Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Rotterdam, 15 september 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:14070Zaaknummer C/10/725864 / JE RK 26-1749
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 15 september 2026
- Publicatiedatum
- 16 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/10/725864 / JE RK 26-1749
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Beschikking
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Mondeling spoedverzoek tot het verlenen van vervangende toestemming voor noodzakelijke medische behandeling na schriftelijke bevestiging ingetrokken door de GI
5 De beslissing
De kinderrechter:
stelt vast dat er niets meer te beslissen valt.
| Deze beschikking is gegeven door mr. K.T.F. Chocolaad-de Bos, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2026, in aanwezigheid van D. van der Aa als griffier. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/725864 / JE RK 26-1749
Datum uitspraak: 15 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over het verzoek vervangende toestemming medische behandeling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gevestigd te Rotterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[naam minderjarige], geboren op [geboortedag] 2026 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [naam minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats],
[naam vader],
hierna te noemen de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het mondelinge verzoek van de GI op 20 juni 2026;
- de schriftelijke bevestiging van het verzoek met bijlagen van de GI van 29 juni 2026, ontvangen op 3 september 2026;
- de brief van de GI van 7 september 2026, ontvangen op 7 september 2026.
2 De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [naam minderjarige].
[naam minderjarige] verblijft in een pleeggezin.
Bij beschikking van 25 februari 2026 is [naam minderjarige] onder toezicht gesteld met ingang van 25 februari 2026 tot 25 februari 2027 en is een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verleend met ingang van 25 februari 2026 tot 25 augustus 2026.
Op 24 augustus 2026 heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 25 februari 2027.
3 Het (aangehouden) verzoek
De GI verzoekt vervangende toestemming te verlenen voor de medische behandeling van [naam minderjarige] en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 De beoordeling
Op 20 juni 2026 om 13:19 uur heeft [vertegenwoordiger van de GI] van de GI met de kinderrechter telefonisch contact opgenomen en de volgende informatie gegeven: ‘ [naam minderjarige] verblijft in een pleeggezin in de regio Rotterdam. [naam minderjarige] is vannacht opgenomen in het ziekenhuis nadat hij niet meer wilde drinken of eten. [naam minderjarige] is extra kwetsbaar omdat hij verslaafd is geboren. [naam minderjarige] heeft al sondevoeding en zuurstof toegediend gekregen. Ook is er een longfoto gemaakt. Zijn situatie lijkt nu stabiel. Het ziekenhuis gaat overleggen met het Sofia ziekenhuis over de verdere behandeling. Het is op dit moment niet duidelijk of [naam minderjarige] naar huis mag of welke behandeling voor [naam minderjarige] verder nodig is. De moeder met gezag verblijft volgens de GI in Suriname en is niet bereikbaar’.
De GI heeft mondeling verzocht om vervangende toestemming voor een medische behandeling te verlenen zodat als dat nodig zou zijn meteen geschakeld kon worden. Op 20 juni 2026 heeft de kinderrechter besloten om de behandeling van het verzoek geheel aan te houden, omdat zij de situatie op dat moment weliswaar zorgelijk vond, maar nog niet voldoende acuut. Bovendien was op dat moment onduidelijk voor welk medisch ingrijpen toestemming nodig zou zijn. Met de GI is besproken dat de schriftelijke bevestiging van het mondelinge verzoek uiterlijk op 22 juni 2026 om 12:00 uur door de GI moest worden ingediend bij de rechtbank zodat het verzoek snel op zitting kon worden gepland.
De kinderrechter constateert dat de GI het mondelinge verzoek van 20 juni 2026 pas zeer laat schriftelijk bij de rechtbank heeft bevestigd, namelijk op 3 september 2026, nadat de rechtbank hier herhaaldelijk om heeft verzocht. Dit is in strijd met het op dat moment geldende artikel 2.7. van het proces-reglement familie- en jeugdrecht rechtbanken van januari 2026, waarin is bepaald dat spoedverzoeken die mondeling zijn gedaan, op de eerstvolgende werkdag vóór 12.00 uur bij de rechtbank dienen te worden bevestigd.
Bij brief van 7 september 2026 heeft de GI vervolgens aangegeven dat het (spoed)verzoek wordt ingetrokken, omdat de moeder kort na 20 juni 2026 vervangende toestemming heeft gegeven voor de behandeling van [naam minderjarige].
Nu er geen verzoek meer aan de kinderrechter voorligt, stelt de kinderrechter vast dat er niets meer valt te beslissen.
Daarom zal het dictum als volgt luiden.
5 De beslissing
De kinderrechter:
stelt vast dat er niets meer te beslissen valt.
| Deze beschikking is gegeven door mr. K.T.F. Chocolaad-de Bos, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2026, in aanwezigheid van D. van der Aa als griffier. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.