.
De rechtbank heeft het beroep op de zitting van 15 oktober 2026 behandeld. Hieraan hebben partijen niet deelgenomen.
Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiseres heeft op 17 april 2023 een aanvraag ingediend om compensatie op grond van de Wht. Met het besluit van 4 april 2025 (kenmerk [kenmerknummer]) heeft de Dienst Toeslagen de aanvraag afgewezen omdat in de systemen van de Dienst Toeslagen geen aanvraag voor kinderopvangtoeslag is aangetroffen. Met het bestreden besluit is de Dienst Toeslagen bij de afwijzing gebleven.
Standpunt van eiseres
4. Eiseres betoogt dat haar aanvraag om compensatie op grond van de Wht ten onrechte is afgewezen. Zij voert hiertoe aan dat de Dienst Toeslagen ten onrechte tot de conclusie is gekomen dat eiseres geen aanvraag voor kinderopvangtoeslag heeft gedaan. Eiseres stond namelijk onder bewind en de bewindvoerder heeft haar destijds verteld dat zij wel een aanvraag had ingediend. Ook is eiseres ten onrechte als fraudeur aangemerkt waardoor zij geen aanvraag meer kon doen. Eiseres vermoed dat dit te wijten is aan haar ex-partner. Hierdoor heeft eiseres wel recht op compensatie. Verder voert eiseres aan dat de Dienst Toeslagen ten onrechte heeft afgezien van het horen in bezwaar omdat eiseres heeft aangegeven dat zij gehoord wilde worden.
Beoordeling door de rechtbank
5. Voor de beoordeling van het beroep is de volgende regel van belang. De Dienst Toeslagen kent op aanvraag compensatie toe aan een aanvrager van kinderopvangtoeslag, die schade heeft geleden, doordat ten aanzien van hem bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid van de Dienst Toeslagen of een te harde toepassing van de wet.[_13228823-d0ed-483c-8440-5195cd93ff78]
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Dienst Toeslagen de aanvraag van eiseres om compensatie terecht afgewezen. De Dienst Toeslagen heeft in de digitale systemen gezocht of eiseres een aanvraag voor kinderopvangtoeslag heeft gedaan. Daaruit blijkt niet van een dergelijke aanvraag. De Dienst Toeslagen heeft ter onderbouwing hiervan een SAS-overzicht overgelegd over de periode 2006 tot en met 2025. Ook heeft de Dienst Toeslagen geen toekenningsbeschikkingen of invorderingsbeschikkingen aangetroffen en zijn er geen gegevens bekend over afgenomen kinderopvang. De Dienst Toeslagen heeft wel een registratie in de fraude signalering voorziening (FSV) aangetroffen, maar dit had betrekking op de inkomstenbelasting. Voor het betoog van eiseres dat haar aanvragen werden tegengehouden doordat zij onterecht als fraudeur was aangemerkt, zijn geen aanknopingspunten gevonden. Ook de bewindvoerder heeft geen gegevens meer kunnen achterhalen die betrekking hebben op een aanvraag voor kinderopvangtoeslag. Op basis van voorgaande acht de rechtbank het niet aannemelijk dat eiseres (een poging tot) een aanvraag voor kinderopvangtoeslag heeft gedaan. Deze beroepsgrond slaagt niet.
6. Het beroep van eiseres op een schending van de hoorplicht in bezwaar[_dcd8ae77-6409-4d46-bd43-a5920d0c4aa1] treft geen doel. De Dienst Toeslagen mag afzien van horen in bezwaar indien het bezwaar kennelijk ongegrond is.[_a8ec3cd3-c1dd-43f5-a94b-96a357d49b8f] Eiseres is in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt binnen de gestelde termijn. De Dienst Toeslagen mocht er dan ook op basis van de bevindingen uit de systemen vanuit gaan dat er geen aanvraag is gedaan en dat het bezwaar om die reden kennelijk ongegrond is. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J. van Spengen, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Joosse, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 19 oktober 2026.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Voetnoten
- Artikel 2.1, eerste lid, van de Wht.
- Zoals bedoeld in artikel 7:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
- Artikel 7:3, aanhef en onder b, van de Awb.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.