Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Rotterdam, 15 september 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:14093Zaaknummer C/10/725731 / FA RK 26-7102
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 15 september 2026
- Publicatiedatum
- 16 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/10/725731 / FA RK 26-7102
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Beschikking
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Wijziging zorgmachtiging. Wvggz. Wijziging enkel vanwege overplaatsing? Verzoek wordt toegewezen.
De rechtbank:
wijzigt de zorgmachtiging van 18 juni 2026 ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd, in die zin dat in aanvulling op de bij beschikking van 18 juni 2026 opgenomen vormen van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- het onderzoek aan kleding of lichaam;
- het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
bepaalt dat deze machtiging geldt voor de resterende duur van de in onderdeel 3.1. genoemde machtiging, te weten tot 18 juni 2027.
| Deze beschikking is op 15 september 2026 mondeling gegeven door mr. E.M. Moerman, rechter, in tegenwoordigheid van H. Hasančević, griffier, en op 29 september 2026 schriftelijk uitgewerkt en getekend. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
4 september 2026
Zaak-/rekestnummer: C/10/725731 / FA RK 26-7102
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 15 september 2026 betreffende een wijziging van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 8:12 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1972, [geboorteplaats],
hierna: betrokkene,
wonende te [plaats],
advocaat mr. S.E.M. Hooijman te Rotterdam.
1 Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 1 september 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de aanvullende medische verklaring van [naam psychiater], psychiater, van 31 augustus 2026;
- het zorgplan van 4 augustus 2026;
- de aanvraag van de zorgverantwoordelijke van 4 augustus 2026;
- het advies van de geneesheer-directeur van 31 augustus 2026;
- de bestaande zorgmachtiging met de stukken die daaraan ten grondslag hebben gelegen.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 4 september 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
- de hiervoor genoemde advocaat;
- [naam mentor], mentor, verbonden aan Stichting Veritas Mentorschap (via beeldbellen);
- [naam zorgverlener 1] en [naam zorgverlener 2], beiden verpleegkundigen en verbonden aan Antes.
Betrokkene is niet verschenen.
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
2 Beoordeling
Betrokkene is per gewone brief van 11 september 2026 opgeroepen. Bij aanvang van de mondelinge behandeling verklaart de advocaat niet te hebben gesproken met betrokkene. Betrokkene heeft geen telefoon en als de advocaat langskomt op haar verblijfsadres, is betrokkene niet aanwezig. De advocaat verzoekt formeel om de zaak aan te houden, omdat zij niet weet of betrokkene wil verschijnen. De advocaat voelt zich wel gemachtigd om het woord te voeren namens betrokkene.
De mondelinge behandeling was eerder gepland op 4 september 2026. Die mondelinge behandeling is niet doorgegaan, omdat betrokkene naar een uitvaart zou gaan. De behandelaars verklaren dat betrokkene niet op die uitvaart is geweest. Uiteindelijk is de mondelinge behandeling gepland op 15 september 2026. Er is een oproepbrief naar het verblijfsadres van betrokkene gestuurd. De behandelaars lichten toe dat de brief aan betrokkene is gegeven. De oproep heeft betrokkene bereikt. Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat betrokkene niet bereid is gehoord te worden. De rechtbank constateert dat de advocaat gemachtigd is om het woord te voeren namens betrokkene. Daarom is overgegaan tot een inhoudelijke behandeling.
Ten aanzien van betrokkene is op 18 juni 2026 een zorgmachtiging afgegeven. Daarbij is bepaald dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- het toedienen van medicatie alsmede het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot
gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende het accepteren en nakomen van ambulante behandelafspraken;
- het opnemen in een accommodatie.
Namens betrokkene wordt betwist dat sprake is van een dreigende noodsituatie. In de medische verklaring is de noodsituatie niet weergegeven. Dat een overplaatsing naar GGZ Beilen in Drenthe passender is, maakt niet dat daarmee een dreigende noodsituatie wordt voorkomen. De behandelaars lichten toe dat de verzochte vormen van verplichte zorg nu niet worden toegepast en het gelet op de wachtlijst een halfjaar kan duren voor zij overgeplaatst kan worden naar GGZ Beilen in Drenthe. De aanvraag is volgens de advocaat te vroeg gedaan en de verzochte vormen van verplichte zorg moeten alleen worden afgegeven als het niet anders kan, wat nu niet het geval is.
De rechtbank verwerpt deze verweren. Daarbij is het volgende van belang.
Uit de aanvraag van de zorgverantwoordelijke, die door de geneesheer-directeur is ingediend vergezeld van zijn advies hierover, blijkt dat de in deze zorgmachtiging genoemde vormen van verplichte zorg niet (langer) volstaan, waardoor er sprake is van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz.
Uit de overgelegd stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat sinds kort sprake is van een toename in overlastgevend en onveilig gedrag van betrokkene. Dit wordt veroorzaakt door het toenemend middelengebruik en het weigeren van medicatie. Betrokkene heeft een slechte zelfzorg en sticht brand binnen de beschermde woonvorm (BW). Betrokkene heeft zich meerdere keren agressief opgesteld naar derden en zorgt voor onrust binnen de BW door ontbloot op de groep te verschijnen. Betrokkene liep ook ontbloot door de supermarkt waardoor de politie betrokken is geraakt. Betrokkene probeert op allerlei manieren aan geld te komen en geeft haar bankpassen weg. De mentor vermoedt dat betrokkene zich prostitueert. Betrokkene is in ieder geval kwetsbaar genoeg dat misbruik van haar gemaakt zal worden.
Anders dan de advocaat heeft aangevoerd, is geen sprake van een situatie waarin de zorgvormen worden toegevoegd vanwege een overplaatsing. Om een dreigende noodsituatie te voorkomen, is het nodig dat er zorgvormen zijn die zien op gevaarlijke voorwerpen en verdovende middelen. Voldoende is gebleken dat de achteruitgang van betrokkene verband houdt met het middelengebruik. Met de zorgvormen kan er controle gehouden worden op het drugsgebruik van betrokkene. De zorgvormen staan ook in verhouding met het doel daarvan, namelijk het wegnemen van ernstig nadeel. De omstandigheid dat de huidige verblijfplaats op dit moment niet gebruik zal maken van deze zorgvormen, doet daar niet aan af. Niet uitgesloten is immers dat op een later moment wel gebruikgemaakt wordt van deze zorgvormen. Verder doet de omstandigheid dat er een wachttijd is bij GGZ Beilen niet af aan de dreigende noodsituatie, omdat de overplaatsing niet de grondslag is van de aanvulling van de zorgvormen.
Teneinde deze noodsituatie af te wenden, acht de zorgverantwoordelijke het noodzakelijk om de volgende vormen van verplichte zorg toe te passen:
- het onderzoek aan kleding of lichaam;
- het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen.
Gebleken is dat deze vormen van zorg, die niet zijn opgenomen in de zorgmachtiging, noodzakelijk zijn om een noodsituatie af te wenden. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de aanvraag van de zorgverantwoordelijke, het advies van de geneesheer-directeur en het zorgplan.
Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- het onderzoek aan kleding of lichaam;
- het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen.
Betrokkene verzet zich tegen deze aanvullende vormen van verplichte zorg. Uit de medische verklaring is gebleken dat bij betrokkene sprake is van oordeels- en kritiekstoornissen vanuit het ziektebeeld en dat de motivatie voor behandeling ontbreekt. De rechtbank oordeelt dat voldoende is komen vast te staan dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.
Gebleken is dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde met de zorgmachtiging beoogde effect hebben. De voorgestelde gewijzigde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van deze zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is met de voorgestelde wijziging voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Gebleken is dat voor het
overige ook nog wordt voldaan aan de criteria voor verplichte zorg. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen.
3 Beslissing
De rechtbank:
wijzigt de zorgmachtiging van 18 juni 2026 ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd, in die zin dat in aanvulling op de bij beschikking van 18 juni 2026 opgenomen vormen van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- het onderzoek aan kleding of lichaam;
- het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
bepaalt dat deze machtiging geldt voor de resterende duur van de in onderdeel 3.1. genoemde machtiging, te weten tot 18 juni 2027.
| Deze beschikking is op 15 september 2026 mondeling gegeven door mr. E.M. Moerman, rechter, in tegenwoordigheid van H. Hasančević, griffier, en op 29 september 2026 schriftelijk uitgewerkt en getekend. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.