Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Rotterdam, 18 september 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:12229Zaaknummer ROT 26/6684, 26/7164 en 26/7165

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18 september 2026
Publicatiedatum
28 september 2026
Zaaknummer
ROT 26/6684, 26/7164 en 26/7165
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoekster ontving een bijstandsuitkering naar de norm voor een alleenstaande. Zij werd gekort op haar uitkering omdat zij een kostendelende medebewoner had. Volgens het college blijkt uit onderzoek dat verzoekster een gezamenlijke huishouding voert met haar medebewoner. Het college heeft de bijstandsuitkering van verzoekster ingetrokken, omdat zij geen financiële gegevens van haar medebewoner heeft overgelegd en het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. De voorzieningenrechter vindt dat er sprake is van een gezamenlijke huishouding en dat de financiële gegevens van de medebewoner dus van belang zijn voor het recht op een bijstandsuitkering. Omdat die gegevens niet zijn ingeleverd, hoeft het college de bijstandsuitkering niet te hervatten.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af in de zaak ROT 26/7165;

- wijst de verzoeken om een proceskostenveroordeling af in de zaken ROT 26/6684 en ROT 26/7164.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.M. Goossens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 18 september 2026.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [naam verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster
  2. Samenvatting
  3. Procesverloop
  4. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  5. Conclusie en gevolgen
  6. Beslissing
  7. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 26/6684, 26/7164 en 26/7165

uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 september 2026 in de zaken tussen

[naam verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. R.J. Michielsen),

en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam

(gemachtigde: mr. A. Hielkema).

Samenvatting

Verzoekster ontving een bijstandsuitkering naar de norm voor een alleenstaande. Zij werd gekort op haar uitkering omdat zij een kostendelende medebewoner had. Volgens het college blijkt uit onderzoek dat verzoekster een gezamenlijke huishouding voert met haar medebewoner. Het college heeft de bijstandsuitkering van verzoekster ingetrokken, omdat zij geen financiële gegevens van haar medebewoner heeft overgelegd en het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. De voorzieningenrechter vindt dat er sprake is van een gezamenlijke huishouding en dat de financiële gegevens van de medebewoner dus van belang zijn voor het recht op een bijstandsuitkering. Omdat die gegevens niet zijn ingeleverd, hoeft het college de bijstandsuitkering niet te hervatten.

Procesverloop

1. Met het besluit van 6 juli 2026 heeft het college verzoeksters bijstandsuitkering opgeschort per 2 juli 2026. Met het besluit van 21 augustus 2026 heeft het college verzoeksters bijstandsuitkering ingetrokken over de periode van 5 augustus 2025 tot en met 1 juli 2026. Met een ander besluit van 21 augustus 2026 heeft het college verzoeksters bijstandsuitkering ingetrokken vanaf 2 juli 2026. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen deze 3 besluiten en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Deze zaken zijn bij de rechtbank geregistreerd onder zaaknummers ROT 26/6684 (opschorting), ROT 26/7164 (intrekking over de periode in het verleden) en ROT 26/7165 (intrekking per 2 juli 2026).

2. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op 8 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Wat is er gebeurd?

3. Verzoekster woont op het adres [adres] in Rotterdam. Dit is een woning met drie slaapkamers. Sinds augustus 2025 staat er ook een man ingeschreven op dit adres ( [persoon A] ). Verzoekster ontvangt sindsdien een bijstandsuitkering naar de norm voor een alleenstaande met kostendelersnorm.

4. Het college heeft in februari 2026 twee anonieme meldingen ontvangen dat verzoekster zou samenwonen met een man. Het college heeft vervolgens een onderzoek opgestart naar verzoeksters recht op een bijstandsuitkering. Daarbij is onder meer twee keer gesproken met verzoekster en is er een huisbezoek afgelegd, waarbij er ook is gesproken met [persoon A]. Daarnaast heeft het college op 18 juni 2026 diverse (financiële) gegevens gevraagd van verzoekster en [persoon A].

Waar gaat het in deze zaken om?

5. Tijdens de zitting heeft verzoekster de verzoeken over de opschorting en de intrekking over de periode in het verleden ingetrokken, met een verzoek om het college te veroordelen in de proceskosten.

6. Het college heeft verzoeksters uitkering ingetrokken per 2 juli 2026. Volgens het college heeft verzoekster niet alle informatie verstrekt, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Verzoekster is het daar niet mee eens. Zij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat het besluit over de intrekking van haar uitkering per 2 juli 2026 wordt geschorst en dat haar uitkering weer wordt uitbetaald.

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken af

7. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

De verzoeken om een proceskostenveroordeling (ROT 26/6684 en ROT 26/7164)

8. Als een verzoek om een voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten. Van tegemoetkomen is - kort gezegd - sprake als het bestuursorgaan het gewenste besluit alsnog neemt.

9. Het college heeft zich verzet tegen een proceskostenveroordeling.

10. Verzoekster wilde met beide verzoeken om een voorlopige voorziening bereiken dat haar bijstandsuitkering weer werd uitbetaald per 2 juli 2026. Het college is niet aan dit verzoek tegemoetgekomen. De voorzieningenrechter ziet dus geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De intrekking van de bijstandsuitkering per 2 juli 2026 (ROT 26/7165)

Heeft verzoekster een spoedeisend belang bij deze procedure?

11. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. De voorzieningenrechter dient eerst te kijken of er sprake is van een spoedeisend belang, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.

12. Verzoekster ontvangt sinds 2 juli 2026 geen bijstandsuitkering meer. Het is daarom aannemelijk dat zij niet meer (zelfstandig) in haar levensonderhoud kan voorzien. De voorzieningenrechter vindt dat verzoekster een voldoende spoedeisend belang heeft voor een inhoudelijke beoordeling van haar zaak.

Is er sprake van een gezamenlijke huishouding?

13. De bijstandsuitkering van verzoekster was gebaseerd op de omstandigheid dat [persoon A] werd gezien als een kostendelende medebewoner. Het college stelt zich echter op het standpunt dat verzoekster en [persoon A] geen kostendelers zijn, maar een gezamenlijke huishouding voeren. Er is sprake van een gezamenlijke huishouding als 2 personen (1) hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en (2) wederzijds voor elkaar zorgen.

14. Partijen zijn het erover eens dat verzoekster en [persoon A] hun hoofdverblijf hebben op hetzelfde adres. Het gaat dus om de vraag of zij wederzijds voor elkaar zorgen.

15. De voorzieningenrechter vindt dat uit het dossier voldoende naar voren komt dat verzoekster en [persoon A] wederzijds voor elkaar zorgen. Zo mag [persoon A] gebruik maken van alle kamers in de woning, waaronder ook verzoeksters slaapkamer waar persoonlijke spullen en kleding van hem liggen. Ook was de kamer die volgens verzoekster aan [persoon A] werd verhuurd, tijdens het huisbezoek niet ingericht als een slaapkamer, maar als een gezamenlijke loungekamer. Verzoekster wast zijn kleding en kookt soms voor hem. Ook heeft zij voor hem gezorgd toen hij ziek was en helpt ze hem met administratieve zaken. Daarnaast helpt [persoon A] haar met huishoudelijke taken, draagt hij voor haar de zware boodschappen, heeft hij haar geholpen met het verplaatsen van haar bed naar een andere slaapkamer en helpt hij haar met vervoer en ondersteuning bij haar gezondheidsklachten.

Kan het recht op bijstand worden vastgesteld?

16. Omdat er sprake is van een gezamenlijke huishouding met [persoon A], komt verzoekster niet meer in aanmerking voor een bijstandsuitkering voor een alleenstaande. Zij worden voor de Participatiewet gezien als gehuwden (ook al zijn zij niet getrouwd en hebben zij geen relatie met elkaar). Het college mocht daarom de bijstandsuitkering van verzoekster intrekken.

17. Het college heeft nog wel gekeken of verzoekster en [persoon A] samen recht hebben op een bijstandsuitkering. Het college heeft verzoekster daarom gevraagd om de financiële gegevens van [persoon A] in te leveren. De voorzieningenrechter vindt dat het college om die gegevens mocht vragen. Verzoekster heeft geen financiële gegevens van [persoon A] ingeleverd. Het college kan daarom niet vaststellen of verzoekster en [persoon A] samen recht hebben op een bijstandsuitkering.

Conclusie en gevolgen

18. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken af. Dat betekent dat het college de bijstandsuitkering van verzoekster niet hoeft te hervatten. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af in de zaak ROT 26/7165;

- wijst de verzoeken om een proceskostenveroordeling af in de zaken ROT 26/6684 en ROT 26/7164.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.M. Goossens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 18 september 2026.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.