Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Rotterdam, 6 oktober 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:14048Zaaknummer C/10/691501 / KG ZA 24-1228
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 6 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 16 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/10/691501 / KG ZA 24-1228
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Kort geding
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Kort geding. Geschil tussen ex-echtelieden over de uitvoering van een deel van de zorgregeling voor hun minderjarige dochter en de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. De vorderingen van de man die strekken tot verkoop van de voormalige echtelijke woning aan een derde worden afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang. De vorderingen van de vrouw om inzage te krijgen in huurinkomsten van winkels in Turkije en tot uitvoering van de zorgregeling worden toegewezen.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter
in conventie
wijst de vorderingen van de man af,
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in reconventie
veroordeelt de man om binnen dertig dagen na dit vonnis medewerking te verlenen aan de inzage door de vrouw van de maandelijkse huuropbrengsten van de winkel(s) in Turkije over de periode van 6 juli 2022 tot 18 januari 2023,
veroordeelt de man om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis € 1.825,00 aan de vrouw te voldoen,
veroordeelt de man tot nakoming van 3.3. van de beschikking, in die zin dat hij van de zomer- en kerstvakanties de eerste helft voor zijn rekening neemt,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
wijst het meer of anders gevorderde af.
| Dit vonnis is gewezen door mr. C. Sikkel en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2026. [2971/1573] |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/691501 / KG ZA 24-1228
Vonnis in kort geding van 6 oktober 2026
in de zaak van
[naam man],
wonende in [plaats 1],
eiser in conventie,
verweerder in reconventie,
advocaat: mr. S. Kandemir,
tegen
[naam vrouw],
wonende in [plaats 2],
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat: mr. M. Soytekin.
Partijen worden hierna de man en de vrouw genoemd.
Kern van het geschil
Partijen zijn ex-echtelieden en ouders van een twaalfjarige dochter. In de echtscheidingsprocedure heeft deze rechtbank een zorgregeling vastgesteld en beslist hoe de huwelijksgemeenschap moet worden verdeeld. Over de uitvoering van een deel van de zorgregeling bestaat onduidelijkheid en de huwelijksgemeenschap is nog niet verdeeld. In dit kort geding stellen partijen vorderingen in die zien op de nakoming van de zorgregeling en de afwikkeling van de huwelijksgoederengemeenschap. De vorderingen worden afgewezen, met uitzondering van de vorderingen van de vrouw om inzage te krijgen in de huurinkomsten van winkels in Turkije en tot uitvoering van de zorgregeling.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 30 december 2024, met producties 1 tot en met 5,
- de conclusie van antwoord tevens houdende (voorwaardelijke) eis in reconventie, met producties 1 tot en met 5,
- de akte wijziging eis in reconventie van de vrouw,
- de aanvullende producties 6 en 7 van de vrouw,
- de aanvullende producties 6, 7 en 8 van de man.
Op 17 januari 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Partijen zijn toen verwezen naar mediation, waarna de zaak is aangehouden. Op 16 juli 2026 heeft mr. Kandemir aan de voorzieningenrechter laten weten dat het mediationtraject was mislukt. Daarop is de mondelinge behandeling voortgezet op 22 september 2026.
2 De feiten
Partijen zijn op [huwelijksdag] 2001 gehuwd. Zij zijn de ouders van [naam minderjarige dochter] (hierna: de dochter), geboren op [geboortedag] 2014.
Tijdens het huwelijk woonden partijen in de woning aan de [adres] in [plaats 2] (hierna: de woning). Sinds juni 2022 woont de man daar niet meer.
Bij beschikking van 24 februari 2023 (hierna: de beschikking) heeft deze rechtbank de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Ook heeft de rechtbank bepaald dat de hoofdverblijfplaats van de dochter bij de vrouw is. Over de zorgregeling en de afwikkeling van het huwelijksvermogensregime heeft de rechtbank overwogen en beslist:
“(…)
Verder zijn partijen het tijdens de mondelinge behandeling eens geworden over de verdeling van de vakanties. Zij zullen de zomervakantie en kerstvakantie bij helfte verdelen en de rest van de schoolvakanties zullen zij in onderling overleg verdelen. De rechtbank zal deze afspraken van partijen opnemen in deze beschikking. (…)
Afwikkeling van het huwelijksvermogensregime (…)
Volgens partijen of één van hen bestaat de huwelijksgemeenschap op de peildatum [vzr: 6 juli 2022] uit de volgende bestanddelen:
Goederen:
- de echtelijke woning aan de [adres] te ( [postcode]) [plaats 2], met de daaraan verbonden hypothecaire geldlening bij de ABN AMRO (…);
- twee winkels in Turkije op naam van de man;
(…)
de auto van het merk BMW, type 1 serie met kenteken [kenteken 1];
de auto van het merk Citroën, type C1 met kenteken [kenteken 2];
(…)
de huurinkomsten van de winkels in Turkije; (…)
Goederen
a. de echtelijke woning
Partijen zijn tijdens de mondelinge behandeling overeengekomen dat de woning aan de vrouw zal worden toegedeeld onder de voorwaarde dat de vrouw in staat is deze toedeling te financieren. Partijen zullen zo snel mogelijk in onderling overleg treden om een taxateur aan te wijzen, zodat de waarde van de woning kan worden bepaald. Als de vrouw niet in staat is de toedeling van de woning aan haar te financieren en/of het ontslag van de man uit bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid te bewerkstelligen, moet de woning worden verkocht. Partijen zullen dit in onderling overleg regelen.
b. de winkels in Turkije
Partijen zijn tijdens de mondelinge behandeling overeengekomen dat de twee winkels in Turkije aan de man zullen worden toegedeeld onder de voorwaarde dat de man in staat is deze toedeling te financieren en de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor eventuele hieraan verbonden geldleningen te ontslaan. Partijen zullen zo snel mogelijk in onderling overleg treden om een taxateur in Turkije aan te wijzen, zodat de waarde van de winkels kan worden bepaald. Als de man niet in staat is de toedeling van de winkels aan hem te financieren en/of het ontslag van de vrouw uit bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid te bewerkstelligen, moeten de winkels worden verkocht. Partijen zullen dan in onderling overleg treden om dit te bewerkstelligen. (…)
d. en e. de auto’s
Partijen zijn overeengekomen dat de beide auto’s binnen twee weken na de datum van de mondelinge behandeling zullen worden getaxeerd, waarna ieder zijn eigen auto houdt (de man de BMW, type 1 serie met kenteken [kenteken 1] en de vrouw de Citroën, type C1 met kenteken [kenteken 2] ). De waarde van de auto’s zal vervolgens onderling worden verrekend.
n. de huurinkomsten van de winkels
De vrouw stelt dat zij aanspraak maakt op de helft van de na de peildatum ontvangen huurinkomsten door de man. De man stelt dat er sinds de peildatum geen huurinkomsten zijn binnengekomen.
Partijen zijn uiteindelijk tijdens de mondelinge behandeling overeengekomen dat voor zover er huurinkomsten waren in de periode vanaf de peildatum tot het moment van verdelen, deze bij helfte moeten worden gedeeld. (…)
De rechtbank: (…)
stelt vast dat de minderjarige in het kader van de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken bij de man zal zijn als volgt;
- iedere zondag van 10.00/11.00 uur tot 19.00 uur, waarbij de minderjarige na het avondeten weer naar de vrouw zal gaan;
- de helft van de zomervakantie en kerstvakantie en de rest van de schoolvakanties in onderling overleg te verdelen; (…)
gelast de wijze van verdeling van de gemeenschap zoals weergegeven onder de rechtsoverwegingen 2.9.10. tot en met 2.9.24.;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad, behalve ten aanzien van de echtscheiding;
(…)”
Op 14 juli 2023 is de beschikking ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand in de gemeente Den Haag.
De man is in hoger beroep gekomen van de beschikking. Bij beschikking van 3 juli 2024 heeft het gerechtshof Den Haag de beschikking bekrachtigd.
3 Het geschil
in conventie
De man vordert, verkort weergegeven, dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
- de vrouw veroordeelt om de woning binnen een week na betekening van dit vonnis te verlaten, onder oplegging van een dwangsom,
- de vrouw veroordeelt om binnen een week na betekening van dit vonnis haar onmiddellijke en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen en alle noodzakelijke handelingen te verrichten voor de verkoop en overdracht van de woning, onder oplegging van een dwangsom,
- bepaalt dat, indien vrouw de vereiste medewerking niet verleent en de noodzakelijke handelingen niet verricht, dit vonnis in de plaats treedt van de akte tot levering van de woning dan wel bepaalt dat een machtiging wordt verleend om het vonnis in de plaats te doen stellen van de benodigde wilsverklaring en medewerking van de vrouw in de notariële akte tot levering van de woning,
- de vrouw veroordeelt in de proceskosten.
De vrouw voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad – van de man in de kosten van het geding.
in reconventie
De vrouw vordert, na wijziging van eis, verkort weergegeven, dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
- de man veroordeelt om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis medewerking te verlenen aan de taxatie van de winkels in Turkije door een gezamenlijk aan te wijzen taxateur, onder oplegging van een dwangsom,
- de man veroordeelt om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis medewerking te verlenen aan inzage van maandelijkse huuropbrengsten van de winkels in Turkije, onder oplegging van een dwangsom,
- de man veroordeelt om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis aan de vrouw € 8.590,00 te voldoen ter verrekening van de waarde van de voertuigen,
- indien de man niet meewerkt aan de vordering onder 1, de vrouw machtigt om de winkels in Turkije te gelde te maken tegen een prijs zoals geboden zal worden bij een door de vrouw aan te wijzen makelaarskantoor, dan wel via een verkoop bij opbod tegen de hoogste prijs die alsdan geboden zal zijn, waarbij partijen de netto verkoopopbrengst bij helfte zullen delen en de vrouw wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid,
- de vrouw machtigt om alles te doen wat noodzakelijk is voor de verkoop en daarbij bepaalt dat dit vonnis in de plaats komt van de noodzakelijke toestemming en/of wilsverklaring van de man voor het in verkoop geven van de winkels in Turkije, en daarbij bepaalt dat de verkoopopbrengst voor de helft ten goede zal komen aan ieder der partijen en de vrouw wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid,
- bepaalt dat dit vonnis in de plaats komt van de voor overdracht en levering van de winkels in Turkije noodzakelijke toestemming en/of wilsverklaring en/of handtekening van de man, onder oplegging van een dwangsom,
- de man veroordeelt tot nakoming van de beschikking, inhoudende dat hij de eerste helft van de zomervakanties en de eerste helft van de kerstvakanties voor zijn rekening neemt, onder oplegging van een dwangsom.
De man voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.
4 De beoordeling
in conventie
spoedeisend belang ontbreekt
Het gaat hier om in kort geding gevorderde voorlopige voorzieningen. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als de eisende partij daar voldoende spoedeisend belang bij heeft. De voorzieningenrechter dient dit aan de hand van een afweging van de belangen van beide partijen te beoordelen.
De door de man gevraagde voorzieningen strekken ertoe dat de vrouw en dochter de woning verlaten, zodat deze aan een derde kan worden verkocht. De man stelt dat hij een spoedeisend belang heeft bij zijn vorderingen, omdat hij geen andere woning kan kopen zolang hij nog eigenaar van de woning is. Volgens de man zwerft hij al bijna vier jaar rond en kan niet van hem worden gevergd dat hij nog langer in de onverdeeldheid blijft.
In 2.9.10. van de beschikking heeft de rechtbank vastgelegd dat partijen tijdens de echtscheidingsprocedure zijn overeengekomen dat de woning aan de vrouw werd toegedeeld onder de voorwaarde dat zij dit kon financieren. Partijen dienden daartoe zo snel mogelijk een taxateur aan te wijzen om de waarde van de woning te kunnen bepalen. Dit hebben zij niet gedaan. Tijdens de voortzetting van de mondelinge behandeling in dit kort geding is duidelijk geworden dat partijen de woning eerst tijdens de mediation, in juli 2025, hebben laten taxeren en dat de waarde van de woning toen is bepaald op € 425.000,00. Na de taxatie heeft de vrouw door haar bank laten beoordelen of zij de uitkoop van het aandeel van de man in de overwaarde van woning kan financieren. Volgens de vrouw is dat het geval als de huwelijksgemeenschap volledig wordt afgewikkeld en daarin ook de opbrengsten van de winkels in Turkije worden betrokken.
Tijdens de zitting op 17 januari 2025 heeft de man verklaard dat hij de winkels in januari 2023 heeft verkocht. Tijdens de voortzetting van de mondelinge behandeling heeft hij toegelicht dat het in feite om één pand gaat en niet om twee aparte winkels en dat hij dat pand op 18 januari 2023 voor YTL 158.000,00 heeft verkocht. Volgens de man is dat omgerekend een bedrag € 7.800,00. Uit de verklaring van de man ter zitting begrijpt de voorzieningenrechter dat aan de verkoop geen officiële taxatie vooraf is gegaan.
De vrouw betwist uitdrukkelijk dat de man geen vaste woonplaats heeft en stelt dat de dochter hem steeds bezoekt op een vast adres in [plaats 1]. De vrouw betwist niet dat de winkel(s) is (zijn) verkocht. Wel plaatst zij vraagtekens bij de hoogte van de door de man genoemde verkoopprijs. Volgens de vrouw heeft zij de winkels op 25 augustus 2022 laten taxeren en is de waarde toen bepaald op € 105.000,00. Indien rekening wordt gehouden met een winkelindex van 15% moet volgens de vrouw worden uitgegaan van een bedrag van circa € 120.000,00. In dat geval kan de vrouw de toedeling financieren en met de dochter in de woning blijven wonen.
Op grond van het vorenstaande heeft de man naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet langer een spoedeisend belang bij zijn vorderingen. De man heeft de toedeling van de woning aan de vrouw immers zelf gefrustreerd door de winkel(s) in Turkije in strijd met de met de vrouw gemaakte afspraken, zonder taxatie en zonder overleg en medeweten van de vrouw, aan een derde te verkopen. Door ook nu geen open kaart te spelen, belemmert de man de vrouw in het kunnen overnemen van het aandeel van de man in de woning. Daarbij wordt opgemerkt dat dit ook in strijd is met de belangen van de dochter, die behoefte heeft aan rust, stabiliteit en een vertrouwde leefomgeving. Bij gebrek aan een spoedeisend belang worden de vorderingen dus afgewezen.
proceskosten
In zaken tussen ex-echtelieden is het gebruikelijk om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om daar in dit kort geding van af te wijken.
in reconventie
winkels
De vorderingen 1, 4, 5 en 6 van de vrouw strekken tot verkoop van de winkels in Turkije. De vorderingen worden bij gebrek aan belang afgewezen, nu vast is komen te staan dat de man de winkel(s) op 18 januari 2023 heeft verkocht.
De vrouw vordert onder 2 dat de man inzage geeft in de maandelijkse huuropbrengsten van de winkel(s). Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de vrouw een spoedeisend belang bij die vordering, aangezien zij stelt dat zij die informatie nodig heeft om tot een afwikkeling van de huwelijksgemeenschap te komen.
Volgens de man zijn er geen huurpenningen meer, omdat het pand op 18 januari 2023 is verkocht. Onduidelijk is echter of er voor de verkoop huurinkomsten waren. Nu partijen in de echtscheidingsprocedure hebben afgesproken dat eventuele huurinkomsten bij helfte moeten worden gedeeld, wordt de man veroordeeld om inzage te geven in de maandelijkse huuropbrengsten van de winkel(s) over de periode van 6 juli 2022 (de peildatum) tot 18 januari 2023. De man krijgt na dit vonnis dertig dagen de tijd om aan de veroordeling te voldoen.
Anders dan de vrouw vordert, verbindt de voorzieningenrechter geen dwangsom aan de veroordeling. De reden daarvoor is dat onduidelijk is of er huuropbrengsten zijn geweest en de kans dus bestaat dat de man geen inzage kan geven.
auto’s
De vrouw vordert onder 3 betaling door de man van een bedrag van € 8.590,00. Voor een geldvordering in kort geding geldt dat terughoudendheid bij toewijzing op zijn plaats is. Bij de beoordeling speelt een rol of de vordering voldoende aannemelijk is, of een onmiddellijke voorziening vereist is en of er een restitutierisico is.
Tot de huwelijksgemeenschap behoren twee auto’s, een BMW en een Citroën. In de echtscheidingsprocedure zijn partijen overeengekomen dat beide auto’s binnen twee weken na de datum van de mondelinge behandeling zouden worden getaxeerd en dat de waarde vervolgens onderling zou worden verrekend. Aan die afspraak hebben partijen geen uitvoering gegeven. In dit kort geding stelt de vrouw dat de Citroën een waarde heeft van € 800,00. Dat heeft de man niet betwist. Voor de BMW gaat de vrouw uit van een waarde van € 17.980,00 en de man van een waarde van € 4.450,00.
Partijen zijn het erover eens zijn dat de vrouw in ieder geval recht heeft op betaling door de man van € 1.825,00 (€ 4.450 plus € 800:2 minus € 800,00). Aangezien de geldvordering tot dit bedrag daarmee niet betwist wordt door de man, wordt de vordering van de vrouw voor een bedrag van € 1.825,00 toegewezen. Ten aanzien van het bedrag (de waarde van de BMW boven € 4.450,00) dat wel ter discussie staat, ligt het voor de hand om de BMW alsnog te laten taxeren.
zomer- en kerstvakanties
De vrouw vordert onder 7 nakoming door de man van 3.3. van de beschikking, in die zin dat de man de eerste helft van de zomervakanties en de eerste helft van de kerstvakanties voor zijn rekening neemt. De man betwist dat de vrouw een spoedeisend belang heeft bij haar vordering.
De voorzieningenrechter overweegt dat het spoedeisend belang van de vrouw bij haar vordering erin is gelegen is dat er duidelijkheid komt over de verdeling van de zomer- en kerstvakanties. Niet alleen is aannemelijk dat de vrouw op haar werk tijdig haar vakanties door moet geven, maar ook de dochter is erbij gebaat als er op dit punt helderheid komt. Nu de man geen bezwaar heeft gemaakt tegen de door de vrouw voorgestelde verdeling van de vakanties, wordt de vordering toegewezen.
De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om aan de veroordeling een dwangsom te verbinden. Het staat partijen immers vrijs om met elkaar andersluidende afspraken over de vakanties te maken.
proceskosten
Ook in reconventie bestaat geen reden om af te wijken van het uitgangspunt dat in zaken tussen ex-echtelieden de proceskosten worden gecompenseerd.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter
in conventie
wijst de vorderingen van de man af,
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in reconventie
veroordeelt de man om binnen dertig dagen na dit vonnis medewerking te verlenen aan de inzage door de vrouw van de maandelijkse huuropbrengsten van de winkel(s) in Turkije over de periode van 6 juli 2022 tot 18 januari 2023,
veroordeelt de man om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis € 1.825,00 aan de vrouw te voldoen,
veroordeelt de man tot nakoming van 3.3. van de beschikking, in die zin dat hij van de zomer- en kerstvakanties de eerste helft voor zijn rekening neemt,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
wijst het meer of anders gevorderde af.
| Dit vonnis is gewezen door mr. C. Sikkel en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2026. [2971/1573] |
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.