Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Rotterdam, 25 september 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:12649Zaaknummer ROT 26/7170

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25 september 2026
Publicatiedatum
26 oktober 2026
Zaaknummer
ROT 26/7170
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek om een voorlopige voorziening. De burgemeester heeft verzoekers woning gesloten vanwege het aantreffen van een handelshoeveelheid harddrugs, drugsgerelateerde spullen, een vuurwapen en contant geld. Daarnaast hebben Stichting Woonstad en de politie meerdere meldingen ontvangen over drugsoverlast rond verzoekers woning. Verzoeker heeft ook erkend dat hij in drugs heeft gehandeld. Verzoeker is bovendien gewaarschuwd dat de overlast moest stoppen en dat hij zijn woning kon kwijtraken. Hij is echter doorgegaan met zijn praktijken. De sluiting is daarom noodzakelijk en evenwichtig, ondanks dat verzoeker een kwetsbaar persoon is. Het verzoek wordt afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Zoethout, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 25 september 2026.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [naam verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
  2. Samenvatting
  3. Procesverloop
  4. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  5. Conclusie en gevolgen
  6. Beslissing
  7. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 26/7170

uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 september 2026 in de zaak tussen

[naam verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. N. Alberts),

en

de burgemeester van de gemeente Rotterdam

(gemachtigde: mr. J.C. Avedissian).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Stichting Woonstad Rotterdam uit Rotterdam

(gemachtigde: mr. R. Ruysendaal).

Samenvatting

De burgemeester heeft verzoekers woning gesloten vanwege het aantreffen van een handelshoeveelheid harddrugs, drugsgerelateerde spullen, een vuurwapen en contant geld. Daarnaast hebben Stichting Woonstad en de politie meerdere meldingen ontvangen over drugsoverlast rond verzoekers woning. Verzoeker heeft ook erkend dat hij in drugs heeft gehandeld. Verzoeker is bovendien gewaarschuwd dat de overlast moest stoppen en dat hij zijn woning kon kwijtraken. Hij is echter doorgegaan met zijn praktijken. De sluiting is daarom noodzakelijk en evenwichtig, ondanks dat verzoeker een kwetsbaar persoon is. Het verzoek wordt afgewezen.

Procesverloop

1. Met het bestreden besluit van 5 augustus 2026 heeft de burgemeester verzoekers woning gesloten voor 3 maanden vanwege een overtreding van de Opiumwet. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 21 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, mr. L.F.M. Meles als waarnemer van de gemachtigde van verzoeker, de gemachtigde van de burgemeester en de gemachtigde van Stichting Woonstad.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Wat is er gebeurd?

3. Verzoeker woont op het adres [adres] in Rotterdam. Stichting Woonstad is de eigenaar van deze woning.

4. De politie heeft op 17 april 2026 een melding ontvangen van Stichting Woonstad. Stichting Woonstad had veel overlastklachten ontvangen over het adres van verzoeker. De overlast bestond uit aanloop van gebruikers van verdovende middelen. Ook de wijkagent heeft meldingen ontvangen van overlast op verzoekers adres. De politie heeft tussen 18 en 23 april 2026 extra gesurveilleerd in de buurt van verzoekers woning. Daarbij zijn meerdere personen gecontroleerd die uit verzoekers woning kwamen. Bij meerdere personen is na controle drugs aangetroffen en meerdere personen hebben verklaard dat zij op verzoekers adres drugs hadden gekocht. De politie heeft vervolgens verzoekers woning doorzocht op 23 april 2026. In de woning is aangetroffen: 22,2 gram cocaïne, 7,5 gram heroïne, 39,38 gram hennep, ruim 3,5 kilo henneptoppen en -afval, een vuurwapen, 7 kogelpatronen, een valmes en geld[_c4e8ecc7-400b-4b99-b5b6-a5e140da040a]. Dit blijkt uit een bestuurlijke rapportage van de politie van 28 mei 2026. Verzoeker is aangehouden en heeft van 23 april tot en met 5 juni 2026 gedetineerd gezeten.

5. Nadat verzoeker uit detentie kwam, ontvingen de wijkagenten en Stichting Woonstad weer klachten van overlast door drugsgebruikers op verzoekers adres. De politie heeft op 21 juli 2026 onderzoek gedaan op en rond verzoekers woning. Daarbij zijn 2 drugsgebruikers staande gehouden die verzoekers woning hadden verlaten. Zij verklaarden dat zij drugs hadden gekocht bij verzoeker. De politie heeft vervolgens verzoekers woning doorzocht. In de woning is aangetroffen: (bruto) 6,26 gram cocaïne base, € 186,35, een aardappelschilmesje met resten van wit residu en 2 weegschaaltjes met wit residu. Dit blijkt uit een bestuurlijke rapportage van de politie van 25 juli 2026. Verzoeker werd opnieuw aangehouden en heeft van 23 juli tot en met 6 september 2026 gedetineerd gezeten.

Waar gaat het in deze zaak om?

6. Naar aanleiding van de bestuurlijke rapportages heeft de burgemeester besloten om verzoekers woning te sluiten voor 3 maanden. De woning is ook daadwerkelijk gesloten. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat hij weer terug kan naar zijn woning. Hij heeft tot 21 september 2026 opvang in een hotel in Rotterdam.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af

7. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Waarop is de woningsluiting gebaseerd?

8. Verzoeker gaat ervan uit dat de woningsluiting alleen is gebaseerd op wat er tijdens de tweede doorzoeking (op 21 juli 2026) is gevonden. Volgens de burgemeester is de sluiting echter gebaseerd op wat er beide keren in verzoekers woning is aangetroffen. De burgemeester heeft tijdens de zitting toegelicht dat zij van plan was om de woning te sluiten naar aanleiding van de eerste doorzoeking, maar dat zij toen informatie van de politie heeft ontvangen over nieuwe ontwikkelingen. De burgemeester heeft gewacht op de tweede bestuurlijke rapportage. De voorzieningenrechter volgt het standpunt van de burgemeester. In het bestreden besluit worden namelijk beide doorzoekingen aan de sluiting ten grondslag gelegd.

Is er een noodzaak om de woning te sluiten?

9. Partijen zijn het erover eens dat de burgemeester bevoegd was om de woning te sluiten. Er is namelijk een handelshoeveelheid harddrugs aangetroffen in verzoekers woning (meer dan 0,5 gram). Partijen verschillen wel van mening over de vraag of de sluiting noodzakelijk is.

De voorzieningenrechter vindt het aannemelijk dat verzoeker heeft gehandeld in harddrugs in of vanuit zijn woning. Er is een redelijk grote hoeveelheid harddrugs aangetroffen (veel meer dan de hoeveelheid voor eigen gebruik). Daarnaast zijn er drugsgerelateerde artikelen aangetroffen die duiden op drugshandel, zoals een groot bedrag aan contant geld, een vuurwapen en weegschaaltjes. Verder zijn er veel overlastmeldingen van buren over verzoekers woning. Er zou een grote aanloop zijn van drugsgebruikers, die bovendien in de portiek van de flat blijven hangen. De buren voelen zich hierdoor niet meer veilig. Ook de politie heeft geconstateerd dat er een loop is op de woning door drugsgebruikers, die tegenover de politie hebben verklaard dat zij bij verzoekers woning drugs hebben gekocht. Verzoeker heeft bovendien na zijn eerste aanhouding in april 2026 tegenover de politie verklaard dat hij (sinds 2 weken) in drugs handelde.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het voor de openbare orde en het woon- en leefklimaat beter als verzoekers woning voor langere tijd wordt gesloten. Dit doel kan niet met een minder ingrijpend middel, zoals een waarschuwing, worden bereikt. Het betreft een ernstig geval, waarbij de sluiting er onder meer op is gericht om de bekendheid van de woning in het drugscircuit te doorbreken, herhaling te voorkomen en de loop op de woning eruit te halen. Stichting Woonstad heeft tijdens de zitting verklaard dat zij een melding hebben gekregen dat verzoekers voordeur was ingetrapt toen verzoeker in detentie zat en dat er drugsgebruikers in de woning zouden verblijven. De overlast gaat dus ook door als verzoeker er niet is. Daarnaast ligt verzoekers woning in een kwetsbare wijk. Sluiting van de woning kan dus noodzakelijk worden geacht.

Is de sluiting evenwichtig?

10. De voorzieningenrechter vindt de gevolgen van de sluiting in dit geval niet onevenwichtig. Verzoeker kan een verwijt worden gemaakt van de aangetroffen harddrugs in zijn woning. Verder is verzoeker na zijn eerste detentieperiode doorgegaan met zijn praktijken. Dit terwijl de burgemeester eind juni 2026 al een brief naar hem had gestuurd waarin stond dat zij van plan was om zijn woning te sluiten vanwege de drugs die in april 2026 in zijn woning was aangetroffen. Verzoeker is begin juli 2026 ook door de politie gewaarschuwd dat de overlast moest stoppen en dat hij anders zijn woning kon kwijtraken. Verzoeker was dus een gewaarschuwd man.

De sluiting van de woning is een inmenging als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van het EVRM. De bevoegdheid van de burgemeester tot het sluiten van de woning is neergelegd in artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet en daarom bij de wet voorzien. De sluiting dient daarnaast een legitiem doel, namelijk het herstel van de openbare orde. Zoals onder 9 al is geoordeeld, mocht de burgemeester de sluiting van de woning noodzakelijk achten en heeft zij niet hoeven volstaan met een lichtere maatregel. De sluiting van de woning is daarom ook niet in strijd met artikel 8 van het EVRM.

11. Verzoeker heeft verklaringen overgelegd van een GZ-psycholoog en de reclassering. Hieruit blijkt dat verzoeker een kwetsbaar persoon is en functioneert op licht verstandelijk beperkt niveau. Verzoeker laat zich makkelijk beïnvloeden. De voorzieningenrechter heeft de kwetsbaarheid van verzoeker meegewogen, toch is zij van oordeel dat de belangen van de verzoekers buren in dit geval zwaarder wegen dan het belang van verzoeker.

Het is volgens de reclassering van belang dat verzoeker begeleid gaat wonen. De reclassering denkt dat verzoekers delict gedrag zal toenemen als hij geen huisvesting heeft. Omdat de voorzieningenrechter bepaalt dat de burgemeester verzoekers woning gesloten mag houden, is het van belang dat verzoeker (opnieuw) op zoek gaat naar mogelijkheden om tijdelijk elders onderdak te krijgen. Verzoeker heeft zich al eerder gemeld bij Centraal Onthaal, waar hij te horen heeft gekregen dat hij geen recht heeft op opvang omdat hij door eigen toedoen niet meer in zijn eigen woning kan verblijven. Het is aan te raden dat verzoeker bezwaar maakt tegen deze afwijzing. Ook heeft hij de mogelijkheid om een verzoek om een voorlopige voorziening in te dienen om die afwijzing voor te leggen aan een voorzieningenrechter.

Conclusie en gevolgen

12. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de burgemeester verzoekers woning gesloten mag houden. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Zoethout, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 25 september 2026.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

  1. Volgens het bestreden besluit gaat het daarbij om een geldbedrag van € 630,-.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.