Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Rotterdam, 18 augustus 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:12213Zaaknummer C/10/724806 / JE RK 26-1605

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18 augustus 2026
Publicatiedatum
21 september 2026
Zaaknummer
C/10/724806 / JE RK 26-1605
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek MUHP gesloten jeugdhulp

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

wijst het verzoek af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2026 door mr. N. Doorduijn, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.L.N. Snijder als griffier, en op schrift gesteld op 27 augustus 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/724806 / JE RK 26-1605

Datum uitspraak: 18 augustus 2026

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

hierna te noemen: de GI, gevestigd in Amsterdam,

over

[minderjarige],

geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige],

advocaat: mr. J.M. Bossers, kantoorhoudende in Rotterdam.

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[moeder],

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

hierna te noemen: de moeder.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 12 augustus 2026, ontvangen op diezelfde datum;
  • de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper van 28 juli 2026, ontvangen op 13 augustus 2026;
  • het gezinsplan van de GI van 6 maart 2026, ontvangen op 13 augustus 2026;
  • het verweerschrift met bijlagen van mr. J.M. Bossers van 16 augustus 2026, ontvangen op diezelfde datum.
1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:

- [minderjarige] met haar advocaat;

- de moeder;

- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger van de GI].

1.3.

De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan [hulpverlener 1] en [hulpverlener 2] (de begeleiders van Schakenbosch).

1.4.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover voorafgaand aan de zitting en in het bijzijn van haar advocaat een gesprek gevoerd met de kinderrechter.

2 De feiten

2.1.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

2.2.

[minderjarige] verblijft op een gesloten groep bij Schakenbosch.

2.3.

Bij beschikking van 20 april 2026 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 24 april 2027. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter een machtiging tot gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] verleend tot 20 augustus 2026, het overig verzochte is op 28 juli 2026 afgewezen.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt een machtiging tot gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] te verlenen voor de duur van twee maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 De standpunten

4.1.

Alle betrokkenen zijn het er mee eens dat [minderjarige] niet langer op een gesloten plek zou moeten verblijven en dat zij klaar is voor een plaatsing op een open groep. De GI heeft op zitting toegelicht dat [minderjarige] na de zitting van 28 juli 2026 is aangemeld voor verschillende open groepen, maar dat daarvoor wachtlijsten zijn.

4.2.

De vertegenwoordigers van Schakenbosch hebben tijdens de zitting aangeboden dat [minderjarige], als zij nu naar moeder gaat, ambulant wordt begeleid vanuit Schakenbosch, maar dat hiervoor wel financiering geregeld moet worden. Na een telefonisch gesprek met de organisatie Mevis heeft de GI tijdens de mondelinge behandeling laten weten dat de ambulante hulpverlening die door de begeleiders van Schakenbosch wordt aangeboden kan worden gefinancierd, mocht [minderjarige] weer bij de moeder worden teruggeplaatst. De GI adviseert de kinderrechter het verlengingsverzoek af te wijzen.

4.3.

Door en namens [minderjarige] wordt tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat zij, in afwachting van een plek op een open groep, liever bij de moeder woont dan bij Schakenbosch. De moeder en [minderjarige] hebben afgelopen weekend duidelijke afspraken gemaakt en [minderjarige] is voornemens om zich hieraan te houden.

4.4.

De moeder geeft tijdens de mondelinge behandeling aan dat [minderjarige] bij haar kan worden teruggeplaatst en dat de inzet van ambulante hulpverlening hierbij prettig zou zijn.

5 De beoordeling

5.1.

De GI heeft initieel verzocht een machtiging tot gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] te verlenen voor de duur van twee maanden, omdat voor haar nog geen plek beschikbaar is op een open groep en een terugplaatsing bij de moeder te risicovol leek. Tijdens de mondelinge behandeling is duidelijk geworden dat de begeleiders van Schakenbosch bereid zijn om ambulante hulpverlening in te zetten bij de moeder thuis en dat deze hulpverlening wordt gefinancierd. Met deze ambulante hulpverlening kan een thuisplaatsing van [minderjarige], in afwachting van een plek op een open groep, op een zo veilig mogelijke manier plaatsvinden. Een verder verblijf van [minderjarige] bij Schakenbosch is niet meer nodig, wat betekent dat het verzoek van de GI wordt afgewezen.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

wijst het verzoek af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2026 door mr. N. Doorduijn, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.L.N. Snijder als griffier, en op schrift gesteld op 27 augustus 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.