Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Rotterdam, 10 september 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:13741Zaaknummer C/10/725925 / JE RK 26-1761

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10 september 2026
Publicatiedatum
12 oktober 2026
Zaaknummer
C/10/725925 / JE RK 26-1761
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De kinderrechter verleent in het belang van de minderjarige een machtiging gesloten jeugdhulp, ondanks onduidelijkheid over de juridische status van de accommodatie waar de minderjarige verblijft. De machtiging is noodzakelijk om het verblijf bij de accommodatie te kunnen continueren. De machtiging wordt voor beperkte duur verleend, zodat de kinderrechter nader kan worden geïnformeerd over de juridische status.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 10 september 2026 tot 8 oktober 2026;

en alvorens verder te beslissen:

6.2.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en roept de GI, de moeder, de vader en mr. P.R. Hogerbrugge op te verschijnen tijdens de zitting van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, in het gerechtsgebouw aan Wilhelminaplein 100/125 te Rotterdam, op 7 oktober 2026 om 11:45 uur, om nader op het verzoek te worden gehoord. De zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. R. van den Wildenberg, kinderrechter;

6.3.

bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de GI, de moeder, de vader en mr. P.R. Hogerbrugge;

6.4.

verzoekt de griffier om [minderjarige] en mr. P.R. Hogerbrugge op te roepen voor een gesprek met de kinderrechter op [jeugdhulpaanbieder 1];

6.5.

verzoekt de GI om uiterlijk op 2 oktober 2026 de onder 5.8. genoemde informatie in een briefrapportage aan de kinderrechter te doen toekomen (met afschrift aan de belanghebbenden).

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2026 door

mr. R. van den Wildenberg, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.L. Bottse als griffier, en op schrift gesteld op 23 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verdere verloop van de procedure
  2. 3 Het aangehouden verzoek
  3. 4 Het standpunt van [minderjarige]
  4. 5 De beoordeling
  5. 6 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/725925 / JE RK 26-1761

Datum uitspraak: 10 september 2026

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

gevestigd in Amsterdam, hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige],

geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige],

advocaat mr. P.R. Hogerbrugge, kantoorhoudende in Rotterdam,

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[de vader],

hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats].

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- de tussenbeschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 4 september 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

- de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper, ontvangen op 7 september 2026.

1.2.

Op 10 september 2026 heeft de zitting met gesloten deuren plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:

  • de advocaat van [minderjarige];
  • twee vertegenwoordigers van de GI, [vertegenwoordiger 1] en [vertegenwoordiger 2].

De ouders zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de ouders wel juist zijn opgeroepen.

1.3.

De kinderrechter heeft [minderjarige] op 28 augustus 2026 gesproken bij [jeugdhulpaanbieder 1] (hierna: [jeugdhulpaanbieder 1]) in het kader van een soortgelijk verzoek. Aangezien het huidige verzoek (met name) een juridisch formele kwestie betreft, heeft de kinderrechter [minderjarige] niet opnieuw uitgenodigd voor een apart gesprek.

2. De feiten

2.1.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

2.2.

[minderjarige] verblijft bij [jeugdhulpaanbieder 1].

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 augustus 2026 [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 24 november 2026.

2.4.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 4 september 2026 een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 2 oktober 2026.

3 Het aangehouden verzoek

3.1.

De GI verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. Op dit gedeelte van het verzoek is reeds beslist zonder de belanghebbenden te horen. De GI verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling, tot 24 november 2026.

3.2.

De GI licht het verzoek ter zitting toe – samengevat – als volgt. [jeugdhulpaanbieder 1] wil de plaatsing van [minderjarige] niet continueren zonder de mogelijkheid om vrijheidsbeperkende maatregelen in te zetten. [jeugdhulpaanbieder 1] heeft bij de GI aangegeven dat zij [minderjarige] op dit moment niet mogen vastpakken als er een gevaarlijke situatie ontstaat en dat dit ook het risico met zich meebrengt dat [minderjarige] wegloopt en dan over haar grenzen of die van anderen heen gaat. Om vrijheidsbeperkende maatregelen te kunnen inzetten, is een machtiging gesloten jeugdhulp nodig. Op dit moment is er geen andere plek dan [jeugdhulpaanbieder 1] voor [minderjarige] beschikbaar. [minderjarige] staat op de wachtlijst bij [jeugdhulpaanbieder 2] in [regio]. Tot [minderjarige] terecht kan bij [jeugdhulpaanbieder 2] is [jeugdhulpaanbieder 1] de plek waar [minderjarige] het beste beschermd kan worden.

4 Het standpunt van [minderjarige]

4.1.

De advocaat van [minderjarige] brengt naar voren dat het in het belang is van [minderjarige] dat haar plaatsing bij [jeugdhulpaanbieder 1] niet per direct wordt beëindigd. Hoewel [jeugdhulpaanbieder 1] mogelijk niet de meest geschikte plek voor (de problematiek van) [minderjarige] is, kan zij op dit moment nergens anders heen. De GI heeft tijdens een eerdere zitting aangegeven dat [jeugdhulpaanbieder 1] geen gesloten jeugdhulp meer biedt. Dit roept vraagtekens op ten aanzien van de nu verzochte machtiging. De advocaat van [minderjarige] refereert zich ten aanzien van de benodigde machtiging aan het oordeel van de kinderrechter.

5 De beoordeling

5.1.

[minderjarige] is op 24 augustus 2026 voorlopig onder toezicht gesteld en met een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp bij [jeugdhulpaanbieder 1] geplaatst na een periode van constante crisis in de thuissituatie bij de ouders. Tijdens de zitting van 31 augustus 2026 in het kader van het horen van partijen op deze spoedbeslissingen, is aan de orde gekomen dat [jeugdhulpaanbieder 1] sinds 1 april 2026 geen plekken voor gesloten jeugdhulp meer heeft en dat [minderjarige] dus feitelijk op een open groep zou verblijven zonder de juiste machtiging. Dit heeft ertoe geleid dat de kinderrechter de spoedmachtiging die op 24 augustus 2026 is verleend op 31 augustus 2026 heeft opgeheven (nadat de Raad voor de Kinderbescherming het verzoek had ingetrokken) en een machtiging heeft verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, zijnde [jeugdhulpaanbieder 1]. In de dagen die volgden heeft [jeugdhulpaanbieder 1] aan de Raad en de GI laten weten dat zij toch een machtiging gesloten jeugdhulp nodig heeft om de plaatsing van [minderjarige] te continueren. Gelet op deze informatie heeft de kinderrechter op 4 september 2026 wederom een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend, zodat de plaatsing van [minderjarige] bij [jeugdhulpaanbieder 1] niet per direct zou worden beëindigd.

5.2.

De kinderrechter merkt op dat sprake is van een juridisch onduidelijke situatie. Vrijheidsbeperkende maatregelen mogen (voor zover voor de onderhavige zaak relevant) alleen worden ingezet als er sprake is van een verblijf binnen een instelling voor gesloten jeugdhulp op grond van een gesloten machtiging afgegeven door de kinderrechter.[_d8e16f56-52c4-4fcd-8878-ff81836175d2] Daarbij moeten de maatregelen zijn opgenomen in het behandelplan van de minderjarige. [jeugdhulpaanbieder 1] lijkt echter sinds 1 april 2026 geen gesloten jeugdhulp meer aan te bieden. Dit maakt de kinderrechter op uit dat wat [jeugdhulpaanbieder 1] hierover zelf communiceert op haar website[_3984b029-f599-4ee8-b17b-32b75b2404ba], maar ook uit de Monitor Gesloten Jeugdhulp (peildatum 1 april 2026) van de Nederlandse Zorgautoriteit[_3b4ecd9c-eed9-463e-968a-b371ea96665a] waarin staat dat [jeugdhulpaanbieder 1] geen feitelijke capaciteit aan gesloten jeugdhulp meer heeft. Aan de andere kant staat [jeugdhulpaanbieder 1] nog wel opgenomen op de lijst met jeugdhulpaanbieders die in een gesloten accommodatie opname en verblijf aanbieden van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.[_0d4367a8-2077-4972-9bbc-6468f43bcec4] Op deze lijst staat: [jeugdhulpaanbieder 1] besloten groep. Het is de kinderrechter onduidelijk of hiermee [jeugdhulpaanbieder 1] in het geheel wordt bedoeld, of slechts een bepaalde groep en indien dat tweede het geval is, of de besloten groep de specifieke groep is waar [minderjarige] verblijft.

5.3.

De kinderrechter zal ondanks de onduidelijkheid over de juridische status van [jeugdhulpaanbieder 1] de verzochte machtiging verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp. De kinderrechter legt dat hierna uit.

5.4.

Gelet op artikel 3 van het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK) vormen de belangen van het kind de eerste overweging bij alle maatregelen betreffende kinderen. [minderjarige] is een kwetsbaar meisje van net tien jaar oud. Er zijn grote zorgen over het agressieve en ontregelde gedrag dat [minderjarige] vertoont en de onduidelijkheid over de oorsprong van dit gedrag. [minderjarige] verblijft sinds 24 augustus 2026 bij [jeugdhulpaanbieder 1]. Zij kan niet thuis verblijven en er is op dit moment ook geen enkele andere plek voor haar beschikbaar, ondanks dat daar wel naar is gezocht. Het is dus van groot belang voor [minderjarige] dat zij bij [jeugdhulpaanbieder 1] kan blijven. [jeugdhulpaanbieder 1] geeft aan het verblijf van [minderjarige] alleen te kunnen continueren als er een machtiging voor gesloten jeugdhulp ligt, zodat de begeleiding bij [jeugdhulpaanbieder 1] de mogelijkheid heeft om binnen bepaalde kaders vrijheidsbeperkende maatregelen in te zetten en daarmee [minderjarige] te begrenzen en beschermen tegen zichzelf en anderen indien noodzakelijk. Deze kaders zijn vastgelegd in afspraken over vrijheidsbeperkende maatregelen die specifiek zijn omschreven voor [minderjarige] in haar perspectiefplan. Ook de onafhankelijke gedragswetenschapper heeft ingestemd met de verklaring van de GI dat gesloten jeugdhulp noodzakelijk is.

5.5.

De kinderrechter begrijpt dat er in de week van 31 augustus 2026, toen er geen machtiging voor gesloten jeugdhulp meer was, twee incidenten hebben plaatsgevonden met [minderjarige]. Zij heeft op de groep de begeleiding met een mes bedreigd en is weggelopen van de groep. In de tijdspanne dat zij was weggelopen heeft zij met een jongen gezoend en hebben zij elkaar hun geslachtsdelen getoond. Dit is gevaarlijk en zorgelijk gedrag voor [minderjarige] zelf en haar omgeving. De kinderrechter begrijpt hieruit de noodzaak van het inzetten van de vrijheidsbeperkende maatregelen die specifiek in het perspectiefplan van [minderjarige] zijn opgenomen, namelijk het vastpakken en vasthouden en elektronische monitoring in de vorm van een alarmsignalering op haar slaapkamerdeur. Het inzetten van de vrijheidsbeperkende maatregelen – volgens het perspectiefplan en alleen in het uiterste geval – is daarom op dit moment in het belang van [minderjarige] zelf.

5.6.

Gelet op het bovenstaande oordeelt de kinderrechter dat het in het belang van [minderjarige] is om de verzochte machtiging af te geven. Het mag niet zo zijn dat een kwetsbaar meisje van net tien jaar oud de dupe wordt van het systeem en door juridische onduidelijkheid geen plek meer heeft waar zij kan verblijven. Het is belangrijk dat [minderjarige] zo snel mogelijk de stabiliteit, veiligheid en behandeling gaat krijgen die zij nodig heeft.

5.7.

Gelet op de ernstige zorgen over [minderjarige] en de heersende onduidelijkheid op juridisch vlak, vindt de kinderrechter het belangrijk om op korte termijn beter voorgelicht te worden en opnieuw de stand van zaken te bezien. De kinderrechter zal de machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp daarom verlenen voor een kortere periode dan verzocht, te weten tot 8 oktober 2026, met aanhouding van het resterende deel van het verzoek.

5.8.

De kinderrechter geeft opdracht aan de GI om tijdens de volgende zitting meer informatie te verstrekken over de juridische status van de groep op [jeugdhulpaanbieder 1] waar [minderjarige] verblijft en de wettelijke mogelijkheid tot het inzetten van vrijheidsbenemende maatregelen aldaar, als het resterende deel van het verzoek wordt gehandhaafd. Verder wordt de GI verzocht een actuele stand van zaken te geven over de situatie van [minderjarige]. Als er inmiddels een nieuwe plek voor [minderjarige] is gevonden, wordt de GI verzocht om voor deze plek ook duidelijk aan te geven wat de juridische status is van deze groep, als voor die plek ook een gesloten machtiging wordt verzocht.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 10 september 2026 tot 8 oktober 2026;

en alvorens verder te beslissen:

6.2.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en roept de GI, de moeder, de vader en mr. P.R. Hogerbrugge op te verschijnen tijdens de zitting van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, in het gerechtsgebouw aan Wilhelminaplein 100/125 te Rotterdam, op 7 oktober 2026 om 11:45 uur, om nader op het verzoek te worden gehoord. De zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. R. van den Wildenberg, kinderrechter;

6.3.

bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de GI, de moeder, de vader en mr. P.R. Hogerbrugge;

6.4.

verzoekt de griffier om [minderjarige] en mr. P.R. Hogerbrugge op te roepen voor een gesprek met de kinderrechter op [jeugdhulpaanbieder 1];

6.5.

verzoekt de GI om uiterlijk op 2 oktober 2026 de onder 5.8. genoemde informatie in een briefrapportage aan de kinderrechter te doen toekomen (met afschrift aan de belanghebbenden).

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2026 door

mr. R. van den Wildenberg, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.L. Bottse als griffier, en op schrift gesteld op 23 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.