Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Rotterdam, 28 augustus 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:12815Zaaknummer C/10/718757 / JE RK 26-784 en C/10/724523 / JE RK 26-1563
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 28 augustus 2026
- Publicatiedatum
- 1 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/10/718757 / JE RK 26-784 en C/10/724523 / JE RK 26-1563
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Beschikking
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing.
7 De beslissing
De kinderrechter:
Ten aanzien van het zaaknummer C/10/718757 / JE RK 26-784
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 1 juni 2027;
Ten aanzien van het zaaknummer C/10/724523 / JE RK 26-1563
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 1 oktober 2026;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
en alvorens verder te beslissen:
houdt de behandeling van het verzoek van de GI voor het overige aan en bepaalt dat het verhoor van de GI, de moeder en mr. J. van der Stel zal plaatsvinden op 30 september 2026 om 10:15 uur, in het gerechtsgebouw aan Wilhelminaplein 100 / 125 te Rotterdam;
de zaak zal op genoemde zittingsdatum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. D.G.J. Roset, kinderrechter;
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de GI, de moeder en mr. J. van der Stel;
vraagt de griffier de vader op te roepen als informant tegen voormelde zittingsdatum;
vraagt de griffier de Raad voor de Kinderbescherming op te roepen in zijn adviserende rol tegen voormelde zittingsdatum;
verzoekt de GI uiterlijk één week voor de genoemde zittingsdatum de kinderrechter de onder 6.6. verzochte rapportage (met afschrift aan de moeder, mr. J. van der Stel en de Raad) te doen toekomen.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2026 door mr. D.G.J. Roset, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 7 september 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/718757 / JE RK 26-784 en C/10/724523 / JE RK 26-1563
Datum uitspraak: 28 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaken van
Ten aanzien van het zaaknummer C/10/718757 / JE RK 26-784
de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
en
Ten aanzien van het zaaknummer C/10/724523 / JE RK 26-1563
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2026 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [voornaam minderjarige]
De kinderrechter merkt in alle zaken als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats],
advocaat: mr. J. van der Stel, kantoorhoudende in Schiedam.
De kinderrechter merkt in alle zaken als informant aan:
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wondende op een bij de rechtbank onbekend adres.
De kinderrechter merkt in de zaak van de Raad als belanghebbende aan:
de GI, voornoemd.
In de zaak van de GI is in de adviserende taak gekend:
de Raad, voornoemd.
1 Het verdere verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
In de zaak met zaaknummer C/10/718757 / JE RK 26-784
- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 1 juni 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- het aanvullend raadsrapport van 25 augustus 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.
In de zaak met zaaknummer C/10/724523 / JE RK 26-1563
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 5 augustus 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 6 augustus 2026.
Op 17 september 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A];
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B].
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan [persoon C], de oma van moederszijde (mz).
2 De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige]
[voornaam minderjarige] verblijft in een pleeggezin.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 1 juni 2026 de toen nog ongeboren [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI tot 1 oktober 2026.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij spoedbeschikking van 3 juli 2026 een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verleend tot 31 juli 2026.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 14 juli 2026 de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 31 augustus 2026.
3 Het aangehouden verzoek van de Raad
De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Over de periode tot 1 oktober 2026 is al beslist. Er moet nog worden beslist op de periode tot 1 juni 2027.
De Raad handhaaft het resterende deel van het verzoek en licht dit als volgt toe. [voornaam minderjarige] is een kwetsbare baby die volledig afhankelijk is van zijn opvoeder(s). De Raad heeft nog steeds zorgen over het gedrag van de vader. De moeder heeft inmiddels aangegeven de relatie met de vader te hebben verbroken, maar deze ontwikkeling is nog pril. Het is belangrijk dat er hulpverlening komt, waardoor de moeder voldoende weerbaar wordt. Tot op heden is er nog geen hulp ingezet, waardoor de ondertoezichtstelling noodzakelijk blijft. Het is positief dat de moeder heeft aangegeven open te staan voor urinecontroles.
4. Het verzoek van de GI
De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI handhaaft het verzoek en licht dit als volgt toe. De GI heeft ter zitting aangegeven dat zij een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing verzoeken voor de nog uit te spreken ondertoezichtstelling, te weten tot 1 juni 2027. De GI heeft voorwaarden gesteld voor de moeder en hoopt dat de moeder weerbaarder wordt. Zij zal moeten worden aangemeld bij (een organisatie als) Arosa, zodat zij haar daarbij kunnen ondersteunen. Ook kunnen zij daar de urinecontroles afnemen. De GI zal aankomende week een plan van aanpak opstellen.
5 De standpunten
Door en namens de moeder wordt geen verweer gevoerd tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling. Ten aanzien van het verzoek voor de verlenging van de uithuisplaatsing wordt verzocht om dit verzoek af te wijzen. Het gaat goed met de moeder en zij houdt zich aan de afspraken. Toen de vader afgelopen week voor de deur stond, heeft de moeder hem niet toegelaten tot de woning. De moeder krijgt het gevoel dat zij wordt gestraft doordat zij te maken heeft met een vader die zich opdringerig opstelt. De vader is nu buiten beeld, waardoor [voornaam minderjarige] weer terug naar huis kan. De ondertoezichtstelling moet voldoende zijn om dit te bewerkstelligen. De moeder voegt daaraan toe dat de oma mz bij haar in huis komt wonen, wanneer [voornaam minderjarige] weer thuis komt. Daarnaast vindt de moeder de omgang van een keer per week één uur te weinig.
De Raad adviseert om de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen. Het is belangrijk dat de moeder beschikbaarheid, responsiviteit en sensitiviteit kan bieden aan [voornaam minderjarige] Daarvoor moet er hulpverlening worden ingezet. De moeder heeft aangegeven dat de oma mz bij haar in huis kan komen wonen om ondersteuning te bieden. Dit kan helpend zijn bij een eventuele terugplaatsing. De Raad acht het van belang dat op korte termijn een uitbreiding van de contactmomenten tussen [voornaam minderjarige] en de moeder plaatsvindt.
6 De beoordeling
Ondertoezichtstelling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.[_ce36bf94-8343-4e1a-8edb-7414edff887d] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat de 3 maanden oude [voornaam minderjarige] nog steeds ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. De toen nog ongeboren [voornaam minderjarige] is onder toezicht gesteld van de GI, nadat er ernstige zorgen waren over de veiligheid van de moeder en de andere kinderen. Er is langdurig sprake geweest van huiselijk geweld van de vader – inmiddels ex-partner – tegen de moeder. Vooral [naam halfbroer] en [naam halfzus], de halfbroer en halfzus van [voornaam minderjarige], zouden getuige zijn geweest van (een deel van) dit geweld. Hoewel de moeder ter zitting heeft aangegeven dat de vader sinds vorige week buiten beeld is, is deze ontwikkeling nog zeer pril. Ter zitting is gebleken dat de moeder, zelfs na de spoeduithuisplaatsing van de kinderen (begin juli), de vader heeft toegelaten tot haar woning en zij samen alcohol hebben gedronken. Dit heeft geleid tot een escalatie tussen de moeder en de vader, waarbij de buren de politie hebben gebeld, de vader is aangehouden en heeft (volgens informatie van de moeder) tot 31 juli 2026 vastgezeten. Dit onderstreept de zorgen van de Raad en de GI dat er sprake is van een voor de moeder moeilijk te doorbreken patroon waarbij de moeder aangeeft de relatie met de vader te willen beëindigen, maar hem daarna toch weer toelaat. Dit patroon bestaat blijkens het raadsrapport van 23 april 2026 al sinds 2024, waarbij er in augustus 2024 voor het eerst een huisverbod is opgelegd aan de vader. De kinderrechter onderschrijft dan ook de zorgen van de Raad en de GI dat de moeder [voornaam minderjarige] vooralsnog niet duurzaam kan beschermen tegen de onveiligheid vanuit de vader. Sinds woensdag 26 augustus 2026 heeft de moeder het contact beëindigd. De kinderrechter benadrukt dat het goed is dat de moeder de vader vorige week niet heeft binnengelaten in haar woning, maar onderstreept tegelijkertijd de noodzaak dat de moeder weerbaar(der) wordt (gemaakt) voor de toekomst en dat hiervoor zo snel mogelijk passende hulpverlening wordt ingezet. Temeer omdat de Raad herhaaldelijk heeft aangegeven dat er signalen zijn van intieme terreur en dwingende controle. Net als de Raad is de kinderrechter van oordeel dat de omgangsmomenten tussen de moeder en [voornaam minderjarige] op korte termijn moeten worden uitgebreid. Daarnaast is het belangrijk dat de GI onderzoek doet naar of de vader een rol in het leven van [voornaam minderjarige] kan vervullen, en zo ja welke rol dat kan zijn. Daarbij staat de veiligheid van [voornaam minderjarige] en van de moeder voorop.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. Tegen een verlenging van de ondertoezichtstelling is ook geen verweer gevoerd. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 1 juni 2027.
Uithuisplaatsing
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.[_ed17771a-c129-4368-a6b9-52f898f9eccb] Zoals onder 6.2. is geconcludeerd bestaan er grote zorgen over de weerbaarheid van de moeder ten aanzien van de vader, waardoor een thuisplaatsing momenteel nog te vroeg is. Sinds de GI betrokken is geraakt, is er nog geen hulpverlening ingezet voor de moeder, [voornaam minderjarige] en de andere kinderen. Ook is er nog geen plan van aanpak opgesteld, terwijl in de laatste beschikking van de kinderrechter van 14 juli 2026 is overwogen dat de GI voortvarend dient te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor een veilige opvoedsituatie voor [voornaam minderjarige] en dat het, gelet op zijn jonge leeftijd, belangrijk is dat hierover op korte termijn duidelijkheid ontstaat. Die duidelijkheid is er nog (steeds) niet. De kinderrechter vindt dit zeer zorgelijk, gelet op de jonge leeftijd van [voornaam minderjarige] en de kwetsbare positie van de moeder. De GI zal zich dan ook actiever moeten inzetten. De kinderrechter acht het van belang dat er voorafgaand aan de volgende zitting (zie hierna) een concreet plan van aanpak wordt overgelegd, gericht op thuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de moeder. Hierbij moet rekening worden gehouden met de zorgen over intieme terreur en huiselijk geweld. Daarbij dient ook te worden betrokken dat de moeder heeft aangegeven dat de oma mz bij hen kan intrekken om extra ondersteuning te bieden.
Gelet op het voorgaande ziet de kinderrechter aanleiding om de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] te verlengen voor een kortere duur dan is verzocht en het restant van het verzoek aan te houden. De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengen tot 1 oktober 2026.
De GI wordt verzocht uiterlijk één week voor de hierna te nomen zittingsdatum de kinderrechter (met afschrift aan de belanghebbenden en de Raad) te informeren over de stand van zaken op dat moment – waarbij uitdrukkelijk wordt ingegaan op het plan van aanpak – en aan te geven of het verzoek al dan niet wordt gehandhaafd.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
7 De beslissing
De kinderrechter:
Ten aanzien van het zaaknummer C/10/718757 / JE RK 26-784
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 1 juni 2027;
Ten aanzien van het zaaknummer C/10/724523 / JE RK 26-1563
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 1 oktober 2026;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
en alvorens verder te beslissen:
houdt de behandeling van het verzoek van de GI voor het overige aan en bepaalt dat het verhoor van de GI, de moeder en mr. J. van der Stel zal plaatsvinden op 30 september 2026 om 10:15 uur, in het gerechtsgebouw aan Wilhelminaplein 100 / 125 te Rotterdam;
de zaak zal op genoemde zittingsdatum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. D.G.J. Roset, kinderrechter;
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de GI, de moeder en mr. J. van der Stel;
vraagt de griffier de vader op te roepen als informant tegen voormelde zittingsdatum;
vraagt de griffier de Raad voor de Kinderbescherming op te roepen in zijn adviserende rol tegen voormelde zittingsdatum;
verzoekt de GI uiterlijk één week voor de genoemde zittingsdatum de kinderrechter de onder 6.6. verzochte rapportage (met afschrift aan de moeder, mr. J. van der Stel en de Raad) te doen toekomen.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2026 door mr. D.G.J. Roset, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 7 september 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.