Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Rotterdam, 23 september 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:12505Zaaknummer C/10/726856 / FA RK 26-7707

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23 september 2026
Publicatiedatum
26 oktober 2026
Zaaknummer
C/10/726856 / FA RK 26-7707
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Spoedbeschikking van de kinderrechter over voorlopige voogdij

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

beschouwt de ongeboren baby als geboren;

5.2.

belast de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd in Rotterdam, vanaf het moment van de geboorte met de voorlopige voogdij over de ongeboren baby;

5.3.

stelt vast dat de voorlopige voogdij doorloopt totdat is beslist op het voogdijverzoek met zaaknummer C/10/726436 / FA RK 26-7490;

5.4.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

verzoekt de griffier om krachtens het bepaalde in het Besluit Gezagsregisters een aantekening te maken van deze beslissing in het centraal gezagsregister;

en alvorens verder te beslissen:

5.6.

houdt de behandeling van de verzoeken voor het overige aan;

5.7.

roept de Raad en de moeder op voor de zitting van mr. W. J. Loorbach op 5 oktober 2026 om 15:15 uur in het gerechtsgebouw van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, aan het Wilhelminaplein 100 / 125 in Rotterdam;

5.8.

bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;

5.9.

gelast de oproeping van de informanten tegen voormelde zittingsdatum en tijdstip;

5.10.

verstaat dat de Raad zorg zal dragen voor de oproeping van een tolk Spaans.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2026, in aanwezigheid van mr. S.L. Bulte als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/726856 / FA RK 26-7707

Datum uitspraak: 23 september 2026

Beschikking van de kinderrechter over voorlopige voogdij

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,

gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,

over

het ongeboren kind [ongeboren kind],

hierna te noemen: de (ongeboren) baby.

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[minderjarige],

hierna te noemen: [minderjarige], verblijvende in [plaats].

De kinderrechter merkt als informanten aan:

[informant 1],

hierna te noemen: de vader, verblijvende in [plaats],

[informant 2],

hierna te noemen: de moeder, verblijvende in [plaats],

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen de GI.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:

- het schriftelijke verzoek van de Raad met bijlagen van 23 september 2026, ontvangen op diezelfde datum.

2 De feiten

2.1.

[minderjarige] is zwanger van de ongeboren baby. De baby wordt naar verwachting op of kort na 24 september 2026 geboren.

2.2.

De moeder is, voor zover bekend, belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

2.3.

[minderjarige] is sinds 29 juni 2026 (voorlopig) onder toezicht gesteld van de GI.

2.4.

[minderjarige] verblijft bij Timon, een accommodatie voor een jeugdhulpaanbieder.

3 Het verzoek

De Raad verzoekt de GI te belasten met de voorlopige voogdij over de ongeboren baby en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbende te horen.

4 De beoordeling

4.1.

De kinderrechter kan een ongeboren baby als geboren beschouwen als dit in zijn belang is.[_aa696b29-cf8c-44ba-a5a8-b7bf7a92fc66] De kinderrechter stelt vast dat de ongeboren baby na zijn geboorte niet onder het wettelijk vereiste gezag zal staan, omdat [minderjarige] – gezien haar jonge leeftijd – niet bevoegd is om het ouderlijk gezag te dragen. Aangezien de baby morgen of kort daarna zal worden geboren, is de kinderrechter alleen al op die grond van oordeel dat het dringend en onmiddellijk noodzakelijk is om in de gezagsuitoefening over de ongeboren baby te voorzien om zijn belangen te laten behartigen. De kinderrechter overweegt daartoe verder als volgt.

4.2.

[minderjarige] is 15 jaar oud en hoogzwanger. Morgen, donderdag 24 september 2026, wordt de baby mogelijk al geboren. Gezien haar leeftijd is [minderjarige] niet bevoegd om zelf het gezag over de baby te dragen. De Raad maakt zich daarnaast bezorgd over het ontbreken van een veilige basis voor de baby, zoals onderdak, een slaapplek, voeding, kleding en hygiëne. Ook zijn er zorgen over geweld in de relatie tussen [minderjarige] en de vader. De vader verblijft sinds kort in Nederland, met als doel bij de moeder en de baby te zijn. Voor [minderjarige] gold echter in Spanje, waar zij tot halverwege juni 2026 woonde, een contactverbod richting de vader die toen ook nog in Spanje woonde; [minderjarige] zou de vader hebben aangevallen. In Spanje was jeugdzorg betrokken bij [minderjarige].

4.3.

[minderjarige] is halverwege juni 2026 vanuit Spanje naar haar overgrootmoeder moederszijde (mz) in Nederland gekomen. Die situatie bleek niet houdbaar vanwege spanningen tussen [minderjarige] en haar overgrootmoeder. Meermaals is de hulp van de politie ingeroepen. Eind juni 2026 is [minderjarige] naar een crisisgroep gegaan en vervolgens naar een woongroep van Timon, waar zij nu verblijft. Het is op dit moment niet bekend of dit een passende plek voor moeder en kind is.

4.4.

Op basis van uitgebreid onderzoek heeft de Raad forse zorgen over de fysieke en emotionele ontwikkeling en veiligheid van de nog ongeboren baby en over zijn toekomstige opvoedsituatie zodra hij geboren is. [minderjarige] heeft geen vaste woonplek en verblijft nu in een opvang. Zij heeft persoonlijke problematiek door een instabiele jeugd, psychische problematiek en mogelijk problematiek op het gebied van hechting. Zij is zelf afhankelijk van een instabiele moeder (de oma mz). De Raad heeft vastgesteld dat de ongeboren baby onderdeel is van een gezinssysteem waarin al meerdere jaren complexe problemen zijn.

4.5.

De Raad heeft er op dit moment geen zicht op in hoeverre [minderjarige] (en/of de vader) in staat is (zijn) om de baby te bieden wat hij nodig heeft om zich op een veilige manier te ontwikkelen. Een pasgeboren baby is zeer kwetsbaar en volledige afhankelijkheid van de verzorging, aandacht en bescherming van zijn opvoeders. [minderjarige] is zelf nog een kind in een kwetsbare leeftijdsfase en heeft eigen behoeften waardoor zij in beslag kan worden genomen en steun en begeleiding nodig heeft vanuit haar opvoeder(s).

4.6.

De kinderrechter is op grond van het vorenstaande, en met name de naderende geboorte, van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de ongeboren baby. Daarom wordt de GI vanaf het moment van de geboorte van de baby belast met de voorlopige voogdij over hem.

4.7.

De Raad en [minderjarige] worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden tot de hierna te noemen zittingsdatum. Op die datum zal ook het verzoek van de Raad met zaaknummer C/10/726436 / FA RK 26-7490 over de benoeming van een voogd worden behandeld.

4.8.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

beschouwt de ongeboren baby als geboren;

5.2.

belast de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd in Rotterdam, vanaf het moment van de geboorte met de voorlopige voogdij over de ongeboren baby;

5.3.

stelt vast dat de voorlopige voogdij doorloopt totdat is beslist op het voogdijverzoek met zaaknummer C/10/726436 / FA RK 26-7490;

5.4.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

verzoekt de griffier om krachtens het bepaalde in het Besluit Gezagsregisters een aantekening te maken van deze beslissing in het centraal gezagsregister;

en alvorens verder te beslissen:

5.6.

houdt de behandeling van de verzoeken voor het overige aan;

5.7.

roept de Raad en de moeder op voor de zitting van mr. W. J. Loorbach op 5 oktober 2026 om 15:15 uur in het gerechtsgebouw van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, aan het Wilhelminaplein 100 / 125 in Rotterdam;

5.8.

bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;

5.9.

gelast de oproeping van de informanten tegen voormelde zittingsdatum en tijdstip;

5.10.

verstaat dat de Raad zorg zal dragen voor de oproeping van een tolk Spaans.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2026, in aanwezigheid van mr. S.L. Bulte als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

  1. Artikel 1:2 BW.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.