Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Rotterdam, 17 juli 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:10161Zaaknummer C/10/721977 / JE RK 26-1247

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17 juli 2026
Publicatiedatum
18 augustus 2026
Zaaknummer
C/10/721977 / JE RK 26-1247
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing.

7 De beslissing

De kinderrechter:

7.1.

stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Regio Zuid-Holland Zuid met ingang van 17 juli 2026 tot 17 juli 2027;

7.2.

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 17 juli 2026 tot 17 januari 2027;

7.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2026 door mr. K.T.F. Chocolaad-de Bos, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 22 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek van de Raad
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De informatie van de GI
  6. 6 De beoordeling
  7. 7 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/721977 / JE RK 26-1247

Datum uitspraak: 17 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam - Dordrecht,

gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen de Raad,

over

[minderjarige],

geboren op [geboortedag] 2015 in [geboorteplaats], hierna te noemen [voornaam minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[moeder],

hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

bijgestaan door advocaat mr. R.A. Remport Urban, kantoorhoudende in Linne,

[vader],

hierna te noemen de vader, wonende in [plaats 1].

De kinderrechter merkt als informant aan:

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Regio Zuid-Holland Zuid,

gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen de GI.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift van de Raad met bijlagen van 23 juni 2026, ingekomen op diezelfde datum;

- het aanvullend verzoekschrift van de Raad met bijlage van 13 juli 2026, ingekomen op diezelfde datum.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader;

- de moeder met haar advocaat;

- een vertegenwoordiger van de Raad, [vertegenwoordiger van de raad];

- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger van de GI].

1.3.

De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft geen mening gegeven.

2 De feiten

2.1.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige].

2.2.

[voornaam minderjarige] verblijft bij de Opper.

3 Het verzoek van de Raad

3.1.

De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van zes maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.

De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. De ontwikkeling van [voornaam minderjarige] wordt ernstig bedreigd door onveiligheid in de thuissituatie. Er zijn geweldspatronen tussen de moeder en [voornaam minderjarige] die niet doorbroken kunnen worden. [voornaam minderjarige] laat daarnaast zelfbepalend gedrag zien. Ook verloopt de communicatie tussen de ouders slecht, waar [voornaam minderjarige] veel van meekrijgt. De ondertoezichtstelling is nodig voor de duur van twaalf maanden, omdat de situatie complex is en rust en regie vraagt. De machtiging tot uithuisplaatsing is later aanvullend verzocht naar aanleiding van een fysieke escalatie tussen de moeder en [voornaam minderjarige], waarbij tussenkomst van politie nodig was. [voornaam minderjarige] kan nog zes weken bij de Opper blijven. In die periode moet aan een perspectiefplan worden gewerkt. Ook moeten de mogelijkheden bij de vader worden onderzocht. Een plaatsing bij oma is niet gekozen, omdat de situatie te onvoorspelbaar is. Een plaatsing in [plaats 2] is op dit moment het meest in het belang van [voornaam minderjarige].

4 De standpunten

4.1.

Door en namens de moeder wordt ingestemd met het verzoek van de Raad. Er zijn al langere tijd spanningen in het gezin en zorgen over [voornaam minderjarige], maar de hulp komt steeds niet goed van de grond. Er wordt veel gemeld en er wordt hulp beloofd, maar dit wordt vervolgens niet doorgezet. De moeder heeft er spijt van dat de situatie zo ver heeft moeten komen dat zij de controle is verloren en hoopt dat er snel passende hulp komt voor [voornaam minderjarige]. [voornaam minderjarige] heeft rust nodig en ook de moeder en het zusje van [voornaam minderjarige] hebben rust nodig. Namens de moeder wordt naar voren gebracht dat indien een maatregel wordt uitgesproken, deze gericht moet zijn op hulp die echt effect heeft. Dit betekent concreet dat er aandacht moet zijn voor behandeling van [voornaam minderjarige] ’s trauma’s, maar ook voor ondersteuning voor de moeder en erkenning van ieders rol in het familiesysteem. Ook is van belang dat [voornaam minderjarige] contact kan blijven houden met haar zusje en naar school kan blijven gaan in haar eigen omgeving. De advocaat van de moeder doet een beroep op de GI om verder te kijken dan de bewandelde paden als het gaat om het inschakelen van hulpverlening, gelet op de huidige tekorten binnen de jeugdzorg. Namens de moeder wordt verzocht de duur van de machtiging tot uithuisplaatsing te beperken tot drie maanden, om een vinger aan de pols te houden.

4.2.

De vader stemt ter zitting in met het verzoek van de Raad. Hij sluit zich aan bij het beeld dat er al langere tijd sprake is van een patroon. Hij ziet dat [voornaam minderjarige] op dit moment erg verstoord is en veel dingen spannend vindt. Op dit moment heeft [voornaam minderjarige] vooral behoefte aan rust en duidelijkheid. De vader heeft [voornaam minderjarige] samen met het wijkteam naar de Opper gebracht en ook met haar gesproken. [voornaam minderjarige] ervaart veel stress van steeds wisselende verblijfplekken en scholen. Zij heeft behoefte aan een stabiele en neutrale plek, weg van het loyaliteitsconflict en de geweldspatronen in het gezin. Een machtiging voor de duur van drie maanden is hiervoor te kort. De vader verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor de duur van de verzochte zes maanden. Het is belangrijk dat [voornaam minderjarige] in de tussentijd contact kan blijven houden met haar vriendjes en vriendinnetjes en dat zij zoveel mogelijk in haar eigen omgeving kan blijven. De vader is bereid om mee te denken over een verblijf bij hem of in het netwerk, als dat nodig is. Voor nu acht hij het vooral in het belang van [voornaam minderjarige] dat zij en dat er goed wordt gekeken naar een passende vervolgplek. Als daarvoor hulpverlening nodig is, moet die volgens de vader stevig worden ingezet en goed worden voortgezet.

5 De informatie van de GI

5.1.

De GI onderstreept ter zitting de zorgen van de Raad. [voornaam minderjarige] heeft rust nodig en er zal duidelijkheid moeten komen over haar vervolgplek. De GI heeft zorgen over haar verblijf bij de Opper, omdat dit feitelijk een crisisopvang is en het hier de afgelopen maanden steeds druk is geweest. Het is niet de meest rustgevende plek voor [voornaam minderjarige]. Er zijn op dit moment echter weinig alternatieven en [voornaam minderjarige] zal voorlopig op de huidige plek moeten blijven als zij niet naar huis kan. In de tussentijd moet ook worden onderzocht wat bij vader mogelijk is. Er komt een vaste contactpersoon en er moet stevig regie worden gevoerd op de hulpverlening. De GI zal zoeken naar rustigere vervolgplek. Daarbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij [voornaam minderjarige] ’s wens om in de omgeving te blijven.

6 De beoordeling

6.1.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan.[_83f82703-0535-440c-9867-0a7830d546c7] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

6.2.

De ontwikkeling van [voornaam minderjarige] wordt ernstig bedreigd, omdat sprake is van een onveilige thuissituatie waarin geweldspatronen tussen de moeder en [voornaam minderjarige] spelen. Daarnaast verloopt de communicatie tussen de ouders slecht. Ook laat [voornaam minderjarige] zelfbepalend gedrag zien. De kinderrechter neemt daarbij mee dat er al langer zorgen zijn en dat eerdere hulpverlening onvoldoende tot een verbetering van de situatie heeft geleid.

6.3.

Daarom is een ondertoezichtstelling nodig. De kinderrechter acht het positief dat de GI ter zitting heeft aangegeven dat er een vast contactpersoon voor het gezin komt. De GI zal stevige regie moeten voeren en hulpverlening inzetten voor zowel [voornaam minderjarige] individueel als het familiesysteem in de bredere zin. Het is belangrijk dat beide ouders van [voornaam minderjarige] hierin worden betrokken.

6.4.

De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. Hiertegen is ook geen verweer gevoerd. De kinderrechter stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht voor de verzochte duur van een jaar.

6.5.

Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.[_adbf22c7-1d83-4073-951b-00ba575fbca8] [voornaam minderjarige] heeft op dit moment rust en duidelijkheid nodig. [voornaam minderjarige] is gebaat bij een neutrale plek, weg van de huidige spanningen en het loyaliteitsconflict waarin zij nu zit. De kinderrechter ziet, met de GI, dat de huidige plek bij de Opper niet ideaal is, maar op dit moment is er geen beter alternatief beschikbaar. De GI zal in de tussentijd kritisch moeten kijken naar de alternatieve mogelijkheden, wellicht binnen het netwerk van [voornaam minderjarige]. Daarbij moet ook worden onderzocht welke plaatsing beter past bij [voornaam minderjarige], waarbij rekening wordt gehouden met haar wens om in de omgeving van [plaats 2] te blijven en contact te onderhouden met haar zusje.

6.6.

Gelet op het feit dat [voornaam minderjarige] op dit moment juist rust en duidelijkheid nodig heeft, ziet de kinderrechter geen aanleiding om de machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor kortere duur dan verzocht. De kinderrechter gunt [voornaam minderjarige] de komende periode stabiliteit en duidelijkheid. De kinderrechter vertrouwt erop dat de machtiging niet langer zal worden benut dan nodig is.

6.7.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7 De beslissing

De kinderrechter:

7.1.

stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Regio Zuid-Holland Zuid met ingang van 17 juli 2026 tot 17 juli 2027;

7.2.

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 17 juli 2026 tot 17 januari 2027;

7.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2026 door mr. K.T.F. Chocolaad-de Bos, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 22 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.